Art. 7.4 Mandaatbesluit BZK 2012, Algemene bepalingen inzake mandaat
1. Ondertekening van besluiten en stukken op grond van mandaat vindt plaats op de volgende wijze: De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, namens deze, (handtekening) (naam...............................................................................................................................................
2. In afwijking van het eerste lid wordt een beslissing in het kader van het beleidsdeel inzake wonen en rijksdienst als volgt ondertekend: De Minister voor Wonen en Rijksdienst, namens deze................................................................................................................................. (handtekening) (naam) .......................................................................................................................................... (aanduiding functie gemandateerde).........................................................................................
3. Bij ondertekening van besluiten en stukken op grond van volmacht wordt de aanduiding van de Minister voorafgegaan door: Namens de Staat der Nederlanden.
4. Bij ondertekening van besluiten en stukken door een plaatsvervanger wordt de handtekening voorafgegaan door: b/a.