Art. 10.1 Regeling zeevarenden, Eerste afgifte
Voor de verkrijging van een vaarbevoegdheidsbewijs of een bekwaamheidsbewijs, legt de aanvrager de volgende bescheiden over aan Onze Minister:
a. een door hem ingevuld en ondertekend aanvraagformulier;
b. een geldig identiteitsbewijs waaruit zijn nationaliteit blijkt;
c. een recente pasfoto;
d. het originele kennisbewijs of bekwaamheidsbewijs op grond waarvan afgifte wordt gevraagd;
e. de voor het gewenste vaarbevoegdheidsbewijs vereiste bekwaamheidsbewijzen en schriftelijke bewijzen;
f. de originele geldige geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart, bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de wet; en
g. een bewijs dat is voldaan aan de vereiste ervaring voor het gewenste bewijs.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Zeeland-West-Brabant 23 december 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:7975
- Rb. Zeeland-West-Brabant 23 december 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:7969
- Rb. Noord-Holland 19 februari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:2451
- Rb. Midden-Nederland 29 augustus 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:5209
- Rb. Midden-Nederland 15 december 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:5437