Art. 13 Kaderbesluit BZK-subsidies, Afwijzingsgronden

Kaderbesluit BZK-subsidies

Onze Minister beslist voorts afwijzend op een aanvraag om subsidie voor zover:

a. door de toepassing van een de-minimis verordening, een bedrag aan de-minimis steun zou worden verstrekt dat hoger is dan geoorloofd op grond van deze verordening;

b. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de activiteiten kunnen financieren;

c. het onaannemelijk wordt geacht dat de activiteiten binnen een bij ministeriële regeling gestelde termijn kunnen worden voltooid;

d. aannemelijk is dat de activiteiten ook zonder subsidie zonder belangrijke vertraging zouden worden uitgevoerd;

e. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische haalbaarheid van de activiteiten;

f. onvoldoende vertrouwen bestaat in de economische haalbaarheid van de activiteiten;

g. de activiteiten onvoldoende bijdragen aan de doelstellingen van de subsidie;

h. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om de activiteiten naar behoren uit te voeren.