Bijlage 1 Besluit experiment prestatiebekostiging hoger onderwijs: beoordelingskader prestatieafspraken 2013–2016 behorend bij het Besluit experiment prestatiebekostiging hoger onderwijs
Besluit experiment prestatiebekostiging hoger onderwijs
Op basis van het beoordelingskader zal de Reviewcommissie hoger onderwijs en onderzoek (RC) adviseren1 Voor een volledige taakomschrijving, zie Besluit van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 28 februari 2012, nr. HO&S/355166, houdende instelling van de Commissie voor kwaliteit, profilering en valorisatie in het hoger onderwijs en onderzoek, kortweg de Reviewcommissie hoger onderwijs en onderzoek (Instellingsbesluit Reviewcommissie hoger onderwijs en onderzoek). aan de staatssecretaris2 In het vervolg van deze notitie wordt waar de staatssecretaris (van OCW) staat tevens de minister van EL&I bedoeld voor wat betreft het groene onderwijs en onderzoek. over: Het gaat daarbij om de volgende vragen: Zoals afgesproken in de hoofdlijnenakkoorden zullen de prestatieafspraken betrekking hebben op onderwijskwaliteit en studiesucces, profilering van onderwijs en onderzoek, en valorisatie. De RC zal de voorstellen van de instellingen beoordelen in het licht van hun profiel, de prestaties die zij de afgelopen jaren gerealiseerd hebben en hun ambities voor de toekomst. Daarom wordt van de instellingen gevraagd om aanvullend op hun voorstellen voor de prestatieafspraak een beschrijving te geven van hun profiel, van de prestaties die zij de afgelopen jaren hebben gerealiseerd en van hun ambities voor de komende jaren. In de profielbeschrijving dienen instellingen aan te geven wat hun prioriteiten zijn ten aanzien van de profieldimensies onderwijs, onderzoek en valorisatie en op welke doelgroepen zij zich richten. Het instellingsvoorstel moet de drie volgende elementen bevatten: De instelling wordt ten eerste gevraagd het huidige instellingsprofiel te beschrijven, waarbij onderscheid wordt gemaakt naar de profieldimensies onderwijs, onderzoek en valorisatie. Het is aan de instelling om aan te geven welke dimensies men in welke mate relevant acht voor het instellingsprofiel. De RC vraagt ten tweede aan de instelling om in het voorstel aan te geven welke stra
- 1. Inleiding
- 2. Werkwijze
- 3. Beoordelingskader
- 3.1 Algemeen
- 3.2 Ambitieniveau en realiteitsgehalte
- 3.3 Aansluiting bij nagestreefde ontwikkelingen op stelselniveau
- 3.4 Uitvoerbaarheid
- 4. Zwaartepuntvorming
- 4.1 Innovatiecontracten, Human Capital Agenda’s voor de topsectoren, Masterplan Bèta en Technologie
- 4.2 de Centres of Expertise (CoE’s) in het hbo
- 4.3 EU-programma’s: «Horizon 2020» en «Erasmus for all»
- 4.4 Sectorplannen
- • de voorstellen van individuele instellingen voor prestatieafspraken over kwaliteit en studiesucces, profilering en valorisatie.
- • de toekenning van een selectief budget voor profilering en zwaartepuntvorming aan individuele instellingen.
- 1. Kan de RC de staatssecretaris adviseren de door de instelling voorgestelde prestatieafspraak te ondertekenen? Daarbij is extra aandacht vereist voor de inzet van de instelling bij onderwijskwaliteit en studiesucces. In 2016 wordt beoordeeld of de afgesproken prestaties over de periode tot en met 2015 zijn gerealiseerd. Dit oordeel bepaalt of en in hoeverre de middelen voor «kwaliteit en studiesucces» (voorwaardelijke financiering) in de periode 2017–2020 worden gecontinueerd.
- 2. Welke voorstellen van instellingen komen vanaf 2013 in aanmerking voor (hoeveel) extra geld uit het selectieve budget?
- • de ambities voor onderwijs, onderzoek en/of valorisatie uitgedrukt in kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen, die tijdens de review in 2016 kunnen worden geëvalueerd.
- • de voornemens met betrekking tot het bijstellen van het onderwijs- en onderzoekaanbod met het oog op het nagestreefde profiel.
- • het ambitieniveau en realiteitsgehalte;
- • de aansluiting bij gewenste ontwikkelingen op stelselniveau;
- • de uitvoerbaarheid.
- • ambitieniveau en realiteitsgehalte (3.2);
- • aansluiting bij gewenste ontwikkelingen op stelselniveau (3.3);
- • uitvoerbaarheid (3.4).
- • Is er sprake van een adequaat voorstel voor een prestatieafspraak?
- • Komt de instelling in aanmerking voor extra – en zo ja, hoeveel – geld uit het «selectieve budget»?
- • ambitieniveau en realiteitsgehalte: 25%
- • aansluiting bij gewenste ontwikkelingen op stelselniveau: 50%
- • uitvoerbaarheid: 25%.
- – 12 t/m 14 punten = goede voorstellen: 2
- – 15 t/m 17 punten = zeer goede voorstellen: 3
- – 18 t/m 20 punten = excellente / de beste voorstellen: 5
- – Het CoE past in het profiel van de instelling; het gaat om integrale zwaartepuntvorming rond onderwijs en onderzoek, gebaseerd op de (economische) zwaartepunten in de regio.
- – Er is sprake van co-financiering en publiek-private samenwerking. Voor de CoE’s in de zorg en het onderwijs geldt de eis tot co-financiering niet als harde voorwaarde, wel is het een pre als er financiële publiek-private samenwerking is.
- • ambities op valorisatiegebied en de concretisering hiervan, waaronder:
- • de wijze waarop de instelling valorisatie in de organisatie (inclusief onderwijs in ondernemendheid en ondernemerschap) en het HRM-beleid verankert.
- • wat tot 2015 in onderwijs in ondernemendheid en ondernemerschap alsmede in kennisbenutting van het praktijkgericht onderzoek is bereikt en welke stappen de instelling daarvoor zet;
- • hoe de instelling organisatorisch en qua professionele infrastructuur (in het HRM-beleid) kennisbenutting en ondernemerschapsonderwijs verankert.
- • de mate waarin wordt aangesloten op een of beide hoofdprioriteiten (zwaartepuntvorming en differentiatie van het onderwijs) en
- • hoe dit tot uitdrukking komt in de nagestreefde profielen.
- • de samenhang tussen de voorgenomen ambities, de te nemen beslissingen en de in te voeren maatregelen;
- • recente succesvolle initiatieven die aansluiten bij de geformuleerde ambities;
- • de beschikbare capaciteit en middelen;
- • de verankering in de instelling(strategie), alsmede een duurzame consistente aanpak.
- 1. de Innovatiecontracten (2012) en de «Human Capital agenda’s (2012) voor de topsectoren; Masterplan Bèta en Technologie;
- 2. de gewenste Centres of Expertise (CoE) in het hbo;
- 3. de EU-programma’s ten aanzien van onderzoek («Horizon 2020») en onderwijs («Erasmus for all»);
- 4. de relevante sectorplannen.
- • Agrofood
- • Chemie
- • Creatieve Industrie
- • Energie
- • High tech
- • Life sciences
- • Logistiek
- • Tuinbouw
- • Water
- • Speerpunt 1: Grotere instroom van bèta- technologiegediplomeerden in de topsectoren
- • Speerpunt 2: Continue afstemming onderwijs – arbeidsmarkt
- • Speerpunt 3: Binden, boeien en ontwikkelen van bèta- en technische mensen
- • Speerpunt 4: Vergroot het internationaal perspectief op de arbeidsmarkt
- • Het CoE past in het profiel van de instelling; het gaat om integrale zwaartevorming rond onderwijs en onderzoek, gebaseerd op de (economische) zwaartepunten in de regio.
- • Er is sprake van co-financiering en publiek-private samenwerking. Voor de CoE’s in de zorg en het onderwijs geldt de eis tot co-financiering niet als harde voorwaarde, wel is het een pre als er financiële publiek-publieke samenwerking is.
- • gezondheidszorg, demografische veranderingen en welzijn;
- • voedselveiligheid, duurzame landbouw, marien en maritiem onderzoek en de bio-economie;
- • veilige, schone en efficiënte energie;
- • slim, groen en geïntegreerd vervoer;
- • klimaatbeleid, hulpbronefficiëntie en grondstoffen;
- • inclusieve, innoverende en veilige samenlevingen.
- • Geesteswetenschappen (wo, 2008)
- • Natuur- en scheikunde (wo, 2010)
- • Technologie / drie TU’s (wo, 2004 en 2011)
- • Alfa- en gammawetenschappen (SA en HLA, 2011)
- • Hbo Noord Nederland 2010–2015 (2010)
- • Kunstvakonderwijs (hbo, 2011)
- • Sectorale verkenning hbo techniek in bedrijf (hbo, 2011)
- • Sectorale verkenning gezondheidszorg (hbo, gepland in 2012)
- • Hoger agrarisch beroepsonderwijs 2011–2015 (2011)
- • Sectorale agenda Lerarenopleidingen (voorjaar 2012)