Bijlage 1 Aanwijzing executie: beleidsregels om met betrekking tot het zelfmeldbeleid
Een zelfmelder is een veroordeelde met een onherroepelijke onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, die zich, na een daartoe ontvangen oproep, zelf dient te melden bij een penitentiaire inrichting of bij de politie voor het ondergaan van de opgelegde vrijheidsstraf. Het CJIB bepaalt in opdracht van het OM of een veroordeelde met een lopend vonnis in aanmerking komt voor de status van zelfmelder. De duur van de bruto vrijheidsstraf bepaalt bij welke instantie de veroordeelde met een lopend vonnis, aan wie de zelfmeldstatus is toegekend, zich dient te melden. Onder bruto vrijheidsstraf wordt verstaan het onvoorwaardelijk deel van de vrijheidsstraf zonder aftrek van het eventueel ondergane voorarrest en vervroegde invrijheidstelling dan wel voorwaardelijke invrijheidstelling. Gaat het om een bruto strafduur van minder dan 2 jaar dan dient de veroordeelde zich te melden bij de penitentiaire inrichting die in de oproep wordt vermeld, gaat het om een brutostraf van 2 jaar of meer dan dient de veroordeelde zich te melden bij de politie, zoals in de oproep wordt vermeld. Zelfmelders met een bruto vrijheidsstraf tot 2 jaar ondergaan hun straf in beginsel in een beperkt beveiligde inrichting (BBI). De zelfmelders met een bruto strafduur van 2 jaar of meer worden door de politie via het CJIB doorgeplaatst naar een penitentiaire inrichting met een gesloten regiem conform de praktijk bij aanhouding na uitvaardiging van een arrestatiebevel (AB). Vervolgens is onder verantwoordelijkheid van Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) selectie en doorplaatsing naar een ander regiem mogelijk. Wanneer een veroordeelde voor toewijzing van de status van zelfmelder in aanmerking komt, verzendt het CJIB aan de veroordeelde per brief een zogenaamde vooraankondiging met een verklaring die binnen 30 dagen dient te worden geretourneerd. Door het terugsturen van de verklaring verplicht de veroordeelde zich gevolg te geven aan de oproep die hem door het CJIB respectievelijk door het Bureau Capaciteitsbenutt
- 1. de veroordeelde de verklaring bij de vooraankondiging niet (tijdig) retourneert of in de afgelopen 12 maanden niet is verschenen op een oproep van het CJIB respectievelijk het BCL;
- 2. de ten uitvoer te leggen vrijheidsstraf het gevolg is van een gehele of gedeeltelijke herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling.
- 3. de veroordeelde zich heeft onttrokken aan detentie.
- 4. de veroordeelde geen GBA-adres heeft;
- 5. de veroordeelde is aangehouden of in verzekering is gesteld of in voorlopige hechtenis is gesteld voor een nieuw strafbaar feit;
- 6. in de laatste 12 maanden een nog openstaand AB is uitgevaardigd tegen de veroordeelde in verband met de tenuitvoerlegging van een andere vrijheidsstraf of veroordeelde is aangehouden in verband met de tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis, lijfsdwang of gijzeling;
- 7. de executie van een vrijheidsstraf wordt hervat in opdracht van het OM omdat binnen een termijn van twee jaar na de einddatum van de ISD-maatregel opnieuw een misdrijf is gepleegd waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten;
- 8. de tenuitvoerlegging is gelast van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf.
- 9. de bijzondere aard en ernst van het strafbaar feit waarvoor aan de veroordeelde straf is opgelegd daaraan in de weg staan. Onmiddellijke executie kan dan wenselijk zijn. De executie- OvJ of -AG kan in zulke gevallen op eigen initiatief het CJIB schriftelijk ervan in kennis stellen dat de veroordeelde niet in aanmerking komt voor de status van zelfmelder.