Bijlage 1 Regeling financiering politieke partijen: behorend bij artikel 5 van de Regeling financiering politieke partijen
Regeling financiering politieke partijen
Accountantsprotocol Behorend bij Regeling financiering politieke partijen van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties bij de Wet financiering politieke partijen. Dit Accountantsprotocol is op maat gemaakt voor de Wet financiering politieke partijen, waarbij rekening is gehouden met de Schrijfwijzer Controleprotocollen 2017 van de NBA. 1. Uitgangspunten 3 1.1. Doelstelling en inkadering protocol 3 1.2. Belangrijke definities en begrippen 4 1.3. Procedures en termijnen 5 1.4. Inhoud van de verantwoording 5 2. Onderzoeksaanpak 5 2.1. Relevante wet- en regelgeving 5 2.2. Algemeen kader 5 3. Standaard 805: Controleopdracht 5 3.1. Reikwijdte en diepgang onderzoek: werkzaamheden 5 3.2. Materialiteit en accountantsproducten 8 4. Standaard 3000A: Assurance-opdracht 9 4.1. Reikwijdte en diepgang onderzoek: werkzaamheden 9 4.2. Materialiteit en accountantsproduct 9 5. Modelteksten 10 5.1. Model Controleverklaring 10 5.2. Model Assurance rapport 12 BIJLAGE 1 Format Financieel Verslag 15 De Wet financiering politieke partijen (hierna: Wfpp) en de daarop gebaseerde regelgeving bevat de regels voor financiering van politieke partijen (en, indien van toepassing, van de aangewezen politieke neveninstellingen). Deze zijn gericht op politieke partijen die met een zetel in de Tweede Kamer of de Eerste Kamer der Staten-Generaal vertegenwoordigd zijn. De Wfpp schrijft voor dat politieke partijen (en, indien van toepassing, de aangewezen politieke neveninstellingen) in het kader van de Wfpp jaarlijks een financieel verslag moeten indienen met daarin een weergave van de gegevens, die op grond van artikel 20 Wfpp in de administratie zijn opgenomen en een aantal overzichten genoemd in artikel 25, eerste lid, onderdelen b en c. Politieke partijen en de aangewezen politieke neveninstellingen stellen ieder afzonderlijk een financieel verslag op. De politieke partij kan in de praktijk gebruikt worden als ‘doorgeefluik’, waarbij de verschillende financiële verslagen tegelijkertij
- • Onderdeel A: Subsidiabele uitgaven, ontvangen giften en bijdragen, overzicht schulden en activiteitenverslag.
- • Onderdeel B: Vermogenspositie en Overzicht verloop ledenaantallen.
- Onze Minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
- Politieke partij: vereniging die met haar conform artikel G 1 of Q 6 van de Kieswet geregistreerde aanduiding boven de kandidatenlijst heeft deelgenomen aan de laatstgehouden verkiezing van de Tweede Kamer of de Eerste Kamer der Staten-Generaal, waarbij aan die lijst ten minste een Kamerzetel is toegewezen;
- Lid van een politieke partij: lid als bedoeld in artikel 7, eerste lid, Wfpp;
- Lid van een politieke jongerenorganisatie: lid als bedoeld in artikel 3, tweede lid, Wfpp;
- Afdeling van een politieke partij: lokale, regionale of provinciale organisatorische eenheid van een politieke partij;
- Neveninstelling: politiek-wetenschappelijk instituut als bedoeld in artikel 2, een politieke jongerenorganisatie als bedoeld in artikel 3 Wfpp, een instelling voor buitenlandse activiteiten als bedoeld in artikel 4 Wfpp of een rechtspersoon als bedoeld in artikel 5 Wfpp;
- Subsidie: subsidie als bedoeld in artikel 7 Wfpp;
- Bijdrage: geldelijke bijdrage, anders dan subsidie, dan wel bijdrage in natura;
- Bijdrage in natura: zaak of dienst, op verzoek van een politieke partij aan haar geleverd dan wel door deze aanvaard, waar geen of geen evenredige tegenprestatie tegenover staat;
- Kamerzetel: zetel in de Tweede Kamer der Staten-Generaal, dan wel in de Eerste Kamer der Staten- Generaal indien aan de lijst van een politieke partij op grond van de Kieswet geen zetel in de Tweede Kamer, maar wel in de Eerste Kamer der Staten-Generaal is toegewezen;
- Peildatum: de eerste dag van het kalenderjaar;
- Schulden: geldschulden van € 25.000 of meer, anders dan bestuursrechtelijke geldschulden als bedoeld in artikel 4:85 van de Algemene wet bestuursrecht of geldschulden die veertien dagen na de peildatum zijn voldaan;
- Nederlandse gever: een voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer kiesgerechtigde persoon of een in het Handelsregister ingeschreven rechtspersoon of onderneming, die een bijdrage verleent aan een politieke partij.
- • Onderdeel A: Subsidiabele uitgaven, ontvangen giften en bijdragen, overzicht schulden en activiteitenverslag.
- • Onderdeel B: Vermogenspositie en Overzicht verloop ledenaantallen
- • Wet financiering politieke partijen
- • Regeling financiering politieke partijen
- • de weergave van een deel van de gegevens, die op grond van artikel 20 Wfpp in de administratie zijn opgenomen, te weten de ontvangen subsidies, de ontvangen bijdragen, de overige inkomsten
- • een overzicht van de bijdragen van in totaal € 1.000 of meer die de partij in dat kalenderjaar van een gever heeft ontvangen, met daarbij de gegevens die op grond van artikel 21, eerste lid, Wfpp zijn geregistreerd;
- • een overzicht van de schulden per einde boekjaar, met daarbij de gegevens die op grond van artikel 21, derde lid, Wfpp zijn geregistreerd;
- a. politieke vormings- en scholingsactiviteiten;
- b. informatievoorziening;
- c. het onderhouden van contacten met zusterpartijen buiten Nederland en het ondersteunen van vormings- en scholingsactiviteiten ten behoeve van het kader van die partijen;
- d. politiek-wetenschappelijke activiteiten;
- e. activiteiten ter bevordering van de politieke participatie van jongeren;
- f. het werven van leden;
- g. het betrekken van niet-leden bij activiteiten van de politieke partij;
- h. werving, selectie en begeleiding van politieke ambtsdragers;
- i. activiteiten in het kader van verkiezingscampagnes.
- a. Kosten die al door de overheid of derden zijn/worden gefinancierd.
- b. Commerciële en/of marketingkosten met een niet politiek karakter.
- c. Boetes of administratieve sancties
- d. De kosten van het vormen van voorzieningen voor mogelijk toekomstige verliezen en schulden
- e. Reserveringen
- • De politieke partij kan aantonen dat de betreffende gever in Nederland kiesgerechtigd is. De gever kan namelijk op grond van artikel D 5 van de Kieswet informatie krijgen van de gemeente over zijn registratie. In dit geval zal de politieke partij, in samenspraak met de gever, bewijsstukken moeten aanleveren waarmee de kiesgerechtigdheid van de gever aangetoond kan worden.
- • Of: De politieke partij kan aantonen dat de gift afkomstig is van een in het (Nederlandse) Handelsregister ingeschreven rechtspersoon of onderneming.
- • Of: De politieke partij kan aantonen dat de ontvangen bijdrage is overgemaakt op de daartoe door de minister aangewezen rekening, ingeval de politieke partij niet met zekerheid kan vaststellen dat de gever in Nederland kiesgerechtigd is of is ingeschreven in het Handelsregister. (artikel 23a, tweede lid, Wfpp)
- • Het activiteitenverslag (artikel 26, onderdeel f, Wfpp);
- • Overzichten giften en bijdragen in natura.
- • Aansluiting van het ledenaantal met de ledenadministratie inclusief de aansluiting met verantwoorde contributies in de financiële administratie.
- • Detailcontrole op de juistheid van de administratie door vast te stellen dat er sprake is van een feitelijke inschrijving.
- • Detailcontrole op de juistheid van de administratie door vast te stellen dat het lid een contributie van minimaal € 12 heeft betaald (of € 5 in het geval van de jongerenorganisatie (artikel 3, tweede lid, onderdeel b, Wfpp)).
- • het identificeren en inschatten van de risico’s dat het financieel verslag afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
- • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de organisatie;
- • het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor het opstellen van het financieel verslag en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het bestuur en de toelichtingen die daarover in het financieel verslag staan;
- • het evalueren of het financieel verslag de onderliggende transacties en gebeurtenissen zonder materiële afwijkingen weergeeft.
- • Wet financiering politieke partijen
- • Regeling financiering politieke partijen
- • Hoofdstuk 4.1 van het Accountantsprotocol Wfpp
- • Grondslagen zoals beschreven in onderdeel B van het financieel verslag
- • het identificeren en inschatten van de risico’s dat overzichten afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van assurance- werkzaamheden en het verkrijgen van assurance-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;
- • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor het onderzoek met als doel assurance-werkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de entiteit;
- • Het uitvoeren van de werkzaamheden zoals voorgeschreven in hoofdstuk 4 van het Accountantsprotocol Wet financiering politieke partijen.