Art. 2.11 Regeling diergeneesmiddelen, Verboden substanties
Een aanvraag om een vergunning voor het in de handel brengen van een diergeneesmiddel wordt niet in behandeling genomen, indien het diergeneesmiddel:
a. wordt bereid, bewerkt of verwerkt met een ziekteverwekker die brucellosis melitensis, brucellosis suis, brucellosis bang of rundertuberculose kan veroorzaken,
b. somatotropine bevat, waaronder somatotropine als bedoeld in beschikking 1999/879/EG, of
c. een niet-geïnactiveerd hondsdolheidvirus bevat.