Bijlage VI Reken- en meetvoorschrift geluid 2012: behorende bij de artikelen 5.7, vierde lid, en 5.8, vierde lid, van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012
Reken- en meetvoorschrift geluid 2012
Bij de bepaling van geluidsbelastingen om vast te stellen dat: Spoorbruggen mogen op eenzelfde wijze behandeld worden als beschreven is in paragraaf 1.2.3.2 van bijlage V van deze regeling met uitzondering van het gestelde over schermen op betonnen kunstwerken met een hoogte die groter is dan 2 meter. Voor het bepalen van het effect van dergelijke schermen gelden de regels uit bijlage IV van deze regeling. Het rapport van het akoestische onderzoek voor het saneringsplan bevat, aanvullend op de eisen aan de rapportage, genoemd in bijlage I bij het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, ten minste: Sanering betreft een aanpak van de hoogste geluidsbelastingen. Het gaat daarbij om relatief kleine aantallen woningen dicht op de bron. Met de inwerkingtreding van de wet van 24 november 2011 houdende wijziging van de Wet milieubeheer in verband met de invoering van geluidproductieplafonds en de overheveling van hoofdstuk IX van de Wet geluidhinder naar de Wet milieubeheer1 Kamerstukken I 2010/11, 32 252, nr. A. krijgen de weg- en de spoorbeheerder de plicht om een groot deel van zijn netwerk te voorzien van een saneringsplan. Vanwege de grote omvang kan de beheerder dit gefaseerd aanpakken en tussen nu en 2020 elk jaar delen van zijn netwerk van een saneringsplan voorzien. De eerste stap die een beheerder zet, zal het opsporen van de saneringsobjecten zijn. Voor delen van zijn bron waarlangs zich geen saneringsobjecten bevinden, zal het saneringsplan beperkt kunnen blijven tot deze constatering en de onderbouwing daarvan, omdat geluidbeperkende maatregelen dan niet in aanmerking komen. Voor het opsporen van saneringsobjecten is het nodig geluidsbelastingen te bepalen van objecten langs de bron. Het gaat immers om de objecten die zijn genoemd in artikel 11.57, eerste lid, van de Wet milieubeheer. Voor vaststelling van de in artikel 11.57, onderdeel a, genoemde objecten is een toets van de geluidsbelasting aan de waarde van 60 dB voor wegen en 65 dB voor spoorwegen nodig. Ev
- I. een object geen saneringsobject is,
- II. een mogelijk saneringsobject niet in aanmerking komt voor maatregelen, mogen wijzigingen, waaronder vereenvoudigingen, in de rekenmethode of de invoergegevens worden doorgevoerd als dat niet leidt tot een onderschatting van de geluidsbelastingen ten opzichte van de geluidsbelastingen zoals die op basis van artikel 5.7, eerste lid, dan wel artikel 5.8, eerste lid, zouden zijn bepaald.
- a. Een rekenpunt waarop de geluidsbelasting wordt bepaald, kan betrekking hebben op een groep saneringsobjecten, mits daarbij geen onderschatting van de geluidsbelastingen op de individuele objecten kan plaatsvinden.
- b. De hoogte van een rekenpunt voor één of meer saneringsobjecten is gelijk aan of hoger dan de representatieve waarneemhoogte van elk van de saneringsobjecten.
- 1. Indien de ligging of configuratie van een weg of spoorweg, zoals deze blijkt uit de brongegevens welke zijn opgenomen in het geluidregister, afwijkt van de daadwerkelijke of geprojecteerde ligging of configuratie van die weg of spoorweg, kan in een akoestisch onderzoek in het kader van de afweging van saneringsmaatregelen gebruik gemaakt worden van gegevens die overeenkomen met die daadwerkelijke of geprojecteerde ligging of configuratie van de weg of spoorweg.
- 2. Wanneer gebruik gemaakt wordt van gegevens die overeenkomen met die daadwerkelijke of geprojecteerde ligging of configuratie van de weg of spoorweg dienen op de hieronder beschreven wijze op nieuwe of veranderde bronregisterlijnen de overige relevante brongegevens te worden aangepast of toegevoegd.
- 3. Er zijn drie situaties waar deze werkwijze van toepassing kan zijn:
- a. verwijdering van bronregisterlijnen;
- b. toevoeging van bronregisterlijnen;
- c. gewijzigde ligging van bronregisterlijnen.
- 4. In de hierboven genoemde situaties worden de volgende te wijzigen brongegevens in het akoestisch onderzoek meegenomen: Hierbij geldt dat de intensiteitsgegevens bij de bestaande geluidproductieplafonds worden herverdeeld over de daadwerkelijke of geprojecteerde bronregisterlijnen.
- a. de brongegevens, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, c, g en h, respectievelijk artikel 3, onder a, c, f en h van de Regeling geluid milieubeheer;
- b. de brongegevens, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, b, c, d, g en h, respectievelijk artikel 3, onder a, b, c, d, e, f en h van de Regeling geluid milieubeheer;
- c. de brongegevens, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder c en h, respectievelijk artikel 3, onder c en h, van de Regeling geluid milieubeheer.
- 5. Wanneer de gebruikmaking van gewijzigde brongegevens, die overeenkomen met die daadwerkelijke of geprojecteerde ligging of configuratie van de weg of spoorweg, leidt tot een toename van de geluidproductie op een of meerdere referentiepunten ten opzichte van het geldende geluidproductieplafond, wordt deze toename gecompenseerd door de plafondcorrectiewaarde zodanig naar beneden bij te stellen dat niet langer sprake is van een dergelijke toename op de betreffende referentiepunten.
- 6. Een bronmaatregel die feitelijk is gerealiseerd of waartoe is besloten door de minister of de beheerder met het oog op naleving van de geluidproductieplafonds, maar die niet is opgenomen in het geluidregister, wordt niet afgewogen als saneringsmaatregel. Deze maatregel wordt ook niet als te wijzigen brongegeven meegenomen in het akoestisch onderzoek voor de berekening van de te wijzigen geluidproductieplafonds als gevolg van de vaststelling van (andere) saneringsmaatregelen in een saneringsplan.
- a. de begrenzing van de weggedeelten of spoorweggedeelten waarop het onderzoek betrekking heeft;
- b. een vermelding van de gebruikte rekenmethode;
- c. de saneringsobjecten die onderdeel van het onderzoek zijn;
- d. voor zover zij niet vallen onder onderdeel c, de objecten langs wegen en spoorwegen die op de geluidplafondkaart zijn aangegeven, die op grond van artikel 88 van de Wet geluidhinder, zoals dat luidde voor 1 januari 2007, of artikel 4.17 van het Besluit geluidhinder bij Onze Minister tijdig zijn gemeld, met een onderbouwing waarom deze objecten geen saneringsobjecten op grond van hoofdstuk 11 van de Wet milieubeheer zijn.
- e. de geluidsbelastingen van de objecten, bedoeld in onderdeel c, bij volledige benutting van het geldende geluidproductieplafond;
- f. de wijze en resultaten van de toepassing van het criterium, bedoeld in artikel 11.29, vierde lid, van de Wet milieubeheer;
- g. de waarden van de betrokken geluidproductieplafonds na de uitvoering van de saneringsmaatregelen;
- h. de geluidsbelastingen van de saneringsobjecten bij volledige benutting van het geluidproductieplafond na uitvoering van het saneringsplan, en
- i. de brongegevens die op grond van paragraaf 1.4 zijn toegepast bij de afweging van de saneringsmaatregelen.
- 1. vast te stellen dat een object geen saneringsobject is, en
- 2. met het doelmatigheidscriterium vast te stellen dat voor een mogelijk saneringsobject geluidperkende maatregelen niet in aanmerking komen. Dit kan door een eenvoudige vergelijking van de reductiepunten van het saneringsobject (of het cluster saneringsobjecten) met de benodigde maatregelpunten voor de kleinst denkbare zinvolle geluidbeperkende maatregel.
- – de geluidsbelasting bij volledig benut geluidproductieplafond (verder genoemd: ‘saneringswaarde’);
- – de geluidsbelasting na het treffen van saneringsmaatregelen.
- – voor zover van toepassing, de gewijzigde brongegevens als bedoeld in paragraaf 1.4:
- ○ de gewijzigde ligging van de rijlijnen;
- ○ de herverdeelde verkeersintensiteiten;
- ○ de aan nieuwe rijlijnen van wegen of sporen toegekende aanvullende gegevens (snelheden, bovenbouw, wegdektype, etc);
- ○ de gewijzigde plafondcorrectiewaarde (mogelijk dus een combinatie van een verplichte wijziging en een wijziging als saneringsmaatregel);
- – de overige saneringsmaatregelen (b.v. geluidschermen, raildempers, stil wegdek, betonnen dwarsliggers, aangepaste brugtoeslag).