Art. 1 Besluit bewapening en uitrusting politie, Bewapening en uitrusting

Besluit bewapening en uitrusting politie

1. In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. ambtenaar: de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a of c, van de Politiewet 2012, met een rang als bedoeld in artikel 1, onderdelen a tot en met h, van het Besluit rangen politie;

b. pistool: semi-automatisch pistool, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter;

c. semi-automatisch schoudervuurwapen: semi-automatisch schoudervuurwapen, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter;

d. automatisch schoudervuurwapen: automatisch schoudervuurwapen, kaliber 9 millimeter maal 19 millimeter;

e. granaatwerper: een granaatwerper, kaliber 40mm;

f. repeteervuurwapen: een repeteervuurwapen, kaliber 12;

g. pepperspray: spuitbus met Oleoresin Capsicum (OC) of Pelargonylvanillylamide (PAVA);

h. aanhoudings- en ondersteuningsteam: een aanhoudings- en ondersteuningsteam als bedoeld in artikel 12, onder a, van het Besluit beheer politie;

i. aspirant: de aspirant en vrijwilliger-aspirant, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie;

j. surveillant van politie: de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 2, onderdelen a of c, van de Politiewet 2012, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, met de rang, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit rangen politie;

k. stroomstootwapen: een apparaat dat door het afgeven van een elektrische stroomstoot een persoon weerloos maakt als gevolg van het tijdelijk verstoren van het motorisch- en zintuiglijk zenuwsysteem.

2. In dit hoofdstuk wordt onder munitie mede verstaan niet-penetrerende projectielen als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder k, van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren.