Bijlage 4 Aanwijzing Opsporingsberichtgeving: landelijke urgente opsporingsberichtgeving (het politiebericht)
Aanwijzing Opsporingsberichtgeving
- – Door of namens het onderzoeksteam wordt toestemming voor Landelijke uitzending/publicatie gevraagd aan de zaaksofficier van justitie.
- – De zaaksofficier van justitie informeert de persofficier van justitie/voorzitter van het R.O.O. en vraagt toestemming aan de hoofdofficier van justitie. Deze legt e.e.a. vervolgens ter advisering voor aan de voorzitter van het L.O.O.
- – Na verkregen toestemming brengt het regionale lid van het Platform L.O.O. het verzoek om uitzending/publicatie over aan het KLPD.
- – Een politieproducer van het KLPD toetst het verzoek aan de criteria van de Aanwijzing Opsporingsberichtgeving en legt e.e.a. vervolgens voor aan de voorzitter van het L.O.O. (eventueel gevolgd door procedure prijsgeven identiteit bekende verdachte/veroordeelde, zie hiervoor Bijlage 1).
- – Na verkregen toestemming stelt de producer van het KLPD een concepttekst op voor het bericht. Hij legt deze concepttekst vervolgens voor aan de zaaksofficier van justitie en de voorzitter van het L.O.O. Na goedkeuring wordt de uiteindelijke tekst met het bijbehorende (beeldmateriaal) voor uitzending/publicatie verstrekt aan de berichtgevende landelijke media.
- – Het opsporingsbericht wordt zo spoedig mogelijk daarna uitgezonden/gepubliceerd.
- – Om een bericht nog dezelfde dag te kunnen uitzenden moet de hele procedure voor 16.00 uur zijn afgerond. Slechts bij zeer dringende noodzakelijkheid kan hiervan worden afgeweken. Reden hiervan is dat de mediapartner in staat moet zijn het bericht vorm te geven.