Bijlage 7 Regeling eindtermen educatie 2013
Regeling eindtermen educatie 2013
Voor de opleidingen Nederlands als tweede taal, gericht op alfabetisering gelden de twee niveaus onder A1 alsmede het niveau A1 en de eindtermen voor deze niveaus zoals beschreven in het Raamwerk Alfabetisering NT21 Het Raamwerk Alfabetisering NT2 is te downloaden via www.cito.nl. (Cito B.V., Arnhem 2008). Om vorderingen in een taalleerproces te kunnen meten of beoordelen zijn ijkpunten nodig. In het NT2-onderwijs worden ijkpunten gehanteerd die zijn beschreven in het Raamwerk NT22 Dalderop, K., F.Teunisse en E. Liemberg (2002). Raamwerk NT2. De Bilt: BVE-raad.. Het Raamwerk NT2 is een bewerking van het Common European Framework of Reference3Raad van Europa (2001). Common European Framework of reference for languages: learning, teaching, assessment.Cambridge University Press., een Europese niveaubeschrijving voor vaardigheid in de vreemde talen. Er bestaat geen Europees Raamwerk voor alfabetisering. Voor de Alfabetisering in het Nederlands als tweede taal, is het Raamwerk Alfabetisering NT24 Stockmann, W.(2004). De toegepaste kunst van geletterdheid. Tilburg: Universiteit van Tilburg. ontwikkeld. Voor de ontwikkeling van het Raamwerk Alfabetisering NT2 is gebruik gemaakt van bestaande referentiekaders zoals het Raamwerk NT2 en de Blokkendoos, maar ook van alfabetiseringstheorieën en onderzoek dat op dit terrein is gedaan. Een uitgebreide verantwoording van de totstandkoming van het Raamwerk Alfabetisering vindt u in Stockmann (2004). In het Raamwerk Alfabetisering worden drie niveaus beschreven: Alfa A, Alfa B en Alfa C. Het niveau Alfa C loopt parallel met niveau A1 van het Raamwerk NT2. Er worden dus twee niveaus onder A1 onderscheiden. Op elk niveau worden technische vaardigheden en functionele vaardigheden beschreven. Na het behalen van de niveaustap Alfa A beheerst men het alfabetisch principe. Na Alfa B kan men effectiever lezen en schrijven doordat clusters en morfemen als geheel gelezen en geschreven kunnen worden. Na C is het lezen en schrijven zodanig geau
- 1. Correspondentie
- – Herkent ‘Dhr’, ‘Mevr’, de eigen voorletters, de achternaam, en het eigen adres.
- – Herkent verschillende logo’s van relaties waarvan men regelmatig post ontvangt.
- – Herkent reclame, kranten, rekeningen, persoonlijke post.
- – Herkent een felicitatiekaart.
- – Herkent reclame en logo’s van winkels.
- 2. Oriënterend/zoekend lezen
- – Herkent de dagen van de week en de maanden in agenda's en op kalenders.
- – Vindt op een eenvoudig inschrijfformulier de plaats waar de naam, het adres, de postcode en de woonplaats wordt verwacht.
- – Kan de juiste datum in een agenda vinden.
- – Begrijpt eenvoudige borden en opschriften in de supermarkt zoals ‘kaas’ of ‘kassa’.
- – Kan op een kassabon het totaal, de datum en de naam van de winkel aanwijzen.
- – Kan de tijd van een afspraak vinden op een afsprakenkaartje een specialist.
- – Kan in reclameblaadjes de prijzen bij de artikelen die zijn afgebeeld aanwijzen.
- 3. Lezen om informatie op te doen
- – Kan openingstijden aanwijzen op een bord op de deur van een dokterspraktijk.
- – Leest voor het onderwijs geconstrueerde zeer eenvoudige teksten.
- – Kan het eigen telefoonnummer aanwijzen in een telefoonlijst
- 4. Instructies lezen
- – Herkent geleerde instructies op de sticker van medicijnen, zoals ‘3x daags 1 tablet’.
- – Kan de uiterste verkoopdatum lezen op diverse producten.
- – Herkent hoogfrequente instructies uit de onderwijssituatie, zoals: ‘Vul in:’.
- 1. Correspondentie lezen opvoeding maatschappelijke participatie werk
- – Kan een uitnodiging voor een ouderavond op school herkennen.
- – Kan een uitnodiging voor een kinderfeestje herkennen.
- – Kan een vakantiegroet op een ansichtkaart herkennen.
- – Kan een rouwkaart herkennen.
- – Kan een kaartje van het energiebedrijf over de meteropname herkennen.
- – Kan een berichtje van de TPG herkennen over een aangeboden poststuk.
- – Kan begrijpen dat een poststuk verkeerd bezorgd is.
- – Kan een eenvoudige uitnodiging voor een bijeenkomst of een cursus herkennen.
- – Kan een schriftelijke uitnodiging voor een gesprek bij personeelszaken herkennen.
- – Kan een oproep voor de bedrijfsarts herkennen.
- – Kan een vakantiegroet op een ansichtkaart van een collega herkennen.
- – Kan een loonstrookje herkennen.
- 2. Oriënterend/ zoeken lezen opvoeding maatschappelijke participatie werk
- – Begrijpt waar personalia moeten worden ingevuld op een eenvoudig formulier.
- – Kan uit adressenlijsten het gewenste telefoonnummer halen.
- – Kan een eenvoudig weekrooster van zijn/haar kind begrijpen.
- – Herkent de logo’s bij de filmwijzer.
- – Kan bustijden lezen bij de bushalte.
- – Kan in folders of op borden bij winkels en diensten openingstijden vinden en begrijpen.
- – Begrijpt waar personalia moeten worden ingevuld op een eenvoudig formulier.
- – Begrijpt de datum en de aanvangstijd van een aankondiging voor een feest.
- – Kan het saldo van een bankafschrift lezen.
- – Kan een adres opzoeken op een adressenlijstje.
- – Begrijpt in reclameblaadjes de prijzen bij de artikelen die zijn afgebeeld
- – Kan uit adressenlijsten het gewenste telefoonnummer halen.
- – Begrijpt de datum en de aanvangstijd van een aankondiging voor een overleg.
- – Herkent een ploegenrooster.
- – Haalt uit een afdelingslijst namen en bijbehorende telefoonnummers.
- – Begrijpt waar personalia moeten worden ingevuld op een eenvoudig formulier.
- – Begrijpt frequent voorkomende borden, zoals ‘verboden te roken’, ‘ingang’,’uitgang’,’pas op brandgevaar’.
- 3. Lezen om informatie op te doen opvoeding maatschappelijke participatie werk
- – Begrijpt een geïllustreerd aanplakbiljet op de voordeur van de school, zoals ‘Sint komt 3 december ‘.
- – Begrijpt een geïllustreerd briefje waarop staat welke kleding een kind moet dragen tijdens gymles.
- – Begrijpt de leeftijdsaanduiding bij speelgoed.
- – Begrijpt een voor het onderwijs geconstrueerde tekst over dagelijkse gebeurtenissen.
- – Kan een kassabon controleren.
- – Begrijpt voor het onderwijs geconstrueerde teksten.
- – Kan bepalen of een tekst zo belangrijk of interessant is dat nadere informatie moet worden gevraagd.
- – Kan bepalen waar een eenvoudige mededeling op het mededelingenbord over gaat.
- 4. Instructies lezen opvoeding maatschappelijke participatie werk
- – Begrijpt een strip met tekst en tekeningen bij bijvoorbeeld een middel tegen hoofdluis.
- – Begrijpt een geïllustreerd etiket van babyvoeding waarop de bereidingswijze staat.
- – Begrijpt een zeer eenvoudig recept indien het geïllustreerd is met duidelijke foto’s of tekeningen.
- – Begrijpt eenvoudige aanduidingen op producten, zoals wasvoorschriften en houdbaarheidsdatum.
- – Begrijpt geleerde aanwijzingen op stickers van medicijnen, zoals ‘3x daags’, ‘uitwendig’, ‘kuur afmaken’.
- – Begrijpt borden en aanwijzingen bij omleidingen.
- – Kan bij een duidelijke handleiding van een apparaat de onderdelen van het apparaat aanwijzen.
- – Vindt de weg aan de hand van een eenvoudige routebeschrijving.
- – Kan bij een duidelijke handleiding van een apparaat de onderdelen van het apparaat aanwijzen.
- – Begrijpt korte aanwijzingen bij een telefoon, zoals ‘Eerst 0 draaien’.
- – Begrijpt korte veiligheidsvoorschriften zoals ‘Zet de machine uit’, ‘Sla alarm’, ‘bel de BHV’.
- 1. Correspondentie lezen opvoeding maatschappelijke participatie werk
- – Kan een korte, eenvoudige uitnodiging voor een ouderavond op school begrijpen.
- – Kan een uitnodiging voor een verjaardagsfeestje begrijpen.
- – Kan een afsprakenkaart van het consultatiebureau begrijpen.
- – Kan een felicitatiekaart bij de geboorte van een kind begrijpen.
- – Kan een eenvoudige uitnodiging voor een bijeenkomst of een cursus begrijpen.
- – Kan een kaartje van het energiebedrijf begrijpen.
- – Kan een vakantiegroet op een ansichtkaart begrijpen.
- – Kan een rouwkaart begrijpen.
- – Kan een kaartje van een leverancier begrijpen.
- – Kan een informeel briefje met een korte mededeling lezen en begrijpen
- – Kan de post selecteren en kan de eenvoudige post zelf begrijpen. Kan beoordelen voor welke brieven hulp gevraagd moet worden.
- – Kan een berichtje van de TPG begrijpen over een aangeboden poststuk.
- – Kan een rekening begrijpen.
- – Kan een eenvoudige uitnodiging voor een werkoverleg of een bedrijfscursus begrijpen.
- – Kan een vakantiegroet op een ansichtkaart van een collega begrijpen.
- – Kan een memo met een korte mededeling begrijpen.
- 2. Oriënterend/ zoekend lezen opvoeding maatschappelijke participatie werk
- – Kan een telefoonnummer van school vinden in een informatieboekje.
- – Begrijpt namen van lokalen op deuren in de school, zoals ‘gymzaal’, ‘bibliotheek’.
- – Kan op de schoolkalender opzoeken wanneer het herfstvakantie is.
- – Kan op lijst met belangrijke telefoonnummers in huis het nummer van de dokter vinden.
- – Begrijpt waarvoor een bepaald formulier bedoeld is.
- – Kan in een telefoonboek het gewenste telefoonnummer of de gewenste postcode vinden.
- – Begrijpt een overzicht van televisieprogramma’s.
- – Begrijpt een giro- of bankafschrift.
- – Kan iets in kleine advertenties opzoeken en daarbij gebruik maken van de rubrieksindeling.
- – Kan een agenda gebruiken
- – Kan een rooster met avond- en weekenddiensten van de apotheken begrijpen.
- – Kan op het station de vertrektijden en het perron van een bepaalde trein opzoeken.
- – Kan de index van een plattegrond gebruiken en het adres op de plattegrond vinden.
- – Kan informatie vinden in een lesrooster of werkrooster.
- – Kan in de bedrijfsgids opzoeken wanneer verschillende diensten open zijn.
- – Kan in een folder van personeelszaken opzoeken welk telefoonnummer men moet bellen om zich ziek te melden.
- 3. Lezen om informatie op te doen opvoeding maatschappelijke participatie werk
- – Kan zich een idee vormen van de inhoud van berichten in de schoolkrant van de kinderen.
- – Begrijpt een voor het onderwijs geconstrueerd verhaal over gebeurtenissen waarin kinderen centraal staan.
- – Begrijpt kinderboeken of prentenboeken met eenvoudige korte verhaaltjes over dagelijkse gebeurtenissen, zoals ‘Kikker’ en ‘Nijntje’.
- – Kan zich een idee vormen van de inhoud van folders van het consultatiebureau.
- – Begrijpt voor het onderwijs geconstrueerde teksten, zoals vereenvoudigde volksverhalen verhalen over het dagelijkse leven en makkelijk-lezen boeken.
- – Kan bepalen waar een krantenbericht over gaat
- – Begrijpt waarover een korte, eenvoudige mededeling op een deur of een prikbord gaat.
- – Begrijpt een aankondiging voor een feest of activiteit.
- – Begrijpt een korte versie van het weerbericht.
- – Begrijpt een voor het onderwijs geconstrueerde tekst over werk.
- – Begrijpt een aankondiging voor een feest of activiteit van de personeelsvereniging.
- – Kan aanbiedingen van de personeelswinkel lezen.
- – Begrijpt dagmenu’s in de kantine.
- – Begrijpt posters over bijvoorbeeld kwaliteitsbeheer en veiligheid.
- – Begrijpt personeelsadvertenties.
- – Kan zich een idee vormen over de inhoud van een artikel in de personeelskrant.
- – Begrijpt een stukje over een nieuwe collega in de personeelskrant.
- – Begrijpt een kort memo van de chef.
- 4. Instructies lezen opvoeding maatschappelijke participatie werk
- – Begrijpt eenvoudige spelregels bij spelletjes.
- – Begrijpt waarschuwingen op flessen met gevaarlijke stoffen.
- – Kan een zeer korte routebeschrijving volgen.
- – Begrijpt korte instructies bij een apparaat, bijvoorbeeld bij een magnetron, als visuele ondersteuning aanwezig is.
- – Begrijpt aanwijzingen op stickers van medicijnen, zoals ‘3xdaags’, ‘uitwendig’ en ‘kuur afmaken’.
- – Begrijpt borden met aanwijzingen bij omleidingen.
- – Wijst in de handleiding van een apparaat de onderdelen vanuit de tekening bij het apparaat zelf aan.
- – Vindt de weg aan de hand van een eenvoudige routebeschrijving.
- – Begrijpt de aanwijzingen op het scherm bij het opladen van een chipknip.
- – Begrijpt de aanwijzingen op het scherm bij het opnemen van geld bij een geldautomaat.
- – Begrijpt eenvoudige aanduidingen op een machine, zoals ‘aan’, ‘uit’, ‘start’, ‘beschermkap naar beneden doen’.
- – Begrijpt eenvoudige instructies van personeelszaken over ziekmelden en verlof vragen.
- – Begrijpt de instructies van een automaat om de kantinekaart op te waarderen.
- – Begrijpt de instructies van een koffieautomaat.
- 1. Correspondentie
- – Kan eigen naam zetten op een voorbedrukte kaart (geboorte, verjaardag, condoleance).
- – Kan kaart of brief adresseren aan de hand van een voorbeeld.
- – Kan handtekening zetten bij ontvangen van poststukken.
- 2. Aantekeningen, berichten, formulieren
- – Kan naam, adres en woonplaatsgegevens invullen op een eenvoudig aanmeldingsformulier.
- – Kan een telefoonnummer noteren als dat wordt opgelezen.
- – Kan een datum noteren op een kattenbelletje.
- – Kan van een voorbeeld de dagen van de week en de maanden van het jaar overschrijven.
- – Kan formulieren dateren en tekenen.
- 1. Correspondentie opvoeding maatschappelijke participatie werk
- – Kan de naam en het adres van het eigen kind invullen op een invulstrookje bij een brief van de school.
- – Kan een vakantiekaart naar kennissen of naar de medewerkers van de crèche of school van de kinderen schrijven.
- – Kan een felicitatiekaart sturen bij de geboorte van een kind.
- – Kan samen met het kind een verjaardagskaart aan een vriendje van het kind schrijven.
- – Kan een vakantiekaart versturen, met een groet en afzender.
- – Kan een kaart adresseren.
- – Kan een condoleancekaart sturen.
- – Kan een vakantiekaart sturen naar de afdeling of naar collega’s.
- – Kan een felicitatiekaart sturen bij de geboorte van een kind met een persoonlijke wens.
- – Kan een condoleancekaart sturen aan een collega.
- 2. Aantekeningen, berichten, formulieren Opvoeding Maatschappelijke participatie Werk
- – Kan belangrijke data, zoals inentingsdata en vrije dagen van school overschrijven op de eigen huiskalender.
- – Kan steekwoorden opschrijven ter voorbereiding van een gesprek met een arts.
- – Kan persoonlijke gegevens van zichzelf en van eigen kind(eren) opschrijven.
- – Kan haar kind door middel van een invulstrookje aanmelden voor bijvoorbeeld een bosdag op school.
- – Kan een inschrijfformulier voor een sportdag invullen met gegevens van het kind.
- – Kan naam, adres, postcode, woonplaats, geboortedatum, geboorteland of -stad, de nationaliteit en burgerlijke staat van een voorbeeld overnemen op een formulier.
- – Kan een boodschappenlijstje maken.
- – Kan een kort briefje aan huisgenoten schrijven, zoals ‘Om 5 uur thuis.’
- – Kan gemaakte afspraken of aankondigingen op een kalender of in een agenda noteren.
- – Kan personalia invullen op een antwoordstrookje.
- – Kan op een kaartje van het energiebedrijf de meterstanden invullen.
- – Kan werkrooster overnemen in een agenda.
- – Kan een tijdstip in een agenda noteren.
- – Kan belangrijke afspraken of aankondigingen in een agenda of op een kalender noteren.
- – Kan voor een collega een korte boodschap opschrijven, zoals ‘Omar, bel 4567890.’
- – Kan steekwoorden opschrijven ter voorbereiding op een gesprek met een bedrijfsarts.
- – Kan een overdrachtsformulier invullen met vaste codes.
- – Kan een controleformulier invullen voor kwaliteitszorg met vaste codes, zoals ‘B’ (bol), ‘br’ (braam).
- – Kan zich opgeven voor een personeelsuitje door middel van een invulstrookje.
- 3. Vrij schrijven Opvoeding Maatschappelijke participatie Werk
- – Kan in losse woorden iets schrijven over haar kind, hoe het is, wat het graag doet etc.
- – Kan in losse woorden associëren over hobby’s, wensen, kwaliteiten enz.
- – Kan een persoonlijke tekst maken als onderdeel van een groepsboekje. Er is hier sprake van een voorgeprogrammeerde standaardtekst waar woorden moeten worden ingevuld.
- – Kan in losse woorden iets over zich zelf opschrijven voor een activeringsprogramma.
- – Kan in losse woorden associëren over hobby’s, wensen, kwaliteiten enz.
- – Kan een tekst maken als onderdeel van een groepsboekje. Er is hier sprake van een voorgeprogrammeerde standaardtekst waar woorden moeten worden ingevuld.
- – Kan in losse woorden iets opschrijven over zichzelf voor een Loopbaan Oriëntatieprogramma
- 1. Correspondentie Opvoeding Maatschappelijke participatie Werk
- – Kan een kind schriftelijk ziekmelden op school
- – Kan een kaart schrijven ter gelegenheid van een geboorte
- – Kan een kort briefje aan de leerkracht van een kind schrijven waarin bijvoorbeeld wordt gemeld dat het kind niet mag zwemmen van de dokter.
- – Kan het kind schriftelijk afmelden voor een activiteit of club, zoals voor een toneelclubje
- – Kan een briefje schrijven om te bedanken voor een cadeautje
- – Kan een kort briefje of kaart schrijven bij diverse gebeurtenissen, zoals ziekte, feest, geboorte en overlijden.
- – Kan een kort briefje schrijven om zich af te melden voor een cursus.
- – Kan zich door middel van een kort briefje afmelden voor een afspraak.