Art. 6 Mandaatregister OPTA 2009, Machtigingen

Mandaatregister OPTA 2009

Omschrijving bevoegdheid

Verlener van de machtiging

Gemachtigde

1.

Vertegenwoordiging in rechte inclusief het ondertekenen van processtukken

Voorzitter

Medewerker1

2.

Het afdoen van brieven van feitelijke aard en het voeren van correspondentie voor zover betrekking hebbend op de eigen afdeling of unit, zoals het toezenden van stukken en informatieverstrekking

College

Afdelingshoofd

3.

Het afdoen van brieven van feitelijke aard en het voeren van correspondentie voor zover betrekking hebbend op de eigen afdeling of unit, zoals het toezenden van stukken en informatieverstrekking

Afdelingshoofd

Plaatsvervangend afdelingshoofd

4.

Het afdoen van brieven van feitelijke aard en het voeren van correspondentie voor zover betrekking hebbend op de eigen afdeling of unit, zoals het toezenden van stukken en informatieverstrekking

Plaatsvervangend afdelingshoofd

Medewerker2

5.

Het vaststellen van aanvraagformulieren als bedoeld in artikel 4:4 Algemene wet bestuursrecht

College

Plaatsvervangend afdelingshoofd

6.

Het doen van vorderingen als bedoeld in de artikelen 12.4 en 18.7 Telecommunicatiewet en de artikelen 39 en 59 Postwet 2009

College

Afdelingshoofd

7.

Het doen van vorderingen als bedoeld in de artikelen 12.4 en 18.7 Telecommunicatiewet en de artikelen 39 en 59 Postwet 2009

Afdelingshoofd

Plaatsvervangend afdelingshoofd

8.

Het doen van een kennisgeving van verdaging als bedoeld in artikel 4:14 Algemene wet bestuursrecht

College

Medewerker3

9.

Het voldoen aan de doorzendplicht c.q. terugzendplicht als bedoeld in de artikelen 2:3 en 6:15 Algemene wet bestuursrecht

College

Medewerker4

10.

Het stellen van een termijn om een aanvraag met gegevens en bescheiden, dan wel met een vertaling of een samenvatting aan te vullen

College

Medewerker5

1 Hiermee wordt iedere medewerker van het college bedoeld. Per concreet geval beslist de voorzitter wie is gemachtigd om OPTA in rechte te vertegenwoordigen.

2 Hiermee wordt iedere medewerker van het college bedoeld, met uitzondering van het afdelingshoofd en het plaatsvervangend afdelingshoofd. Per concreet geval beslist het plaatsvervangend afdelingshoofd wie is gemachtigd.

3 Hiermee wordt iedere medewerker van het college bedoeld. Per concreet geval beslist het college wie is gemachtigd.

4 Idem.

5 Idem.