Bijlage 3 Regeling aanvraag- en verdeelprocedure vergunningen kavels A7, B38 en C08 met bijbehorende vergunningen voor digitale radio-omroep
.... (naam van een bank die is gevestigd in een van de lidstaten van de Europese Unie of in een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte), statutair gevestigd te ...., mede kantoorhoudende te ...., hierna te noemen: ‘de Bank’; In aanmerking nemende: Dit model dient te worden gebruikt voor het stellen van een bankgarantie op grond van artikel 4 van de regeling. De bankgarantie geldt in beginsel tot aan het tijdstip waarop de aanvraag is afgewezen of tot aan het tijdstip waarop in geval van een toewijzing het financiële bod moet worden voldaan. Als de aanvrager desgevraagd uitstel van betaling wordt verleend, dan geldt de bankgarantie totdat ook het laatste deel van het bod is voldaan, in beginsel uiterlijk 1 september 2016. Er is enige tijd nodig om te kunnen bepalen of aan de betalingsverplichting is voldaan en zo nodig een verklaring als bedoeld onder II.4 af te geven dat de bankgarantie niet vervalt. In verband hiermee is in dit model bepaald dat de bankgarantie een looptijd heeft tot 1 november 2013 of tot 1 november 2016.
- A. dat artikel 3.13, eerste lid, van de Telecommunicatiewet bepaalt dat voor het gebruik van frequentieruimte een vergunning is vereist van de Minister van Economische Zaken (hierna: ‘de Minister’);
- B. dat de Minister met betrekking tot de verlening van de vergunningen voor de kavels A7, B38 en C08 onder gelijktijdige verlening van een vergunning voor digitale radio-omroep regels heeft gesteld. Deze regels zijn vastgelegd in de Regeling aanvraag- en verdeelprocedure vergunningen kavels A7, B38 en C08 met bijbehorende vergunningen voor digitale radio-omroep (hierna: Regeling aanvraag);
- C. dat degene die een aanvraag om de voornoemde vergunningen indient op grond van artikel 4 van de Regeling aanvraag verplicht is voor elke aangevraagde vergunning een zekerheid te verschaffen door een waarborgsom ter grootte van een vierde van zijn (eerste) financiële bod voor die vergunning te storten dan wel voor dat bedrag een bankgarantie te verstrekken. Deze zekerheid heeft een looptijd tot, in geval van afwijzing van de aanvraag, het tijdstip van die afwijzing of tot, in geval van toewijzing van de aanvraag, het tijdstip waarop het bod volledig is betaald. De aanvrager kan ervoor kiezen om in de plaats van een bankverklaring als bedoeld in bijlage 6 van de Regeling aanvraag een bankgarantie te verstrekken ter grootte van de helft van het eerste financiële bod. In dat geval dient het bedrag, onder II, punt 2, de helft van het eerste financiële bod te bedragen;
- D. dat bij de vergunningaanvraag een verzoek om uitstel van betaling als bedoeld in artikel 4:94 van de Algemene wet bestuursrecht kan worden gedaan met gebruikmaking van paragraaf 2c van bijlage 1 van de Regeling aanvraag, voor het geval dat de aanvrager de vergunning verkrijgt. Indien de vergunning en ook dit uitstel van betaling wordt verleend, vervalt de laatste betalingstermijn op 1 september 2016. Met het oog hierop dient de aanvrager die uitstel van betaling vraagt, zorg te dragen voor een zekerheid die ten minste geldt tot deze datum en ten hoogste totdat het bod volledig is voldaan (zie onder II, punt 4);
- E. dat .......... (naam aanvrager van de vergunningen), rechtspersoon naar .......... (het recht van een van de lidstaten van de Europese Unie of van een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte) recht, statutair gevestigd te ..........., kantoorhoudende te .........., hierna te noemen: ‘de Aanvrager’, op grond hiervan is gehouden een waarborgsom te storten of een bankgarantie te doen stellen ter zekerheid van al hetgeen de aanvrager ter zekerheid verschuldigd is, hierna te noemen: ‘de Vordering’, aan de Staat der Nederlanden, rechtspersoon naar Nederlands recht, waarvan de statutaire zetel is gevestigd te ’s-Gravenhage, hierna te noemen: ‘de Staat’;
- F. dat de Aanvrager de Bank heeft verzocht een onherroepelijke en onafhankelijke bankgarantie te stellen ten behoeve van de Staat, welke op eerste verzoek van de Staat betaalbaar is;
- 1. De Bank stelt zich bij wijze van zelfstandige verbintenis tot een bedrag van ...... (zegge: .....) (invullen een vierde deel van het bedrag van het (eerste) financiële bod, dan wel de helft van het (eerste) financiële bod, overeenkomstig I.C), onherroepelijk garant jegens de Staat voor de betaling van al hetgeen de Staat blijkens een schriftelijke verklaring van de Staat ter zake van de Vordering van de Aanvrager te vorderen heeft, aldus dat de Bank zich verbindt het gevorderde bedrag als eigen verplichting aan de Staat te voldoen.
- 2. De Bank verbindt zich om als eigen schuld op eerste verzoek en op de enkele schriftelijke mededeling van de Staat, zonder overlegging van enig ander document of opgaaf van redenen te verlangen, aan de Staat te voldoen het bedrag dat de Staat verklaart ter zake van de Vordering van de Aanvrager te vorderen te hebben, met dien verstande dat de Bank nimmer gehouden is aan de Staat meer te voldoen dan het hiervoor vermelde maximumbedrag.
- 3. Deelberoepen onder deze bankgarantie zijn mogelijk. Het maximumbedrag van deze bankgarantie wordt met een bedrag gelijk met dat van elk deelberoep verlaagd.
- 4. Deze bankgarantie vervalt na ontvangst door de Bank van een per aangetekende brief gezonden schriftelijke verklaring van de Staat dat de bankgarantie vervalt en in ieder geval op 1 november .... (invullen ‘2013’ indien de aanvrager geen uitstel van betaling als bedoeld in paragraaf 2c van bijlage 1 van de Regeling aanvraag heeft gevraagd en verkregen; invullen ‘2016’ indien de aanvrager een dergelijk uitstel van betaling wel heeft verkregen), tenzij de Bank ten minste één maand voor de einddatum van de garantie per aangetekende brief een schriftelijke verklaring van of namens de Minister heeft ontvangen dat deze bankgarantie niet vervalt, in welk geval de garantie telkens voor een nieuwe termijn van een jaar geldig is.
- 5. Deze bankgarantie wordt beheerst door Nederlands recht. Geschillen ter zake van deze bankgarantie kunnen uitsluitend worden voorgelegd aan de bevoegde Nederlandse rechter te ’s-Gravenhage.
- 6. Na verval van deze bankgarantie kan de Staat geen enkele aanspraak meer maken jegens de Bank uit hoofde van deze bankgarantie tenzij de Bank voorafgaande aan het moment waarop deze bankgarantie zou vervallen een mededeling ontving als bedoeld onder 2 waaraan de Bank nog niet voldeed. Op verzoek van de Bank zal de Staat deze bankgarantie nadat deze is vervallen retourneren aan de Bank. Plaats: ..... Datum: ..... Naam bank en ondertekening ......