Art. 4 Klachtenregeling ongewenste omgangsvormen EZ, Vertrouwenspersonen ongewenste omgangsvormen EZ
Klachtenregeling ongewenste omgangsvormen EZ
1. Bij het ministerie en de diensten van het ministerie zijn vertrouwenspersonen ongewenste omgangsvormen.
2. De secretaris-generaal wijst de vertrouwenspersonen aan op voordracht van de directeur Bedrijfsvoering voor de diensten van het kernministerie en op voordracht van de respectieve hoofden van de andere diensten voor hun dienst.
3. De aanwijzing geldt, behoudens tussentijds ontslag, voor drie jaar en kan telkens voor drie jaar worden verlengd.
4. De vertrouwenspersonen ressorteren onder de secretaris-generaal.