Bijlage 6 Regeling Bibob-formulieren
Vastgesteld op grond van artikel 30, vijfde lid, van de Wet Bibob Dit formulier is op grond van artikel 30, vijfde lid, van de Wet Bibob vastgesteld door de Minister van Veiligheid en Justitie. Dit formulier is bedoeld om de bevindingen van eigen onderzoek van bestuursorganen en rechtspersonen met een overheidstaak in het kader van de Wet Bibob vast te leggen en vervolgens aan het Bureau Bibob kenbaar te maken. Dit formulier is exclusief bedoeld voor bestuursorganen en rechtspersonen met een overheidstaak. Het hoeft alleen ingevuld te worden als er sprake is van een adviesaanvraag op grond van de Wet Bibob. Het kan voorkomen dat een antwoord niet past in de gegeven antwoordruimte. In dat geval dient u de gevraagde gegevens te vermelden op een bijlage die u bij dit formulier voegt en naar die bijlage te verwijzen. Het kan voorkomen dat de gevraagde informatie in bijgevoegde documenten eenduidig wordt beschreven. Als dat het geval is, volstaat het om naar die documenten te verwijzen. Geef bij onderdelen 4 en 5 ook telkens aan uit welke bron de vermelde gegevens komen. Als u vragen heeft over dit formulier, dan kunt u tijdens kantooruren bellen met Bureau Bibob op 070 370 4600. Voor meer informatie kunt u ook kijken op www.justis.nl. Dit formulier betreft de volgende betrokkene: (Statutaire) naam: ..... Eventuele handelsnamen: ..... Dit formulier betreft een: Deze vergunning, subsidie, andere beschikking, opdracht of transactie is: De betrokken onderneming is: Heeft u van de officier van justitie een bericht gehad zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob? Heeft u van een RIEC een advies gehad? Geef hieronder aan wat (verder) de aanleiding voor deze adviesaanvraag is. Komen de (mogelijk) betrokken (rechts)personen en ondernemingen bij u voor in andere dossiers? Geef hieronder aan welke feiten en omstandigheden u verder opmerkelijk en relevant acht in het onderhavige dossier. In andere woorden, wat zijn de bevindingen van uw eigen onderzoek? Het kan voorkomen dat uw
- □ Vergunning zoals bedoeld in:
- □ Artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a of b, of tweede lid, aanhef en onder a of b, van de Omgevingswet, namelijk: .....
- □ Artikel 3 Alcoholwet
- □ Artikel 3, eerste lid, van de marktverordening voor het wegvervoer, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet wegvervoer goederen en artikel 7.1, eerste lid, van de Wet wegvervoer goederen
- □ Artikel 4 van de Wet personenvervoer 2000
- □ Artikel 6 Opiumwet (opiumverloven)
- □ Anders, namelijk: .....
- □ Gemeentelijke vergunning die op grond van een verordening verplicht is gesteld voor een inrichting of bedrijf, namelijk voor een:
- □ Horeca-gelegenheid
- □ Coffeeshop
- □ Seksinrichting, prostitutiebedrijf en/of escortbedrijf
- □ Smart-/grow-/headshop
- □ Anders, namelijk:
- □ Subsidie inzake: .....
- □ Andere beschikking, namelijk: .....
- □ Overheidsopdracht inzake: CPV-code: .....
- □ Informatie en Communicatie Technologie (ICT)
- □ Bouw
- □ Milieu
- □ Vastgoedtransactie inzake: .....
- □ reeds verleend, genomen, gegund of aangegaan.
- □ nog niet verleend, genomen, gegund of aangegaan.
- □ open en/of in bedrijf.
- □ (nog) niet open en/of in bedrijf.
- □ Nee.
- □ Ja. → Overleg een kopie van dit bericht.
- □ Nee.
- □ Ja. → Overleg een kopie van dit RIEC-advies.
- □ Nee.
- □ Ja. → Geef hieronder dan aan welke partijen in welke dossiers voorkomen, zodat het Bureau deze dossier in een later stadium eventueel op kan vragen.
- • eventuele berichten van de officier van justitie en/of adviezen van een RIEC (zie ook vraag 3).
- • een ingevuld Bibob-vragenformulier met de daarbij ontvangen bijlagen.
- • een kopie van het dossier. Hieronder vallen de stukken met betrekking tot:
- – de historie van de onderneming, inrichting, transactie etc.;
- – de reguliere procedure;
- – het eigen onderzoek in het kader van de Wet Bibob.