Bijlage I Besluit onderzoeksprogramma Mycoplasma gallisepticum, Mycoplasma synoviae en Mycoplasma meleagridis in de pluimveesector (PPE) 2012: programma van onderzoek kippen en kalkoenen, zoals bedoeld in artikel 3, onder a. en b. van de Verordening onderzoek Mycoplasma gallisepticum, Mycoplasma synoviae en Mycoplasma meleagridis in de pluimveesector (PPE) 2012

Besluit onderzoeksprogramma Mycoplasma gallisepticum, Mycoplasma synoviae en Mycoplasma meleagridis in de pluimveesector (PPE) 2012

Bemonstering: Definitie koppel: een groep dieren van gelijke leeftijd (maximaal 72 uur verschil in leeftijd) in één stal aanwezig. Van ieder koppel worden, maximaal 3 weken voor het overplaatsen naar de produktiestal(len), ten minste 24 bloedmonsters van evenzoveel dieren genomen voor onderzoek op afweerstoffen tegen M. gallisepticum (M.g.) en M. synoviae (M.s.). In geval van vaccinatie op het bedrijf tegen M.s. met een vaccinatiestam waarvan aangetoond is dat deze zich horizontaal kan verspreiden binnen en tussen stallen, dienen per stal 24 tracheaswabmonsters te worden genomen. De monsters worden gelijkmatig over de stal verdeeld genomen. De monsters moeten worden genomen door een (para)veterinair. Het onderzoek op antistoffen wordt uitgevoerd bij de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) in Deventer. De monsters moeten binnen 3 werkdagen na monstername bij de GD aangeleverd worden. De verantwoordelijkheid voor de monstername en de correcte aanlevering van de bloedmonsters ligt bij de pluimveehouder/eigenaar. Opfokkoppels die besmet blijken te zijn met M.g. dienen naar een zo beperkt mogelijk aantal leghennenbedrijven te worden overgeplaatst. Op deze leghennenbedrijven mag ten tijde van de overplaatsing geen koppel pluimvee aanwezig zijn dat vrij is van M.g.. Definitie koppel: een groep dieren van gelijke leeftijd (maximaal 72 uur verschil in leeftijd) in één stal aanwezig. Van ieder koppel worden, maximaal 9 weken voor ruiming, ten minste 10 bloedmonsters van evenzoveel dieren genomen voor onderzoek op afweerstoffen tegen M. gallisepticum (M.g.) en M. synoviae (M.s.). In geval van vaccinatie op het bedrijf tegen M.s. met een vaccinatiestam waarvan aangetoond is dat deze zich horizontaal kan verspreiden binnen en tussen stallen, dienen per stal 12 tracheaswabmonsters te worden genomen. De monsters worden gelijkmatig over de stal verdeeld genomen. De monsters dienen te worden genomen door een (para)veterinair. Het onderzoek op antistoffen wordt uitgevoerd bij de Gezond