Bijlage 2 Regeling eindtermen en toetstermen examens financiële dienstverlening Wft: eindtermen en toetstermen module consumptief krediet
Regeling eindtermen en toetstermen examens financiële dienstverlening Wft
Nummer toetsterm Omschrijving toetsterm Kennisniveau Eindterm 1a De persoon maakt bij zijn werkzaamheden gebruik van actuele kennis van de relevante wet- en regelgeving en de van toepassing zijnde richtlijnen op grond van de Wft en de van toepassing zijnde gedragscodes. 1a.1 De kandidaat kan de reikwijdte en regelgeving van de Wft en de uitwerking daarvan in het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft alsmede de gedragscode van de Nederlandse Vereniging van Banken en de gedragscode van de Vereniging van Financieringsondernemingen in Nederland uitleggen. B 1a.2 De kandidaat kan de hoofdlijnen van de richtlijn 2008/48/EG (richtlijn consumentenkrediet) en de eisen die zij stelt op gebied van adverteren, precontractuele en contractuele informatie uitleggen. B 1a.3 De kandidaat kan de pre- en postcontractuele informatieverplichtingen benoemen en verklaren. B 1a.4 De kandidaat kan het aanbod en de marktpositie van de verschillende categorieën kredietverleners alsook de rol en functie van het intermediair beschrijven. K Vaardigheid (V) De kandidaat kan: Norm/Resultaat/Prestatie-indicator Toelichting op vaktechnische of communicatieve aspecten van de vaardigheid of omstandigheden rond de vaardigheid Eindterm 2a De persoon beschikt over het vermogen om mondeling en schriftelijk te communiceren. 2a.1 Gestructureerd interviewen. De kandidaat werkt gestructureerd en is onbevooroordeeld. De kandidaat vraagt door als de informatie onduidelijk of onvolledig is. 2a.2 Mondeling communiceren. De informatie en toelichting zijn correct, duidelijk en niet-misleidend en afgestemd op het begripsniveau van de klant. Het niveau van kennis en begrip van de gesprekspartner varieert. 2a.3 De documenten uitleggen. De informatie is correct, duidelijk en afgestemd op het begripsniveau van de klant. Bijvoorbeeld het toetsantwoord van het BKR. 2a.4 Schriftelijk communiceren. De relevante informatie is correct, duidelijk en niet-misleidend en afgestemd op het begripsniveau van de klant.