Bijlage VII Reken- en meetvoorschrift geluid 2012: behorende bij hoofdstuk 7 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012

Reken- en meetvoorschrift geluid 2012

Inhoud: 1. Inleiding 2. Rekenmethode 2.1 Algemene bepalingen 2.1.1 Indicatoren, frequentiebereik en banddefinities 2.1.2 Kwaliteitskader 2.2 Wegverkeerslawaai 2.2.1 Bronbeschrijving 2.2.2 Referentieomstandigheden 2.2.3 Rolgeluid 2.2.4 Aandrijfgeluid 2.2.5 Effect van de versnelling en vertraging van voertuigen 2.2.6 Effect van het type wegdek 2.2.7 Emissiekentallen wegverkeer 2.3 Spoorweglawaai 2.3.1 Bronbeschijving 2.3.2 Geluidsvermogensemissie 2.3.3 Aanvullende effecten 2.3.4 Emissies 2.4 Industrielawaai 2.4.1 Bronbeschrijving 2.5 Berekening van geluidsvoortplanting voor weg-, spoor- en industriebronnen 2.5.1 Omvang en toepasselijkheid methode 2.5.2 Gebruikte definities 2.5.3 Geometrische overwegingen 2.5.4 Model voor geluidsvoortplanting 2.5.5 Berekeningsproces 2.5.6 Berekening van geluidsvoortplanting voor weg-, spoor-, industriebronnen 2.6 Geluidsniveau en bevolking aan gebouwen toewijzen 3. Meetmethoden De waarden van de geluidsbelasting, Lden en Lnight, worden op de waarneempunten bepaald door berekening volgens de rekenmethode en de gegevens zoals uiteengezet in hoofdstuk 2. Metingen kunnen volgens de in hoofdstuk 3 weergegeven methoden worden verricht. Berekeningen van de geluidsbelasting worden in het frequentiegebied van 63 Hz tot 8 kHz octaafbanden bepaald. De resultaten van de frequentieband worden op het overeenkomstige frequentie-interval verstrekt. Berekeningen worden voor wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai in octaafbanden uitgevoerd, met uitzondering van het geluidsvermogen van de bron van spoorweglawaai, dat van tertsbanden gebruikmaakt. Voor wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai wordt, op basis van de resultaten van deze octaafband, het A-gewogen gemiddelde geluidsniveau over lange termijn voor de dag, de avond en nachtperiode, als vastgesteld in bijlage I en bedoeld in artikel 5 van Richtlijn 2002/49/EG, berekend door de methode beschreven in de punten 2.1.2, 2.2, 2.3, 2.4 en 2.5. Voor het weg- en spoorwegverkeer i