Bijlage 6 Regeling eindtermen educatie 2013
Regeling eindtermen educatie 2013
Vaardigheid: Luisteren Niveau: A1 Beheersingsniveau: Kan vertrouwde woorden en basiszinnen begrijpen die zichzelf, zijn/haar familie en directe concrete omgeving betreffen, wanneer de mensen langzaam en duidelijk spreken. Subvaardigheden en Descriptoren Voorbeelden bij de descriptoren Tekstkenmerken receptief Strategieën 1. Gesprekken tussen moedertaalsprekers verstaan (geen descriptor op dit niveau) 2. Luisteren als lid van een live publiek (geen descriptor op dit niveau) 3. Luisteren naar aankondigingen en instructies Kan instructies begrijpen die zorgvuldig en langzaam aan hem/haar gericht zijn en kan korte, eenvoudige aanwijzingen opvolgen. 4. Luisteren naar TV, video- en geluidsopnames (geen descriptor op dit niveau) De voorbeelden zijn opgenomen op de volgende pagina, uitgesplitst naar de domeinen werk, opleiding en dagelijks leven. • onderwerp Teksten hebben betrekking op zeer eenvoudige en vertrouwde onderwerpen uit het dagelijks leven. • woordgebruik en zinsbouw Het taalgebruik is zeer eenvoudig. De zinnen zijn gescheiden door pauzes. • tempo en articulatie De spreker spreekt zorgvuldig, langzaam en duidelijk. • tekstlengte Teksten zijn kort. • signalen herkennen en interpreteren (geen descriptor op dit niveau) Voorbeelden bij de descriptoren bij luisteren A1: Voor alle voorbeelden bij A1 geldt dat zij langzaam en duidelijk moeten worden uitgesproken en direct tot de luisteraar gericht moeten zijn. Vaardigheid: Luisteren Niveau: A2 Beheersingsniveau: Kan zinnen en de meest frequente woorden begrijpen die betrekking hebben op gebieden die van direct persoonlijk belang zijn. (bijvoorbeeld basisinformatie over zichzelf en zijn/haar familie, winkelen, plaatselijke omgeving, werk). Kan de belangrijkste punten in korte, duidelijke, eenvoudige boodschappen en aankondigingen volgen. Subvaardigheden en Descriptoren Voorbeelden bij de descriptoren Tekstkenmerken receptief Strategieën 1. Gesprekken tussen moedertaalsprekers verstaan Kan gewoonlijk het onderwerp bepale
- 3. Luisteren naar aankondigingen en instructies Werk Kan korte, eenvoudige bestellingen begrijpen die vaak voorkomen. Kan korte, eenvoudige beschrijvingen van voorwerpen, personen en situaties begrijpen. Kan korte, eenvoudige instructies over hoe hij/zij een kopieerapparaat moet bedienen opvolgen als die bij het apparaat worden uitgelegd. Opleiding Kan korte, eenvoudige instructies en aanwijzingen over de werking van een apparaat begrijpen als die bij het apparaat worden uitgelegd. Kan korte, eenvoudige beschrijvingen van voorwerpen, personen en situaties begrijpen. Kan een korte, eenvoudige roostermededeling begrijpen. Kan korte, eenvoudige opdrachten begrijpen. Dagelijks leven Kan korte, eenvoudige routebeschrijvingen begrijpen. Kan korte, eenvoudige instructies begrijpen, bijvoorbeeld met betrekking tot de werking van een kaartjesautomaat, als deze bij de automaat uitgelegd worden. Kan korte, eenvoudige instructies over het gebruik van een medicijn begrijpen. Kan bedragen verstaan bij het afrekenen in een winkel. Etc.
- 1. Gesprekken tussen moedertaalsprekers verstaan Werk Kan het onderwerp bepalen van lunchgesprekken tussen collega's. Kan het onderwerp bepalen van discussies tussen collega's bijvoorbeeld in een werkoverleg. Kan het onderwerp bepalen van gesprekken tussen klanten en collega's. Opleiding Kan het onderwerp bepalen van pauzegesprekken tussen mededeelnemers. Kan het onderwerp bepalen van vragen die mededeelnemers aan docent stellen. Kan het onderwerp bepalen van vragen die docenten aan mededeelnemers stellen. Dagelijks leven Kan het onderwerp bepalen van gesprekken op straat. Kan het onderwerp bepalen van een gesprek tussen twee moedertaalsprekende vriendinnen. Kan het onderwerp bepalen van een gesprek tussen een moeder en haar kind op de speelplaats van school. Etc.
- 3. Luisteren naar aankondigingen en instructies Werk Kan instructies en aanwijzingen met betrekking tot werkzaamheden begrijpen, bijvoorbeeld bestellingen. Kan beschrijvingen van voorwerpen, personen en situaties begrijpen. Kan een uitleg begrijpen over waar bijvoorbeeld kantoorartikelen liggen, of waar iemand zich bevindt in een gebouw. Opleiding Kan instructies en aanwijzingen over de werking van een apparaat begrijpen als die bij het apparaat worden uitgelegd. Kan beschrijvingen van voorwerpen, personen en situaties begrijpen. Kan roostermededelingen begrijpen. Kan instructies van docent begrijpen. Dagelijks leven Kan eenvoudige routebeschrijvingen begrijpen. Kan instructies over het gebruik van een medicijn begrijpen. Etc.
- 4. Luisteren naar TV, video- en geluidsopnames Werk Kan korte aanwijzingen van een telefonische computer begrijpen (bijvoorbeeld om een bepaalde persoon/afdeling aan de telefoon te krijgen). Kan een kort bericht over openingstijden van een bedrijf op een antwoordapparaat begrijpen. Kan een kort verzoek over de intercom van bedrijf om bepaalde nummers te bellen of naar een bepaalde plek te komen begrijpen. Kan een korte instructievideo over werkzaamheden begrijpen. Opleiding Kan een eenvoudige instructievideo begrijpen. Kan de hoofdzaken van korte aankondigingen via een intercom begrijpen. Dagelijks leven Kan eenvoudige aanwijzingen van een telefonische computer begrijpen (bijvoorbeeld om een bepaalde persoon/afdeling aan de telefoon te krijgen). Kan een kort bericht over openingstijden van een bedrijf op een antwoordapparaat begrijpen. Kan de belangrijkste informatie uit korte standaardberichten op radio en tv (weerbericht, verkeersinformatie, politiebericht etc.) begrijpen wanneer deze langzaam en duidelijk worden gebracht. Kan bij korte berichten hoofdpunten van het dagelijks nieuws op radio en tv begrijpen. Kan bij korte berichten een omroepbericht op een station of in de trein begrijpen. Etc.
- 1. Correspondentie Lezen Werk Kan een kort en eenvoudig informeel kaartje of e-mailbericht van chef begrijpen. Kan een kort en eenvoudig informeel kaartje of e-mailbericht van collega begrijpen. Opleiding Kan een kort en eenvoudig informeel kaartje of e-mailbericht van docent begrijpen. Kan een kort en eenvoudig informeel kaartje of e-mailbericht van medeleerling begrijpen. Dagelijks leven Kan post als verkeerd geadresseerd duiden. Kan een vakantiegroet op een ansichtkaart begrijpen. Kan een korte, eenvoudige uitnodiging voor een ouderavond op school begrijpen. Kan een kaartje van de loodgieter begrijpen. Kan een berichtje van de PTT begrijpen. Etc.
- 2. Oriënterend lezen Werk Kan bepalen waar een eenvoudige mededeling op het mededelingenbord over gaat. Kan uit een eenvoudig werkrooster de eigen werktijden destilleren. Kan artikel/woord uit eigen werkomgeving in lijst opzoeken. Kan de prijsaanduidingen in de kantine begrijpen. Kan dagaanbiedingen in de kantine begrijpen. Kan eenvoudige one-liners op posters op het werk begrijpen. Opleiding Kan bepalen waar eenvoudige mededeling op het prikbord over gaat. Kan een lesrooster begrijpen: kan eigen groep selecteren. Kan educatieve platen aan de muur begrijpen: namen van landen, posters tegen racisme. Kan agenda lezen: dag, datum, maandaanduiding, titels eventueel begeleid met icoon boven pagina's ten behoeve van telefoonnummers, notities, adressen. Dagelijks leven Kan bekende straat- en plaatsnamen opzoeken op het dienstrooster van het openbaar vervoer (bus, trein). Kan een inschrijfformulier begrijpen/lezen waarin om personalia wordt gevraagd. Kan de kassabon van de supermarkt begrijpen. Kan aanbiedingen in een folder van de supermarkt begrijpen. Kan een overzicht van openingstijden van een supermarkt, bibliotheek, gemeentehuis etc. begrijpen. Kan zeer frequente borden in openbare ruimten begrijpen (niet roken, ingang, uitgang, receptie, etc.). Kan in een telefoonboek/postcodeboek het gewenste telefoonnummer/postcode vinden. Kan een overzicht van televisieprogramma’s begrijpen. Kan een korte versie van het weerbericht begrijpen. Kan een giro- of bankafschrift begrijpen. Kan een afspraakkaartje begrijpen: van dokter, ziekenhuis, reparateur. Kan naamborden van diverse instanties begrijpen: winkels, huisarts, tandarts, etc. Kan onderdelen van opschriften en etiketten op producten begrijpen. Etc.
- 3. Lezen om informatie op te doen Werk Kan zich een idee vormen van de inhoud van een kort artikel in een nieuwsbrief/werkkrant/afdelingsblad. Kan zich een idee vormen van een gebeurtenis uit de alledaagse werkpraktijk, naar aanleiding van een eenvoudige beschrijving, zeker met visuele ondersteuning (grappig stripverhaal met steekwoorden, eenvoudig verhaal met afbeelding). Opleiding Kan zich een idee vormen van de inhoud van een briefje over een schoolreisje/feestavond. Kan zich een idee vormen van een cursus naar aanleiding van een eenvoudige cursusbeschrijving. Kan zich een idee vormen van de inhoud van een schoolkrant. Dagelijks leven Kan zich een idee vormen van de inhoud van een informatieve tekst over zwemles. Kan onderwerp van sommige berichten uit plaatselijke bladen vaststellen. Kan bekende woorden en frases uit krantenkoppen van landelijke dagbladen destilleren. Kan zich een idee vormen van de inhoud van een eenvoudig tekstje, waarin een gebeurtenis uit het dagelijks leven beschreven wordt. Etc.
- 4. Instructies lezen Werk Kan de meest frequente instructiewoorden begrijpen: instructies op de werkvloer, op instructievellen, in een handleiding. Kan hoogfrequente termen met betrekking tot handelingen opvolgen. Opleiding Kan de meest frequente instructiewoorden uit de schooltaal begrijpen: instructies in het lesboek. Kan hoogfrequente termen met betrekking tot handelingen opvolgen. Dagelijks leven Kan een zeer korte routebeschrijving volgen. Kan korte instructies bijvoorbeeld bij een magnetron begrijpen, als visuele ondersteuning aanwezig is. Kan eenvoudige verkeersaanwijzingen begrijpen: Dorpsstraat afgesloten t/m 18 september. Kan korte instructies in een sticker op medicijnen begrijpen. Etc.
- 1. Correspondentie lezen Werk Kan een korte, eenvoudige brief, e-mail of fax begrijpen, bijvoorbeeld een verzoek om iets toe te sturen, het plaatsen van een bestelling, het maken of bevestigen van een afspraak. Kan een eenvoudig briefje of memo van een collega begrijpen. Kan korte, eenvoudige standaardbrieven en circulaires begrijpen van bedrijf over bijvoorbeeld een vergadering of een personeelsuitje. Opleiding Kan een kort, eenvoudig briefje of e-mail van docent begrijpen: uitgevallen lessen in verband met studiemiddag docenten, excursie, schoolreis. Kan een kort, eenvoudig e-mailbericht van mededeelnemer begrijpen: huiswerk, afspraken in kader van werken aan praktijkopdracht of project. Dagelijks leven Kan een korte simpele persoonlijke brief of kaart begrijpen: bijvoorbeeld vakantiegroet, uitnodiging, aankondiging werkzaamheden, verhuisbericht. Kan een eenvoudige uitnodiging voor een buurtbijeenkomst begrijpen. Kan standaardbrieven en circulaires begrijpen van school van de kinderen over: sportdag, excursie, schoolreisje, ouderavond. Kan kaarten met een vaste vorm begrijpen: geboorte, rouw, felicitatie. Etc.
- 2. Oriënterend lezen Werk Kan de nodige informatie halen uit een eenvoudige mededeling op het mededelingenbord: aankondiging bijeenkomst, vergadering, werkberichten. Kan de nodige informatie halen uit alledaagse borden en mededelingen op werkplaatsen zoals bijvoorbeeld kantineregels, waarschuwingen voor gevaar. Kan de nodige informatie halen uit een werkrooster. Kan posters op het werk begrijpen. Kan bonnen en formulieren begrijpen. Opleiding Kan de nodige informatie halen uit een eenvoudige mededeling op het prikbord: aankondiging bijeenkomst, vergadering, feest. Kan de nodige informatie halen uit informatie over roosterwijzigingen en vakantiedata. Kan de nodige informatie halen uit een lesrooster, inclusief wijzigingen daarbij. Kan een eenvoudige versie van een eentalig woordenboek begrijpen. Dagelijks leven Kan specifieke informatie vinden op een menukaart: prijs van gerechten, vegetarische gerechten. Kan specifieke informatie vinden in een schema met tijden: vertrektijden bus, openingstijden bibliotheek/winkel. Kan specifieke informatie vinden in een eenvoudig, kort krantenbericht over een bekend onderwerp: ophaaldagen oud papier, nieuwe fietsenstalling. Kan de nodige informatie halen uit alledaagse borden en mededelingen in openbare ruimtes: borden op het station met informatie over vertrektijden, 'hier melden', waarschuwingen. Kan de Gouden Gids gebruiken om bepaalde diensten of goederen te vinden. Kan specifieke informatie vinden in simpel geschreven krantenberichten, bijvoorbeeld straatnaam + bijbehorende mededeling in berichten van de gemeente, kleine advertenties met betrekking tot tweedehands goederen, woonruimte. Etc.
- 3. Lezen om informatie op te doen Werk Kan specifieke informatie begrijpen in een eenvoudig geschreven informatietekst over een uitzendbureau. Kan een korte, eenvoudige vacature begrijpen. Kan specifieke informatie begrijpen in een korte, eenvoudige tekst in een nieuwsbrief van het werk/werkkrant/afdelingsblad. Kan specifieke informatie begrijpen in korte informatieve of beschrijvende teksten: stukjes uit een folder, brochure of catalogus: bijvoorbeeld met betrekking tot te bestellen materiaal. Opleiding Kan de nodige informatie halen uit een aankondiging van een informatiebijeenkomst van een opleiding. Kan specifieke informatie begrijpen in informatieve teksten in lesboeken, voor tweede-taalleerders geschreven of herschreven. Kan specifieke informatie begrijpen in eenvoudige teksten in een schoolkrant. Kan de nodige informatie halen uit een eenvoudige cursusbeschrijving van een cursus. Dagelijks leven Kan de nodige informatie halen uit een korte reclamefolder. Kan specifieke informatie begrijpen in brochures en korte krantenartikeltjes. Etc.
- 4. Instructies lezen Werk Kan simpele instructies begrijpen bij apparaten die men op het werk tegenkomt: bijvoorbeeld prijstang, kassa, kopieerapparaat. Kan voorschriften begrijpen: gedragsregels voor gebruik van de kantine, verlof vragen, ziek melden, etc. Opleiding Kan frequente instructiewoorden uit de schooltaal begrijpen: instructies bij opdrachten en oefeningen. Kan aanwijzingen bij computerprogramma's begrijpen. Kan frequente termen met betrekking tot handelingen opvolgen. Dagelijks leven Kan simpele instructies bij apparatuur begrijpen die men in het dagelijks leven tegenkomt, bijvoorbeeld een telefooncel, automaat voor treinkaartjes, de giromaat, een automaat voor frisdrank/snoep. Kan een eenvoudige instructie over het omgaan met NS-kaartmachine begrijpen. Kan een eenvoudig recept begrijpen. Etc.
- 1. Informele gesprekken Werk Kan collega's prettige avond wensen bij het naar huis gaan. Kan zich voorstellen aan nieuwe collega's. Kan collega vragen hoe het met hem/haar gaat en kan daarop reageren. Begrijpt wanneer collega hem/haar groet en kan daarop reageren. Opleiding Kan mededeelnemer goedemorgen wensen bij aanvang van de les. Kan zich voorstellen aan nieuwe docent. Kan mededeelnemer vragen hoe het gaat en daarop reageren. Begrijpt wanneer docent vraagt naar hoe het met hem/haar gaat en kan daarop reageren. Dagelijks leven Kan de buurvrouw gedag zeggen. Kan zich bij een eerste bezoek aan de dokter voorstellen. Kan in gesprek met de buurman bevestigen dat het mooi weer is. Begrijpt wanneer een agent zegt dat hij/zij door moet lopen en kan daarop reageren. Etc.
- 3. Zaken regelen Werk Kan als reactie op vraag van leidinggevende aangeven dat hij/zij papier zal bijvullen in kopieermachine. Kan collega om hulp vragen bij gebruik van computer. Kan in de kantine om een broodje kaas vragen. Kan tegen collega zeggen dat hij/zij hem een kop koffie zal brengen, als reactie op een verzoek. Kan bij de repro materiaal afgeven en duidelijk maken dat het gekopieerd moet worden. Opleiding Kan conciërge vragen om aanvulling van papier. Kan beamen dat hij/zij koffie zal meebrengen op verzoek van de docent. Kan in de schoolboekhandel boeken afrekenen. Kan mededeelnemer om pen vragen. Kan docent om hand-out vragen van gemiste les. Dagelijks leven Kan aanwijzingen van de buurman opvolgen bij het zetten van een schutting. Kan in de supermarkt vragen waar de boter staat. Kan koffie aanbieden aan de buurvrouw die op bezoek is. Kan in de supermarkt boodschappen afrekenen met bijbehorende taalhandelingen. Kan op het voetbalveld vragen of publiek de bal terug wil geven. Etc.
- 4. Informatie uitwisselen Werk Kan afspraken maken over planningen met leidinggevende. Kan met collega's afspraken maken over hoe laat zij gaan eten. Kan aan nieuwe collega's vertellen wie hij/zij is en waar hij/zij woont. Kan in een gesprek met een redactielid van de nieuwsbrief van het bedrijf reageren op vragen wie hij/zij is en waar hij/zij vandaan komt. Kan desgevraagd vertellen wat zijn/haar hobby's zijn. Opleiding Kan afspraken maken over planningen met mededeelnemer. Kan aangeven dat hij/zij honger heeft en wil gaan eten in de kantine. Kan aan mededeelnemer vertellen waar hij/zij woont. Kan in een gesprek met een redactielid van de schoolkrant reageren op vragen wie hij/zij is en waar hij/zij vandaan komt. Kan desgevraagd vertellen wat zijn/haar hobby's zijn. Dagelijks leven Kan voor volgende week vrijdag afspraak maken met vrienden om te gaan eten. Kan tegen de buurvrouw zeggen dat hij/zij honger heeft en gaat eten. Kan korte routebeschrijving begrijpen en herhalen. Kan in een gesprek met een redactielid van het verenigingsblad reageren op vragen wie hij/zij is en waar hij/zij vandaan komt. Kan bij een straatenquête vertellen wat zijn/haar hobby's zijn. Etc.
- 1. Informele gesprekken Werk Kan gesprekjes voeren met collega's over wat ze het weekend gedaan hebben of gaan doen, over hun huis, gezin, en dergelijke. Kan deelnemen aan small talk: gesprekjes over het weer, hobby's, TV, e.d. Kan instemming, waardering, blijdschap, afkeur uitdrukken. Kan een gesprekje voeren over actuele zaken met collega's. Kan plannen voor het weekend bespreken met collega's. Kan zijn/haar mening verwoorden in een gesprekje met collega's. Kan begrijpen waar collega's het over hebben wanneer ze onderling langzaam en duidelijk spreken. Opleiding Kan gesprekjes voeren met mededeelnemers over wat ze het weekend gedaan hebben of gaan doen, over hun huis, gezin, en dergelijke. Kan deelnemen aan small talk: gesprekjes over het weer, hobby's, TV, e.d. Kan instemming, waardering, blijdschap, afkeur uitdrukken. Kan een gesprekje voeren over actuele zaken met mededeelnemers. Kan plannen voor het weekend bespreken met mededeelnemers. Kan zijn/haar mening verwoorden in een gesprekje met mededeelnemers. Kan begrijpen waar docenten het over hebben wanneer ze onderling langzaam en duidelijk spreken. Dagelijks leven Kan gesprekjes voeren met bekenden over wat ze het weekend gedaan hebben of gaan doen, over hun huis, gezin, en dergelijke. Kan deelnemen aan small talk: gesprekjes over het weer, hobby's, TV, e.d. Kan instemming, waardering, blijdschap, afkeur uitdrukken. Kan een gesprekje voeren over actuele zaken met vrienden. Kan plannen voor het weekend bespreken met vrienden. Kan zijn/haar mening verwoorden in een gesprekje met de buurman. Kan begrijpen waar buren het over hebben wanneer ze onderling langzaam en duidelijk spreken. Etc.
- 2. Bijeenkomsten en vergaderingen Opleiding Kan tijdens een groepsgesprek eigen mening geven, als dat rechtstreeks gevraagd wordt en hij/zij eventueel kan vragen om herhaling. Kan tijdens een MR-vergadering zijn/haar bezwaren kenbaar maken tegen bijvoorbeeld veranderingen in het rooster, als rechtstreeks om zijn/haar mening gevraagd wordt. Werk Kan tijdens een werkoverleg eigen mening geven, als dat rechtstreeks gevraagd wordt en hij/zij eventueel kan vragen om herhaling. Dagelijks leven Kan tijdens een verenigingsvergadering eigen mening geven over een voorstel, als dat rechtstreeks gevraagd wordt en hij/zij eventueel kan vragen om herhaling. Kan tijdens een ouderraad zijn/haar bezwaren kenbaar maken tegen bijvoorbeeld de introductie van een vierdaagse schoolweek, als dat rechtstreeks gevraagd wordt. Etc.
- 3. Zaken regelen Werk Kan hulp vragen en aanbieden. Kan vragen naar afdelingen voor bepaalde diensten. Kan verduidelijking vragen bij een salarisbriefje. Kan vragen om goederen uit het magazijn. Kan informeren naar de prijzen van broodjes in de kantine. Kan aangeven dat hij/zij het gesprek kan volgen of niet. Opleiding Kan met mededeelnemer overleggen over een gezamenlijk te maken werkstuk. Kan afspraken maken over planning van een project. Kan informeren naar toelatingsvoorwaarden. Kan boeken bestellen in de schoolboekhandel. Kan informeren naar het schoolreisje. Kan aangeven dat hij/zij het gesprek kan volgen of niet. Dagelijks leven Kan met de buurman overleggen over het gezamenlijk plaatsen van een schutting. Kan met de buurtvereniging afspraken maken over een grote schoonmaakactie in de buurt. Kan met de oudervereniging een schoolfeest organiseren. Kan een treinkaartje kopen. Kan informeren naar aankomst- en vertrektijden van treinen en bussen. Kan een paspoort aanvragen. Kan informatie vragen over activiteiten in de omgeving. Kan aangeven dat hij/zij het gesprek kan volgen of niet. Etc.
- 4. Informatie uitwisselen Werk Kan met collega's bespreken waar hij/zij mee bezig is. Kan klanten de weg wijzen in het gebouw. Kan desgevraagd persoonlijke informatie geven tijdens een eenvoudig sollicitatiegesprek. Kan vragen beantwoorden over zijn/haar dagelijks werk. Opleiding Kan vragen stellen over regels op school. Kan vragen stellen over presentieregeling. Kan informatie geven over openingstijden van de bibliotheek. Dagelijks leven Kan informatie geven over zijn/haar familie. Kan voorbijganger de weg wijzen naar het postkantoor. Kan vragen stellen en beantwoorden over hobby's. Kan antwoord geven op eenvoudige vragen tijdens telefonische enquêtes. Kan vragen beantwoorden over het land van herkomst voor verenigingsblaadje. Kan de storingsdienst bellen als de lift in het flatgebouw kapot is. Etc.
- 1. Monologen Werk Kan een beschrijving geven van zijn/haar huidige werkzaamheden. Kan een beschrijving geven van een collega. Opleiding Kan in grote lijnen beschrijven wat hij/zij doet op school. Dagelijks leven Kan een beschrijving geven van zijn/haar huis. Kan zijn/haar uiterlijk beschrijven.
- 2. Een publiek toespreken Werk Kan met behulp van een vooraf ingeoefende zin een spreker introduceren. Kan een korte tevoren opgeschreven speech voorlezen. Opleiding Kan met behulp van een vooraf ingeoefende zin een sportdag aankondigen. Kan met behulp van een vooraf ingeoefende zin een feest aankondigen. Dagelijks leven Kan een toost uitbrengen indien deze vooraf geoefend is.
- 1. Monologen Werk Kan aan collega's of familie/bekenden beschrijven hoe de nieuwe chef eruit ziet. Kan beschrijven hoe een werkdag eruit ziet. Kan beschrijven wat de belangrijkste activiteit op het werk is. Kan een eenvoudige uitleg geven aan een nieuwe collega over de werkzaamheden. Kan uitleggen hoe veel voorkomende procedures in zijn werk gaan. Kan aan een collega uitleg geven over de kopieermachine. Opleiding Kan globaal iets vertellen over een gevolgde cursus: duur, kosten, globale inhoud. Kan uitleggen hoe hij/zij een huiswerkopdracht uitgevoerd heeft. Kan beschrijven wat voor soort opleiding hij/zij volgt en voor welk beroep hij/zij opgeleid wordt. Kan eigen opleidingsachtergrond beschrijven. Kan aan mededeelnemer uitleg geven over hoe bijvoorbeeld de computer werkt. Kan uitleggen wat hij/zij van stage heeft geleerd. Dagelijks leven Kan bij de dokter vertellen wat de aard van een lichamelijke klacht is. Kan aan bekenden vertellen hoe eigen huis eruit ziet. Kan uitleggen hoe een bepaald gerecht klaargemaakt wordt. Etc.
- 2. Een publiek toespreken Werk Kan een heel eenvoudige voorbereide instructie verzorgen aan nieuwe collega's. Kan met enige voorbereiding algemene dingen vertellen over het bedrijf waar men werkzaam is (soort producten, aantal werknemers, soort klanten). Kan met enige voorbereiding een rondleiding verzorgen over de eigen afdeling of andere afdelingen waar men zelf bekend is. Kan met enige voorbereiding een uitleg geven over de belangrijkste instructies zijn bij calamiteiten op het werk. Opleiding Kan met enige voorbereiding een groepsindeling bekend maken, bijvoorbeeld op een sportdag. Kan met enige voorbereiding uitleg geven over een activiteit, bijvoorbeeld een schoolfeest aan een groep. Kan een kort van tevoren voorbereid verhaal houden over een bekend onderwerp. Kan met enige voorbereiding een verhaal vertellen over het bedrijf waar hij/zij stage heeft gelopen. Dagelijks leven Kan met enige voorbereiding iets vertellen over een vertrouwd onderwerp, bijvoorbeeld over het eigen land, eigen geboortestreek, over familie, op een avond in het buurthuis. Kan een voorbereide inleiding houden over de eigen cultuur, godsdienst, gewoonten etc. op een avond in het buurthuis. Etc.
- 1. Correspondentie Werk Kan een ansichtkaart met eenvoudige vakantiegroeten aan collega's schrijven. Opleiding Kan een ansichtkaart met eenvoudige vakantiegroeten aan een mededeelnemer schrijven. Dagelijks leven Kan een ansichtkaart met eenvoudige vakantiegroeten schrijven aan familie of vrienden. Etc.
- 2. Aantekeningen, berichten, formulieren Werk Kan voor een collega de tijd/datum/locatie van een afspraak noteren. Kan een korte aantekening in een werkagenda schrijven: afwezigheid, werktijden, voorraadinkoop. Kan een korte aantekening maken van een plaats of tijdstip, genoemd door de chef in een werkoverleg. Kan basisgegevens (personalia, e-mailadres, gironummer, vooropleiding/werk) over zichzelf noteren op een zeer eenvoudig aanmeldingsformulier voor een bedrijfscursus. Kan een eenvoudig kaartje maken om een artikel te koop aan te bieden (in de nieuwsbrief, op het prikbord). Opleiding Kan voor een medeleerling de tijd/datum/locatie van een afspraak noteren. Kan een korte notitie in een agenda schrijven. Kan basisgegevens (personalia, e-mailadres, gironummer, vooropleiding/werk) over zichzelf of over een familielid noteren op een zeer eenvoudig aanmeldingsformulier voor een cursus. Kan een eenvoudig kaartje maken om een artikel te koop aan te bieden (in de schoolkrant). Dagelijks leven Kan voor een kennis /buurvrouw de tijd/datum/locatie van een afspraak noteren. Kan in een kort eenvoudig berichtje aan een kennis /buurvrouwmedeleerling tijd/datum/locatie afspreken. Kan een cheque, acceptgiro, of betaalkaart invullen. Kan in een korte notitie een telefonische boodschap overbrengen (tijd, datum, plaats, locatie, telefoonnummer, wat te doen). Kan nummers en data, eigen naam, nationaliteit, adres, leeftijd, geboortedatum of aankomstdatum in een land, etc, schrijven op een inschrijvingsformulier. Etc.
- 4. Vrij schrijven Opleiding Kan schriftelijk antwoord geven op eenvoudige vragen als: Waar woon je? Woon je in een stad of in een dorp? Wat ga je vanmiddag doen? Kan (plaatjes van) een eenvoudige frequente dagelijkse handeling /gebeurtenis beschrijven: wat doet de man (op het plaatje)? (zitten, staan, lopen, gaan, eten, drinken, lezen, schrijven, etc.); Kan zichzelf of een denkbeeldige persoon voorstellen en beschrijven (Dit is Laura, ze heeft lang haar een ze heeft een bril...). Etc.
- 1. Correspondentie Werk Kan een kort bedankbriefje schrijven aan een collega. Kan een kort briefje/e-mailbericht aan een klant met verontschuldigingen voor een gemaakte fout overschrijven. Kan in een standaard fax of e-mailbericht de details van een afspraak doorgeven. Opleiding Kan briefje/e-mailbericht schrijven aan medeleerling met een bedankje voor de hulp. Kan briefje/e-mailbericht aan de docent met excuses voor vertraging (van inleveren van werkstuk) overschrijven. Kan een kort briefje schrijven om zichzelf afwezig te melden. Dagelijks leven Kan een ansichtkaart schrijven om te vertellen hoe de vakantie bevalt. Kan voor zichzelf of een familielid een bericht van verhindering schrijven voor tandarts/dokter, etc. Kan een kort briefje schrijven om voor een kind vrij te vragen van school. Kan een gesprek over een kind aanvragen met een kort briefje aan de leerkracht. Kan een begeleidend briefje schrijven bij het opsturen van een formulier of een pakje.
- 2. Aantekeningen, berichten, formulieren Werk Kan verlof aanvragen met behulp van een standaardformulier. Kan een bestelling noteren op een standaardformulier. Kan in een kort berichtje voor een collega een boodschap doorgeven, in trefwoorden. Kan een korte notitie maken van iets dat de chef in een werkoverleg zegt. Kan voor zichzelf een lijstje maken met aantekeningen voor een gesprek met een leidinggevende. Kan informatie over zichzelf noteren op een eenvoudig aanmeldingsformulier voor een bedrijfscursus (vooropleiding, beschikbaarheid). Kan een eenvoudig kaartje maken om een artikel/diensten te koop aan te bieden of te vragen (in de nieuwsbrief, op het prikbord). Opleiding Kan accuraat huiswerk noteren in de agenda. Kan op een eenvoudig aanvraagformulier voor studiepakket de benodigde gegevens noteren. Kan een korte notitie maken van iets dat de docent zegt in de klas. Kan een eenvoudig kaartje maken om een artikel of diensten te koop aan te bieden of te vragen (in de schoolkrant). Dagelijks leven Kan een telefonisch doorgegeven boodschap noteren voor een huisgenoot, in trefwoorden. Kan in een e-mailbericht aan een kennis een afspraak maken met betrekking tot activiteit (hobby, sporten, fietsen, boodschappen). Kan een korte notitie in een agenda schrijven (privé-afspraken). Kan een eenvoudig kaartje maken om een artikel /diensten te koop aan te bieden of te vragen (in regionale krant, wijkblad). Etc.
- 4. Vrij schrijven Werk Kan opschrijven welk werk hij/zij graag zou doen. Kan opschrijven welk werk hij/zij al gedaan heeft en hoe hij/zij dat vond. Opleiding Kan opschrijven welke opleiding hij/zij wil kiezen en waarom. Kan opschrijven welke opleiding hij/zij al gevolgd heeft en hoe hij/zij dat vond. Kan een fictief verhaaltje schrijven bij een afbeelding of foto gestuurd door een aantal vragen/aandachtspunten. Kan opschrijven wat er gebeurt naar aanleiding van een serie afbeeldingen. Kan opschrijven wat er gebeurt naar aanleiding van een praktijkopdracht. Kan een kort verhaaltje schrijven over de eigen familie (samenstelling, karakteristieken). Etc.