Art. 1 Tijdelijke regeling mandaat, volmacht en machtiging Rijksvastgoed

Tijdelijke regeling mandaat, volmacht en machtiging Rijksvastgoed

Mandaten, ondermandaten, volmachten en machtigingen die op 4 november 2012 van kracht waren ten behoeve van functionarissen van het Ministerie van Financiën ten aanzien van de aangelegenheden die de hieronder onder b tot en met f bedoelde dienstonderdelen van het Ministerie van Financiën betroffen, worden aangemerkt als mandaten, volmachten en machtigingen die zijn verleend door de Minister voor Wonen en Rijksdienst aan:

a. de secretaris-generaal van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

b. de algemeen directeur Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf;

c. de directeur van de directie Ontwikkeling;

d. de directeur van de directie Vastgoed;

e. de directeur van de directie Rijksvastgoed;

f. de functionarissen aan wie door of namens de algemeen directeur van het Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf ondermandaat, volmacht of machtiging is verleend;

ten aanzien van de aangelegenheden die hun dienstonderdelen betreffen.