Bijlage B Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten: draaiproefeisen bij de artikelen 13 tot en met 15 en artikel 20 en 24
Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten
De draaiproefeisen zijn van toepassing op voertuigcombinaties bestemd voor het vervoer van ondeelbare lading en vallende in één van onderstaande categorieën. Categorie Combinatielengte ingeschoven Combinatielengte uitgeschoven 1 ≤ wettelijk maximum > 22,00 m 2 > 22,00 m De maten worden bepaald bij het in-, door- en uitrijden van de cirkels volgens nevenstaande figuur. Bij het inrijden dient met het breedste voertuig (deel) langs de tangent te worden gereden en vervolgens met het voorste hoekpunt van het trekkende motorvoertuig de cirkelbaan en de uitrijtangent te worden gevolgd. Bij uitschuifbare voertuigen moeten de proeven worden uitgevoerd met een combinatielengtemaat zo dicht mogelijk bij de bovenste grenswaarde van de betreffende proef, afhankelijk van de lengte en de instelmogelijkheid van het getrokken voertuig. Proef Combinatielengte (m) Buiten straal (m) Bestreken baan (m) Binnen straal (m) Uitscheermaat (m) Doorreden hoek (°) 1 CL ≤ 17,00 12,50 ≤ 7,20 ≥ 5,30 ≤ 0,80 270 2 17,00 < CL ≤ 20,00 12,50 ≤ 7,20 ≥ 5,30 ≤ 1,20 120 3 20,00 < CL ≤ 23,00 14,50 ≤ 8,00 ≥ 6,50 ≤ 1,40 120 4 23,00 < CL ≤ 27,00 16,50 ≤ 9,00 ≥ 7,50 ≤ 1,70 120 Bij de uitvoering van de draaiproefeis bedoeld in bijlage B geldt voor een oplegger een vastgelegde trekker volgens onderstaand schema met een breedte van 2,55 m en een voorzijde voertuig tot hart eerste as van 1,40 m. De maat aangegeven tussen de assen is de afstand van de gestuurde vooras tot het denkbeeldige draaipunt van de achteras(sen). Rekentrekker Maat tussen de assen (m) Voorzijde voertuig t/m hart koppeling (m) Koppelingsdruk (kg) 1 3,70 4,50 ≤ 22.500 2 4,60 5,20 > 22.500 en ≤ 25.000 3 5,20 5,40 > 25.000