Bijlage 2 Regeling versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013–2016: behorende bij artikel 14 en 23 van de Regeling versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013–2016
Regeling versterking samenwerking lerarenopleidingen en scholen 2013–2016
De subsidieaanvraag gaat vergezeld van een samenwerkingsovereenkomst1Voor opleidingsscholen geldt de bestaande samenwerkingsovereenkomst. en een projectplan. In dit plan geeft de opleidingsschool of het samenwerkingsverband aan hoe het in de subsidieperiode (van 2013 tot en met 2016) zorgt voor een versterking van de samenwerking tussen lerarenopleidingen en scholen (afnemend veld)2Het afnemend veld dient breder opgevat te worden dan de scholen die deelnemen aan het samenwerkingsverband. Dat betekent dat het samenwerkingsverband ook de vragen en behoeften van scholen buiten het verband mee dienen te nemen (buitenste schil).. Het gaat daarbij om de samenwerking in het algemeen, en in het bijzonder op de thema’s: omgaan met verschillen3Omgaan met verschillen moet hier ruim worden opgevat, dus inclusief excellente leerlingen (toptalenten)., opbrengstgericht werken, begeleiding beginnende leraren, ouderbetrokkenheid en pesten4Het samenwerkingsverband kan zelf accenten en prioriteiten aanbrengen (ook in tijd) of thema’s combineren. De keuzes dienen goed onderbouwd te worden.. In de bestuursakkoorden die gesloten zijn tussen het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de PO-Raad, VO-raad en MBO-Raad, zijn afspraken gemaakt over verbeteringen op de thema’s omgaan met verschillen, opbrengstgericht werken en begeleiding beginnende leraren. Schoolbesturen en scholen zijn hiermee in 2011-2012 aan de slag gegaan. Met het oog op de kwaliteit van aankomende leraren is het van belang dat ook de lerarenopleidingen aansluiten bij hetgeen in de bestuursakkoorden is afgesproken. Daarnaast is de aandacht voor de thema’s ouderbetrokkenheid en het voorkomen, signaleren en bestrijden van pesten opgenomen omdat dit een belangrijke randvoorwaarde is voor het leerproces van leerlingen. Dit document bevat de criteria die de beoordelingscommissie hanteert om de projectplannen te toetsen. Het projectplan moet vóór 1 oktober 2013 ingediend worden bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)
- • Voor ondersteuning bij het subsidieproces kan het samenwerkingsverband terecht bij DUO via het emailadres: muo@duo.nl en de telefoonnummers: 079-3232333 (po), 079-3232444 (vo) of 079-3232666 (mbo).
- • Voor inhoudelijke ondersteuning kunnen samenwerkingsverbanden in po en vo zich aanmelden bij School aan Zet (zie www.schoolaanzet.nl). School aan Zet is een landelijk onderwijsprogramma dat scholen en schoolbesturen bijstaat in hun ontwikkeling van goed naar beter op de thema’s in het kader van de eerder genoemde bestuursakkoorden.
- • Samenwerkingsverbanden in mbo kunnen voor inhoudelijke ondersteuning terecht bij CINOP via het e-mailadres: adiggelen@cinop.nl. CINOP is een advies- en ondersteuningsorganisatie specifiek gericht op het beroepsonderwijs. CINOP ondersteunt management, staf en docenten bij de kwaliteitsverbetering van het onderwijs in mbo’s.
- • Hoe is het gesteld met de samenwerking in het algemeen en met de samenwerking in het opleiden van studenten op bovengenoemde thema’s?
- • Waar liggen verbeterpunten en kansen?
- • Wat zijn de ambities en doelstellingen die het samenwerkingsverband in de subsidieperiode wil bereiken? (SMART5Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch, Tijdgebonden. geformuleerd)
- • jaarlijks de behoeften en vragen6Ook op het gebied van onderwijsverbetering en schoolontwikkeling. van de lerarenopleiding en scholen in kaart brengt voor wat betreft de algemene samenwerking en voor de samenwerking in het opleiden van studenten op de thema’s;
- • actief gaat inspelen op de wederzijdse behoeften en vragen (waaronder het maken van afspraken, inzet gezamenlijke ontwikkelgroepen, nader onderzoek binnen een lectoraat, het aanpassen van de curricula);
- • de activiteiten die zijn ingezet op regelmatige basis evalueert en hoe zij de uitkomsten van deze evaluatie inzet voor verdere verbetering (pdca7Plan-do-check-act-cyclus);
- • ook de scholen betrekt die géén deel uitmaken van het samenwerkingsverband (buitenste schil);
- • de versterkte samenwerking borgt, zodat de activiteiten kunnen worden voortgezet na de subsidieregeling;
- • zorgt voor (blijvende) kennisdeling zowel binnen het samenwerkingsverband als met de rest van het afnemende scholenveld (buitenste schil).
- • zorgt voor een ‘doorlopende leerlijn’ tussen theorie en praktijk op de lerarenopleidingen/scholen (initiële programma) en de eerste fase in het leraarsberoep. Het accent moet hierbij liggen op de thema’s opbrengstgericht werken, omgaan met verschillen, ouderbetrokkenheid en pesten;
- • zorgt voor een methodiek/aanpak8Hierbij kan gebruik gemaakt worden van reeds ontwikkelde en beproefde methodieken en aanpakken. van de begeleiding, met voldoende ruimte voor maatwerk;
- • zorgt voor een infrastructuur en vorm waarlangs de begeleiding plaatsvindt (waaronder een vaste coach, omvang van de begeleiding, inzet lesobservaties, intervisie, peer review);
- • de activiteiten die zijn ingezet om de begeleiding te verbeteren evalueert en hoe zij de uitkomsten van deze evaluatie inzet voor verdere verbetering.
- • de aansluiting tussen het initiële programma op de pabo en de verdere professionalisering van de beginnende leerkracht in de eerste fase van het leraarschap gaat uitwerken op de onderstaande elementen9De commissie Kennisbasis Pabo (Meijerink) doet een aantal aanbevelingen rondom het opleiden van leraren in het po. Onderdeel hiervan is aandacht voor de postinitiële scholing van de leraar in de eerste jaren na het behalen van zijn diploma. Voor verdere professionalisering van de leraar is het van belang dat schoolbesturen en pabo's afspraken maken over de aansluiting tussen het initiële programma en de scholing in de inductiefase. Samenwerkingsverbanden in het po dienen de subsidie daarom ook te benutten voor de uitwerking van de aansluiting tussen het initiële programma en de scholing in de eerste fase van de loopbaan.:
- o de profieldelen die de pabo’s in het curriculum opnemen;
- o de profieldelen die de pabo’s post-initieel aanbieden;
- o de organisatie van de profieldelen en specialisaties (met nadruk op training ‘on the job’).