Art. 2.32 Beleidsregels van de Minister van Economische Zaken voor het opleggen van bestuurlijke boetes door de ACM, Het clementieverzoek
1. Een clementieverzoeker die een onvolledig clementieverzoek ingediend heeft, kan in aanmerking komen voor een marker, indien:
a. het clementieverzoek naar het oordeel van de ACM een concrete basis biedt voor een redelijk vermoeden van de betrokkenheid van de clementieverzoeker bij een kartel, en
b. de clementieverzoeker ten minste informatie verschaft betreffende:
1°. de naam en het adres van de clementieverzoeker;
2°. de betrokkenen bij het kartel;
3°. de betrokken goederen of diensten;
4°. de geografische reikwijdte van het kartel;
5°. de duur van het kartel;
6°. de aard van het kartelgedrag, en
7°. de vraag of hij andere mededingingsautoriteiten of de Europese Commissie heeft benaderd of mogelijk zal benaderen met betrekking tot het kartel.
2. Indien de ACM voor een clementieverzoeker een marker vaststelt, stelt zij de clementieverzoeker daarbij een termijn waarbinnen deze het clementieverzoek dient te vervolledigen.
3. Indien het onvolledige clementieverzoek binnen de termijn, bedoeld in het tweede lid, wordt vervolledigd, wordt het clementieverzoek aangemerkt als volledig te zijn geweest vanaf het moment waarop de marker van toepassing is.
4. Indien het onvolledige clementieverzoek niet binnen de termijn, bedoeld in het tweede lid, wordt vervolledigd, wijst de ACM het clementieverzoek af.