Bijlage 6 Regeling eindtermen en toetstermen examens financiële dienstverlening Wft: eindtermen en toetstermen module inkomen

Regeling eindtermen en toetstermen examens financiële dienstverlening Wft

Nummer toetsterm Omschrijving toetsterm Kennisniveau Eindterm 1a De persoon baseert zijn werkzaamheden ten behoeve van het advies met betrekking tot (collectieve) inkomensverzekeringen voor de drie doelgroepen • de werkgever en diens werknemers; • de ondernemer; • de particulier; op actuele kennis van relevante wet- en regelgeving. 1a.1 De kandidaat kan de relatie tussen de eisen die voortvloeien uit het Burgerlijk Wetboek (BW) over professioneel en integer handelen (zorgplicht): overeenkomst van opdracht Boek 7 art. 400 e.v.) uitleggen en kan de spanningsvelden met de Wet op het financieel toezicht (Wft) in concrete recente gevallen analyseren. B 1a.2 De kandidaat kan uitleggen wat de gevolgen zijn van het niet voldoen aan de mededelingsplicht conform art. 7:928 e.v. BW (afdwingen professioneel en integer gedrag door de klant) en kan daarbij recente praktijkgevallen beschrijven. B 1a.3 De kandidaat kan beschrijven welke beroepsmogelijkheden bestaan bij sancties van De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM), uitspraken klachteninstituten en rechterlijke uitspraken. K 1a.4 De kandidaat kan de relevante bepalingen in de Wet op medische keuring en de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst uitleggen. B 1a.5 De kandidaat kan de hoogte van de actuele sociale loongrenzen (minimumloon en max. dagloon) bij benadering noemen. K 1a.6 De kandidaat kan de gevolgen van privacywetgeving schetsen. B 1a.7 De kandidaat kan het verband aangeven tussen arbeidsongeschiktheid en overige financiële producten. B 1a.8 De kandidaat kan de status van werknemer, zelfstandige zonder personeel, DGA en ondernemer binnen de sociale zekerheid en de belastingwetgeving in hoofdlijnen beschrijven. K Vaardigheid (V) De kandidaat kan: Norm/Resultaat/Prestatie-indicator Toelichting op vaktechnische of communicatieve aspecten van de vaardigheid of omstandigheden rond de vaardigheid. Eindterm 2a De persoon beschikt over het vermogen om mondeling en schriftelijk te comm