Art. 3.19 Besluit diergeneesmiddelen, Vrijstelling of ontheffing diergeneesmiddelen voor specifieke diersoorten
1. Onze Minister kan van het verbod, bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, van de wet inzake het in de handel brengen van een diergeneesmiddel ambtshalve vrijstelling verlenen voor diergeneesmiddelen die geen substanties bevatten die bij toepassing een veterinaire controle vereisen en die uitsluitend bestemd zijn voor toepassing bij:
a. aquariumvissen;
b. kooivogels;
c. postduiven;
d. terrariumdieren;
e. kleine knaagdieren;
f. niet voor dierlijke producten gehouden fretten, of
g. niet voor dierlijke producten gehouden konijnen.
2. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld om te voorkomen dat diergeneesmiddelen als bedoeld in het eerste lid ten onrechte bij andere diersoorten worden toegepast.
3. In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister op aanvraag een ontheffing verlenen met overeenkomstige toepassing van het eerste lid.