Bijlage V Loonheffingen, pensioenen; beschikbare-premieregelingen en premie- en kapitaalovereenkomsten: aanwijzing als bedoeld in paragraaf 6.2
Loonheffingen, pensioenen; beschikbare-premieregelingen en premie- en kapitaalovereenkomsten
- a. De regeling behelst een premieovereenkomst in de zin van de artikel 10 van de PW op basis van de kostprijs van een fiscaal maximaal middelloonpensioen.
- b. De jaarlijks in te leggen beschikbare premie is ten hoogste gelijk aan de op basis van de berekeningsgrondslagen van de pensioenverzekeraar of het pensioenfonds vast te stellen kostprijs van een middelloonpensioen binnen de kaders van hoofdstuk IIB van de Wet LB.
- c. Een met de ingelegde premies behaald overrendement kan alleen worden aangewend voor een fiscaal maximaal toegestane indexatie van het pensioen.
- d. In de pensioenregeling is opgenomen dat het pensioen inclusief de toegekende indexatie zowel per jaar als in totaal niet uitgaat boven een middelloonpensioen binnen de kaders van hoofdstuk IIB van de Wet LB. Desgewenst kan de toets aan de fiscale maxima ook worden uitgevoerd op basis van het actuele loon. Indien de toets plaats vindt op basis van het actuele loon in plaats van het gemiddelde loon, moet het opbouwpercentage worden gecorrigeerd voor de carrièreontwikkeling. Voor de toets op basis van het actuele loon kan daarom een opbouwpercentage worden gehanteerd van ten hoogste 1,9%. Voorwaarde daarbij is dat het actuele loon voldoet aan de voorwaarden van artikel 10b UBLB. De voorgeschreven toetsing of het pensioen binnen de fiscale kaders van hoofdstuk IIB van de Wet LB blijft, wil niet zeggen dat de verzekeraar ieder jaar daadwerkelijk moet toetsen wat de waarde van de verzekering is en hoe deze zich verhoudt tot de fiscale kaders. Als de toezegging op juiste wijze is vormgegeven, kan de toets op bewaking van de fiscale kaders tot de hierna te noemen momenten beperkt blijven. De toezegging zal daarvoor twee begrenzingen moeten hebben, waarbij de deelnemer recht heeft op de laagste van de twee. Deze twee begrenzingen zijn: Indien aan bovenstaande voorwaarden is voldaan kan de toetsing beperkt blijven tot de volgende momenten: Op het toetsmoment moet de opgebouwde waarde worden vergeleken met de maximale ruimte van de fiscaal zuivere middelloontoezegging, waarbij tevens mag worden getoetst op basis van het actuele loon onder de voorwaarde dat het opbouwpercentage wordt gecorrigeerd voor de carrièreontwikkeling. De kostprijs van de toezegging zoals die steeds administratief is bewaakt moet worden getoetst op basis van de tarieven van de uitvoerende verzekeraar. Bij een waardeoverdracht is dat de (aanstaande) overdragende verzekeraar. Een eventueel overschot vervalt aan de verzekeraar.
- 1. ten hoogste een pensioentoezegging passend binnen de kaders van hoofdstuk IIB van de Wet LB;
- 2. of indien dit lager is, de pensioenuitkering die men kan aankopen uit de waarde van de beleggingen.
- − bij elke waardeoverdracht;
- − bij onderlinge ruil van pensioen;
- − bij overlijden van een pensioengerechtigde;
- − bij echtscheiding of beëindiging van partnerschap van een pensioengerechtigde;
- − bij emigratie van een pensioengerechtigde;
- − bij een relevante wijziging van de fiscale regelgeving;
- − op elke feitelijke ingangsdatum van elk soort pensioen.
- e. Restuitkeringen, in welke vorm dan ook, zijn niet mogelijk. Als na het vaststellen van het fiscaal maximale, geïndexeerde pensioen nog kapitaal overblijft, vervalt dit aan de verzekeraar. Uitkeringen als bedoeld in artikel 18a, negende lid, van de Wet LB zijn dus niet toegestaan.