Art. 6 Regeling algemene onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren

Regeling algemene onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren

De rechterlijk ambtenaar heeft, wanneer hij voor meer dan 50% van een volledige arbeidsduur ongeschikt is tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, maar niet volledig arbeidsongeschikt is, na ommekomst van het kalenderjaar waarin de ongeschiktheid is aangevangen en het kalenderjaar daaropvolgend, aanspraak op de algemene onkostenvergoeding die een met zijn feitelijke arbeidsduur overeenkomend deel bedraagt van de vergoeding die hij zou hebben ontvangen indien hij in het geheel niet ongeschikt tot het verrichten van arbeid wegens ziekte zou zijn.