Bijlage 1 Besluit Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst Bijzondere Informatie 2013 (VIRBI 2013): uitgangspunten en minimum niveau beveiliging
Besluit Voorschrift Informatiebeveiliging Rijksdienst Bijzondere Informatie 2013 (VIRBI 2013)
Deze bijlage beschrijft de uitgangspunten en het minimum beveiligingsniveau voor de beveiliging van bijzondere informatie. Bij de inrichting van een adequaat stelsel van beveiligingsmaatregelen voor de beveiliging van bijzondere informatie moet binnen het in de artikelen beschreven principe van risicomanagement worden uitgegaan van de volgende inrichtingsprincipes: Deze inrichtingprincipes moeten stringenter worden toegepast naarmate het niveau van de rubricering toeneemt. Voor de volgende onderwerpen, die grotendeels afkomstig zijn uit de Code voor Informatiebeveiliging, zijn specifiek op bijzondere informatie toegesneden doelstellingen en eisen geformuleerd waaraan dient te worden voldaan. Waar aan de orde zijn daarbij ook maatregelen benoemd die ten minste deel uit moeten maken van de totale set van maatregelen om de vertrouwelijkheid van bijzondere informatie te waarborgen. Hiermee is voor alle betrokkenen inzichtelijk gemaakt wat minimaal wordt verlangd op het gebied van beveiliging voor de verschillende rubriceringen op grond van dit voorschrift. Tevens is op efficiënte wijze de toepassing van een uniforme set van minimale maatregelen gedefinieerd waardoor waarborgen zijn gecreëerd voor een consistente beveiliging van bijzondere informatie. Het handhaven van een adequaat, ordelijk en controleerbaar beheer van bedrijfsmiddelen waarop bijzondere informatie wordt verwekt. Bedrijfsmiddelen waarop bijzondere informatie wordt verwerkt, dienen te zijn geregistreerd en aan een 'eigenaar" te zijn toegewezen. Daarbij is onderkend welke van deze bedrijfsmiddelen specifieke beveiligingsmaatregelen behoeven. Dep.V Stg.C Stg.G Stg.ZG A Maatregel Registreer alle middelen en de personen aan wie deze zijn uitgereikt. V V B Maatregel Registreer de locatie/standplaats van alle middelen en de toewijzing aan een eigenaar. V V Organisaties moeten zekerstellen dat personen hun verantwoordelijkheden kennen en geschikt zijn voor de rol die zij vervullen evenals het beperken van de ris
- • Beveiliging in lagen: De beveiliging zal bestaan uit meerdere lagen, zodat er geen afhankelijkheid is van één beveiligingsmaatregel.
- • Minste privilege: Alleen de autorisaties die iemand nodig heeft om zijn taak te kunnen vervullen, zullen worden toegekend;
- • Zelf beschermende systemen: Ieder systeem beschouwt andere systemen als onvertrouwd totdat het tegendeel is bewezen en treft maatregelen om veilig informatie uit te kunnen wisselen met wel vertrouwde systemen indien deze communicatie via onvertrouwde systemen verloopt.
- • Verificatie implementatie beveiliging: De maatregelen voor beveiliging van bijzondere informatie worden onder de verantwoordelijkheid van de BVA of de accreditatieautoriteit periodiek gecontroleerd.
- • Het aanbrengen van zonering c.q. compartimentering.
- • Het detecteren van ongeautoriseerde toegangen of pogingen daartoe.
- • Het regelen van een ordelijk toegangsbeleid en sleutelbeheer.
- • Het uitoefenen door bewakingspersoneel van toezicht buiten reguliere werktijden.
- • Het toewijzen van ruimten waar met bijzondere informatie mag worden gewerkt.