Bijlage 4 Regeling diergeneesmiddelen: lijst van vrijstellingen als bedoeld in artikel 3.12
Regeling diergeneesmiddelen
- 1. Van het verbod, bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor het intraveneus toepassen bij vrouwelijke runderen van calcium en magnesium in een hoeveelheid van ten hoogste 500 ml als diergeneesmiddel tijdens of na de geboorte om melkziekte te voorkomen en voor het met het oog daarop voorhanden of in voorraad hebben en afleveren van dit middel.
- 2. De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, geldt voor onbepaalde tijd.
- 1. Van het verbod, bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor het toepassen bij biggen van het gasmengsel CO2/O2 als diergeneesmiddel ter algehele verdoving van biggen en voor het met het oog daarop voorhanden of in voorraad hebben en afleveren van dit middel onder de voorschriften, gesteld in het derde lid.
- 2. De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, geldt tot 1 januari 2022.
- 3. Aan de vrijstelling zijn de volgende voorschriften verbonden:
- a. het gasmengsel, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit een gasmengsel van 70% CO2 en 30% O2;
- b. het toepassen van het gasmengsel, bedoeld in het eerste lid, geschiedt ten behoeve van castratie van biggen die niet ouder zijn dan zeven dagen en voorafgaand aan die castratie;
- c. de castratie wordt uitgevoerd onder volledige verdoving;
- d. het gasmengsel, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast door middel van een gasverdovingsapparaat. Het gasverdovingsapparaat is voorzien van een zodanige beveiliging dat biggen voldoende lang aan het gasmengsel worden blootgesteld om de castratie onder volledige verdoving te kunnen uitvoeren en dat biggen niet langer dan twee minuten aan het gasmengsel worden blootgesteld;
- e. degene die het gasverdovingsapparaat, bedoeld in onderdeel d, bedient, heeft zich voorafgaand laten scholen in het verantwoord toepassen van het gasmengsel, bedoeld in het eerste lid, bij biggen met dit apparaat;
- f. de eigenaar of houder van biggen meldt vermoedelijke bijwerkingen aan de minister.
- 1. Van het verbod, bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor het toepassen bij vogels in dierentuinen van het diergeneesmiddel Gallimune Flu H5N9 van de firma Merial te Amstelveen en van het diergeneesmiddel Nobilis H5N2 van de firma Intervet te Boxmeer, ten behoeve van het voorkomen van aviaire influenza in dierentuinen en met het oog daarop het voorhanden hebben of in voorraad hebben en het afleveren van het middel onder de voorschriften, gesteld in het derde lid.
- 2. De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, geldt voor onbepaalde tijd.
- 3. Aan de vrijstelling zijn de volgende voorschriften verbonden:
- a. de voorschriften, gesteld in de artikelen 3 tot en met 7 van de Tijdelijke vrijstellingsregeling enten AI-gevoelige vogels dierentuinen 2003,
- b. het diergeneesmiddel wordt uitsluitend verstrekt voor toepassing door de dierenarts als bedoeld in artikel 2.17,
- c. de vermeldingen op de verpakking en de bijsluiter zijn in de Nederlandse taal gesteld, en
- d. de dierenarts past het diergeneesmiddel toe overeenkomstig de voorschriften op, bij of in de verpakking van het middel.
- 4. Het eerste lid is tevens van toepassing op andere diergeneesmiddelen met identieke farmacologisch werkzame stoffen en toepassing, waarvoor in de Europese Economische Ruimte door een lidstaat een vergunning voor het in de handel brengen is verleend, onverminderd de artikelen 3.14 en 4.20, tweede lid, van het besluit.
- 1. Van het verbod, bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor het toepassen bij olifanten, neushoorns en tapirs, welke overeenkomstig artikel 4.9 van het Besluit houders van dieren geregistreerd zijn en worden gehouden in een dierentuin die is aangesloten bij de Nederlandse Vereniging van Dierentuinen, van het diergeneesmiddel Modified Vaccinia Virus Ankara van het Institut für Medizinische Mikrobiologie, Infektions- und Seuchenmedizin van de Ludwig-Maximilians-Universität München, ten behoeve van het voorkomen van koepokken en met het oog daarop het voorhanden hebben of in voorraad hebben en het afleveren van het middel onder de voorschriften, gesteld in het derde lid.
- 2. De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, geldt tot 1 januari 2022.
- 3. Aan de vrijstelling zijn de volgende voorschriften verbonden:
- a. het diergeneesmiddel wordt uitsluitend verstrekt door toepassing door de dierenarts als bedoeld in artikel 2.17,
- b. de vermeldingen op de verpakking en de bijsluiter zijn in de Nederlandse of Duitse taal gesteld, en
- c. de dierenarts past het diergeneesmiddel toe overeenkomstig de voorschriften op, bij of in de verpakking van het middel.
- 4. Het eerste lid is tevens van toepassing op andere diergeneesmiddelen met identieke farmacologisch werkzame stoffen en toepassing, waarvoor in de Europese Economische Ruimte door een lidstaat een vergunning voor het in de handel brengen is verleend, onverminderd de artikelen 3.14 en 4.20, tweede lid, van het besluit
- 1. Van het verbod, bedoeld in art. 2.19, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor het toepassen bij runderen van het diergeneesmiddel ‘Planipart’ van de firma Boehringer Ingelheim, dat is geregistreerd in België onder nummer BE-V122516, ten behoeve van uterusrelaxatie bij koeien en met het oog daarop het in Nederland brengen, vervoeren, voorhanden hebben of in voorraad hebben en het afleveren van het middel onder de voorschriften, gesteld in het derde lid.
- 2. De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, geldt tot 1 juli 2016.
- 3. Aan de vrijstelling zijn de volgende voorschriften verbonden:
- a. het diergeneesmiddel wordt uitsluitend verstrekt door toepassing door de dierenarts als bedoeld in artikel 2.17;
- b. de vermeldingen op de verpakking en de bijsluiter zijn in de Nederlandse taal gesteld; en
- c. de dierenarts past het middel toe overeenkomstig de voorschriften op, bij of in de verpakking van het middel.
- 4. Het eerste lid is tevens van toepassing op andere diergeneesmiddelen met identieke farmacologische werkzame stoffen en toepassing, waarvoor in de Europese Economische Ruimte door een lidstaat een vergunning voor het in de handel brengen is verleend, onverminderd de artikelen 3.14 en 4.20, tweede lid, van het besluit.
- 1. Van het verbod, bedoeld in art. 2.19, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor diergeneesmiddelen die bestemd zijn en uitsluitend worden gebruikt als diagnosticum op niet levend materiaal van dierlijke herkomst, ter onderkenning van een ziekte of de immunologische status van dieren.
- 2. De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, geldt tot 28 januari 2022.
- 1. Van het verbod, bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor het toepassen bij schapen van het diergeneesmiddel ‘Coxevac’ van de firma CEVA SANTE ANIMALE B.V. te Naaldwijk ten behoeve van het voorkomen van Q-koorts en met het oog daarop het voorhanden hebben of in voorraad hebben en het afleveren van het middel onder de voorschriften, gesteld in het derde lid.
- 2. De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, geldt voor onbepaalde tijd.
- 3. Aan de vrijstelling zijn de volgende voorschriften verbonden:
- a. het diergeneesmiddel wordt uitsluitend verstrekt door toepassing door de dierenarts als bedoeld in artikel 2.17,
- b. de vermeldingen op de verpakking en de bijsluiter zijn in de Nederlandse taal gesteld, en
- c. de dierenarts past het diergeneesmiddel toe overeenkomstig de voorschriften op, bij of in de verpakking van het middel, voor zover deze niet betrekking hebben op het uitsluiten van schapen als doeldiersoort.
- 4. Het eerste lid is tevens van toepassing op andere diergeneesmiddelen met identieke farmacologisch werkzame stoffen en toepassing, waarvoor in de Europese Economische Ruimte door een lidstaat een vergunning voor het in de handel brengen is verleend, onverminderd de artikelen 3.14 en 4.20, tweede lid, van het besluit.
- 1 Van het verbod, bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor het voorschrijven en toepassen bij geiten en met het oog daarop het voorhanden hebben of in voorraad hebben en het afleveren onder de voorschriften, gesteld in het derde lid, van de middelen:
- a. Ampisol
- b. Neomycine 50
- c. Trisulmix Poudre (oraal)
- d. Trisulmix (injectie)
- e. Aspirine 50
- f. Dexalone solution
- g. Duphamox LA
- h. Duphacycline LA
- i. Borgal
- j. Oxytetracycline 10%
- k. Dexadreson
- 2 De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, geldt tot 28 januari 2022.
- 3 Aan de vrijstelling zijn de volgende voorschriften verbonden:
- a. het diergeneesmiddel wordt uitsluitend verstrekt door een dierenarts of verstrekt op recept van de dierenarts door een apotheker als bedoeld in artikel 2.16;
- b. in afwijking van onderdeel a wordt een antimicrobieel diergeneesmiddel uitsluitend verstrekt door toepassing door de dierenarts als bedoeld in artikel 2.17, onverminderd bijlage 9, onderdeel 2, subonderdeel b;
- c. een antimicrobieel diergeneesmiddel wordt niet verstrekt voor preventieve toepassing;
- d. de vermeldingen op de verpakking en de bijsluiter zijn in de Nederlandse taal gesteld of in de taal van het land dat de vergunning voor het in de handel brengen heeft afgegeven;
- e. het diergeneesmiddel wordt toegepast overeenkomstig de voorschriften op, bij of in de verpakking van het middel.