Art. 6.11 Mandaatbesluit BZK 2012, Directeuren

Mandaatbesluit BZK 2012

1. Bij tijdelijke afwezigheid of verhindering van de directeur worden diens taken volledig uitgeoefend door de plaatsvervangend directeur.

2. De aanwijzing van een plaatsvervangend directeur geschiedt door de directeur met inachtneming van het Organisatiebesluit BZK 2012 en in overeenstemming met het diensthoofd of de algemeen directeur.

3. Bij gelijktijdige tijdelijke afwezigheid of verhindering van de directeur en de plaatsvervangend directeur worden de taken van de directeur bij wijze van plaatsvervanging uitgeoefend door het diensthoofd.

4. In afwijking van het vorige lid kan de plaatsvervanging van de directeur die leiding geeft aan een baten-lastendienst of agentschap volledig worden uitgeoefend door de functionaris die daartoe door de directeur in overeenstemming met het diensthoofd is aangewezen.