Art. 3.16 Besluit diergeneesmiddelen, Vrijstelling van de vergunning voor het in de handel brengen voor werkzame substanties
Onze Minister kan ambtshalve vrijstelling verlenen van het verbod, bedoeld in artikel 2.19, eerste lid, van de wet inzake het in de handel brengen van een diergeneesmiddel, indien:
a. de werkzame substantie niet met het oog op toepassing als diergeneesmiddel op de markt wordt gebracht;
b. de fabrikant of importeur niet beweert dat sprake is van een voldoende werkzaamheid als bedoeld in artikel 2.19, derde lid, onderdeel a, onder 1°, van de wet, en
c. het diergeneesmiddel naar het oordeel van Onze Minister aan het gestelde bij of krachtens artikel 2.19, derde lid, onderdelen a tot en met c, van de wet voldoet.