Bijlage 1 Regeling Tijdelijke wet ambulancezorg: referentiekader spreiding en beschikbaarheid ambulancezorg 2019
Regeling Tijdelijke wet ambulancezorg
Referentiekader spreiding en beschikbaarheid ambulancezorg 2019 Dit rapport bevat een erratum d.d. 02-12-2019 na pagina 46 RIVM Briefrapport 2019-0157 Publiekssamenvatting Op basis van ritgegevens over het jaar 2018 heeft het RIVM berekend hoeveel ambulances er in Nederland nodig zijn. Op werkdagen overdag zijn er 626 ambulances nodig, twaalf meer dan uit de doorrekening over 2017 bleek. De berekeningen wijzen uit dat er op zaterdagen overdag twaalf en op zondagen overdag elf ambulances meer nodig zijn dan in het referentiekader-2018 was bepaald. De stijging op landelijk niveau van twaalf ambulances is groter dan in het referentiekader-2018. Toen waren er nog vijf ambulances meer nodig ten opzichte van het voorgaande jaar. De toename komt doordat er 2 procent meer spoedeisende inzetten waren dan in 2017. Ook steeg de gemiddelde ritduur in 2018: met 3,2 procent voor inzetten voor levensbedreigende situaties (A1-urgentie), met 2,4 procent voor inzetten voor niet levensbedreigende situaties (A2-urgentie), en met 5,8 procent voor planbare inzetten. Het aantal inzetten in de planbare ambulancezorg daalde met 3,0 procent. De benodigde capaciteit van de ambulancezorg in Nederland wordt berekend met behulp van een zogeheten referentiekader. Dit kader definieert het aantal ambulances waarmee de ambulancezorg in Nederland kan worden uitgevoerd. Dit gebeurt op basis van een aantal randvoorwaarden, zoals de tijd na een melding waarbinnen een ambulance ter plaatse moet zijn en de spreiding van de standplaatsen over het land. In opdracht van het Ministerie van VWS heeft het RIVM het referentiekader in 2019 geactualiseerd met cijfers over het gebruik van ambulancezorg in Nederland in 2018. Kernwoorden: ambulancezorg, referentiekader, spreiding en beschikbaarheid, capaciteitsmodel Synopsis Based on production data for 2018, RIVM calculated how many ambulances are needed in the Netherlands. On workdays 626 ambulances are needed during the day, twelve more than calculated for 2017. O
- 1. Inzetten zonder valide tijdsregistratie Deze inzetten worden niet meegenomen in de capaciteitsberekeningen omdat deze niet kunnen worden toegedeeld naar uur van de dag. In totaal zijn hierdoor 1.056 inzetten uitgefilterd, dit komt overeen met bijna 0,8 promille van de totale productie in 2018. Dat is een vertienvoudiging ten opzichte van de ritgegevens over 2017.
- 2. Inzetten van rapid responders 2 Een rapid responder, ook wel ‘solo-ambulance’ genoemd, is een ambulanceverpleegkundige die zelfstandig een inzet verzorgt, al dan niet in afwachting van een ambulance of andere zorgverlener. Een rapid responder kan zorg verlenen op ALS-niveau (Advanced Life Support), maar heeft geen mogelijkheid tot vervoer van de patiënt. Het voertuig van de rapid responder is een fiets, motor of een auto (zonder de mogelijkheid tot ‘liggend’ vervoer). met inzet van een tweede voertuig De inzet van de rapid responder waarbij er een tweede voertuig is ingezet wordt in het referentiekader als ‘dubbel’ gezien en niet meegenomen in de productie. In totaal worden om deze reden 11.327 inzetten uitgefilterd, dit is 0,9% van het totaal aantal spoedeisende inzetten in 2018. Ten opzichte van de ritgegevens over 2017 is er een lichte stijging van 4,3% van het aantal uitgefilterde rapid responder inzetten.
- 3. Ambulancedienst Schiphol Inzetten van de ambulancedienst van Schiphol worden niet meegenomen in de capaciteitsberekeningen. In 2018 waren deze inzetten niet in de productiecijfers van RAV Kennemerland meegenomen, cijfers van de ambulancedienst van Schiphol hoefden dus niet te worden uitgefilterd.
- − de gemiddelde ritduur voor spoedritten is gebaseerd op ritten met een ritduur kleiner dan 4 uur;
- − de gemiddelde ritduur voor planbare ambulancezorg is gebaseerd op ritten met een ritduur groter dan 10 minuten en kleiner dan 8 uur.
- − inzetten van andere vervoerders, tenzij de andere vervoerder in opdracht van de RAV een reguliere inzet verzorgde;
- − inzetten uitgevoerd voor een andere zorgaanbieder (first-responder, huisarts, thuiszorg) of organisatie (zoals KNRM, SAR, Koninklijke Marine);
- − inzetten in dienst van de GHOR, OvDG, GGD, RGF4GHOR = Geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio; OvDG = Officier van dienst geneeskundig; GGD = Gemeentelijke gezondheidsdienst; RGF = Regionaal geneeskundig functionaris;
- − MICU en PICU5MICU = Mobiele intensive care unit; PICU = Pediatrische intensive care unit inzetten, tenzij deze voertuigen in de reguliere paraatheid worden ingezet;
- − standby-inzetten, voor evenementen of multidisciplinaire bijstandverlening;
- − inzetten voor training of voor onderhoud voertuigen.
- – voorwaardescheppende inzetten6Voorwaardescheppende inzetten zijn inzetten die worden gedaan in het kader van Dynamisch ambulance management om de paraatheid/dekking in een gebied te verbeteren. Een ambulance wordt dan verplaatst naar een strategische locatie zonder een opdracht voor hulpverlening.;
- – geannuleerde inzetten.
- – inzetten uitgevoerd door een andere RAV.
- 1. Inzetten zonder tijdsregistratie Deze inzetten worden niet meegenomen in de capaciteitsberekeningen omdat deze niet kunnen worden toegedeeld naar het uur van de dag. In totaal worden uit de 2018-productiecijfers hierdoor 1.056 inzetten uitgefilterd: 296 A1-inzetten, 290 A2-inzetten en 470 inzetten met B-urgentie. Dit komt overeen met 0,08% van de totale productie in 2018.
- 2. Inzetten van rapid responders met een ‘vervolgauto’ Inzetten van rapid responder7Een rapid responder, ook wel ‘solo-ambulance’ genoemd, is een ambulanceverpleegkundige die zelfstandig een inzet verzorgt, al dan niet in afwachting van een ambulance of andere zorgverlener. Een rapid responder kan zorg verlenen op ALS-niveau (Advanced Life Support), maar heeft geen mogelijkheid tot vervoer van de patiënt. Het voertuig van de rapid responder is een fiets, motor of een auto (zonder de mogelijkheid tot ‘liggend’ vervoer). waarbij er ook een ambulance is ingezet ten behoeve van vervoer van de patiënt worden niet meegenomen in de productie. De inzet voor het vervoer van de patiënt wordt wel meegenomen. Inzetten van rapid responders zonder vervoer van de patiënt worden wel meegenomen in de selecties. In totaal gaat het om 13.327 inzetten die worden uitgefilterd: 5.681 A1-inzetten en 5.646 A2-inzetten. Dit komt overeen met 0,86% van het totaal aantal spoedeisende inzetten in 2018.
- 3. Ambulancedienst Schiphol Inzetten van de ambulancedienst van Schiphol worden niet meegenomen in de capaciteitsberekeningen. In 2018 waren deze inzetten niet in de productiecijfers van RAV Kennemerland meegenomen, cijfers van de ambulancedienst van Schiphol hoefden dus niet te worden uitgefilterd.
- (1) Pagina 3: Publiekssamenvatting – eerste en tweede alinea Op basis van ritgegevens over het jaar 2018 heeft het RIVM berekend hoeveel ambulances er in Nederland nodig zijn. Op werkdagen overdag zijn er 622 ambulances nodig, acht meer dan uit de doorrekening over 2017 bleek. De berekeningen wijzen uit dat er op zaterdagen en zondagen overdag negen ambulances meer nodig zijn dan in het referentiekader-2018 was bepaald. De stijging op landelijk niveau van acht ambulances is groter dan in het referentiekader-2018. Toen waren er nog vijf ambulances meer nodig ten opzichte van het voorgaande jaar. De toename komt doordat er 2 procent meer spoedeisende inzetten waren dan in 2017. Ook steeg de gemiddelde ritduur in 2018: met 1,9 procent voor inzetten voor levensbedreigende situaties (A1-urgentie), met 1,8 procent voor inzetten voor niet levensbedreigende situaties (A2-urgentie), en met 4,6 procent voor planbare inzetten. Het aantal inzetten in de planbare ambulancezorg daalde met 3,0 procent.
- (2) Pagina 5: Synopsis – eerste en tweede alinea Based on production data for 2018, RIVM calculated how many ambulances are needed in the Netherlands. On workdays 622 ambulances are needed during the day, eight more than calculated for 2017. On workdays in the evening, seven more ambulances are needed. On weekends, this varies between three and nine ambulances, depending on the day and time. The increase of the number of ambulances needed is more than in 2017. In 2017, compared to the year before, five more ambulances were needed. The slight increase in the number of ambulances needed is related to the increase in the number of emergency ambulance services and the average service time in 2018. The number of emergency services increased by 2.0 percent, the number of planned services decreased by 3.0 percent. The average service time increased by 1.9 percent for emergency services with A1-urgency, by 1.8 percent for A2-urgent services and by 4.6 percent for planned services.
- (3) Pagina 9: Samenvatting – vierde alinea Gemiddelde ritduur De gemiddelde ritduur is geschat aan de hand van een selectie van ritten met valide tijdenregistratie. Landelijk is de gemiddelde ritduur van alle soorten inzetten (urgent en planbaar) toegenomen: met 1 minuut en 13 seconden (A1-urgentie), 1 minuut en 6 seconden (A2-urgentie) en 3 minuten en 43 seconden (B-urgentie).
- (4) Pagina 10: Samenvatting – eerste en tweede alinea Uren ambulancezorg in de capaciteitsberekening De capaciteitsberekeningen van het referentiekader worden uitgevoerd op regionaal niveau, met differentiatie naar dagsoort en uur van de dag. In het model wordt op detailniveau het aantal uren ambulancezorg bepaald waarvoor ambulancecapaciteit nodig is. In totaal gaat het referentiekader uit van 1.512.962 uren verleende ambulancezorg in 2018, een stijging van 3,1% ten opzichte van 2017. Daarvan zijn 1.053.683 uren spoedeisende ambulancezorg en 459.279 uren planbare ambulancezorg. Ten opzichte van 2017 is het aantal geleverde uren spoedeisende ambulancezorg in 2018 met 3,8% gestegen. De stijging van het aantal uren planbare ambulancezorg was 1,5%. Ten opzichte van het totaal aantal van 8.760 beschikbare uren op jaarbasis werd door de Nederlandse ambulancezorg in 2018 elk uur 173 uur ambulancezorg geleverd. Een stijging van 5 uur (3,1%) ten opzichte van 2017. Op werkdagen overdag (8–16 uur) zijn 622 ambulances nodig. Dit zijn acht meer dan in het referentiekader-2018. Op werkdagen in de avonduren (16–24 uur) zijn er zeven ambulances meer nodig, in de nachturen (0–8 uur) zijn er drie ambulances meer nodig dan in het referentiekader-2018. Op zaterdagen en zondagen varieert het aantal extra benodigde ambulances tussen +3 en +9. Omgerekend naar het aantal benodigde diensten betekent dit dat volgens het referentiekader-2019 er 8.990 diensten ambulancezorg nodig zijn, 1,4% meer dan in 2018 was berekend. Een dienst is hierbij gedefinieerd als het verlenen van 8 uur ambulancezorg door een ambulanceteam. Voor het verlenen van ambulancezorg over een etmaal zijn dan drie diensten nodig.
- (5) Pagina 18: Tabel 2.2, aandeel in totale productie was niet correct 1 De productie 2018 is conform Tabel 2.1.
- (6) Pagina 21: paragraaf 2.3 Gemiddelde ritduur – derde alinea Landelijk is de gemiddelde ritduur van A1-inzetten in 2018 met 1 minuut en 13 seconden toegenomen naar 64 minuten en 47 seconden. De gemiddelde ritduur van A2-inzetten is met 1 minuut en 6 seconden toegenomen naar 63 minuten en 30 seconden. De gemiddelde ritduur van planbare ambulancezorg is in 2018 met 3 minuten en 43 seconden toegenomen tot 84 minuten en 22 seconden.
- (7) Pagina 22: paragraaf 2.3 Gemiddelde ritduur – Tabel 2.5
- (8) Pagina 23: Hoofdstuk 3 Referentiekader spreiding en beschikbaarheid 2019 – tweede alinea Input: aantal uren ambulancezorg Het capaciteitsmodel van het referentiekader berekent het aantal benodigde ambulances aan de hand van de ritgegevens in hoofdstuk 2. Voor het referentiekader wordt uitgegaan van 1.512.962 uren ambulancezorg, waarvan 1.053.683 uren spoedeisende inzetten en 459.279 uren planbare ambulancezorg. Het referentiekader-2019 gaat uit van 3,1% meer uren ambulancezorg dan het referentiekader-2018.
- (9) Pagina 24: eerste en tweede alinea Uitkomsten: aantal ambulances Het eindresultaat van het capaciteitsmodel is het aantal benodigde ambulances per dagsoort en per blok van acht uren. Tabel 3.1 geeft de resultaten van het referentiekader-2019 per regio, dagsoort en blok van acht uren, tabel 3.2 geeft het verschil met het referentiekader-2018. In Nederland zijn op werkdagen overdag 622 ambulances nodig. Dat zijn acht meer dan in het referentiekader-2017. Op zaterdagen en zondagen overdag zijn negen ambulances meer nodig. In de avonduren zijn er zeven (werkdagen en zaterdagen) of zes (zondagen) meer ambulances nodig, in de nacht vier (zaterdagen) of drie (werkdagen en zondagen) Op basis van het aantal benodigde ambulances is het aantal diensten per week bepaald. Een dienst is hier gedefinieerd als een werkduur van een ambulanceteam van 8 uur. Er wordt geen onderscheid gemaakt naar dienstvorm (parate dienst, aanwezigheidsdienst of 24-uurs dienst). Het aantal diensten is berekend door het aantal ambulances over de dagsoorten en blokuren op te tellen, waarbij het aantal ambulances op werkdagen vermenigvuldigd is met een factor vijf, conform het aantal werkdagen in een week. Tabel 3.3 geeft het aantal benodigde diensten per week. In heel Nederland zijn per week 8.990 diensten nodig. Dat zijn 128 meer dan in het referentiekader-2018, een toename van 1,4%.
- (10) Pagina 25, 26 en 27: Tabellen 3.1, 3.2 en 3.3
- (11) Pagina 29, Hoofdstuk 4 Conclusies en discussie – tweede, derde en vierde alinea: Productiestijging De productie van de Nederlandse ambulancezorg wordt door Ambulancezorg Nederland gepubliceerd op de website Sectorkompas Ambulancezorg. Het totaal aantal inzetten in 2018 was 1.322.844. Voor het referentiekader worden op basis van uitgangspunten van het referentiekader 11.913 inzetten uit de productie gefilterd. Het merendeel van de uitgefilterde inzetten zijn inzetten van een rapid responder waarbij een tweede voertuig is ingezet voor vervoer van de patiënt. Op basis van deze filters wordt 0,9% van de productie uit de selectie gefilterd. Het referentiekader-2019 gaat uit van 1.310.461 inzetten, waarvan 608.682 met A1-urgentie, 374.845 met A2-urgentie en 326.934 inzetten in de planbare ambulancezorg (B-urgentie). In vergelijking met de cijfers voor het referentiekader-2018 is dat een productiestijging van 0, %. Tussen regio’s bestaan grote verschillen in productiegroei, de groei van de totale productie varieert tussen -4,0% en +5,0%. De capaciteitsberekeningen van het referentiekader gaan uit van een schatting van het aantal uren ambulancezorg in 2018. Hiervoor is de gemiddelde ritduur van belang. Landelijk is de gemiddelde ritduur van alle soorten inzetten toegenomen: met 1 minuut en 13 seconden (A1-urgentie), ruim 1 minuut (A2) en met drie minuten en ruim veertig seconden (B urgentie). In het capaciteitsmodel wordt gerekend op het niveau van regio, dagsoort en uur van de dag en zijn de gemiddelde ritduren gedifferentieerd. In totaal wordt voor het referentiekader uitgegaan van 1.512.962 uren ambulancezorg, waarvan 1.053.683 uren spoedeisende inzetten en 459.279 uren planbare ambulancezorg. Het referentiekader-2019 gaat uit van 3,1% meer uren ambulancezorg dan het referentiekader-2018. Deze productiestijging in de Nederlandse ambulancezorg leidt er toe dat er op werkdagen overdag 622 ambulances nodig zijn. Dat zijn er acht meer ten opzichte van het referentiekader-2018. Op zaterdagen en zondagen overdag zijn negen meer ambulances nodig. In de avonduren zijn er zeven (werkdagen en zaterdagen) of zes (zondagen) meer ambulances nodig. In de nachturen zijn dit er vier (zaterdagen) of drie (werkdagen en zondagen). Volgens het referentiekader-2019 zijn er 8.990 diensten nodig. Het aantal diensten is berekend door het aantal ambulances over de dagsoorten en blokuren op te tellen, waarbij het aantal ambulances op werkdagen vermenigvuldigd is met een factor vijf, het aantal werkdagen in een week. Ten opzichte van het referentiekader-2018 zijn in 2019 128 meer diensten nodig, een toename van 1,4% ten opzichte van het referentiekader-2018.
- (12) Pagina 30, derde alinea, eerste zin: Stijging van het aantal benodigde ambulances De stijging van 3,1% in 2018 van het aantal uren ambulancezorg in de cijfers voor het referentiekader leidt tot een stijging van 1,4% van het aantal diensten: van 8.862 diensten in het referentiekader-2018 tot 8.990 in het referentiekader-2019.