Bijlage 1 Regeling geluid milieubeheer: bij artikel 8 van de Regeling geluid milieubeheer
Door burgemeester en wethouders aan de Minister van Infrastructuur en Milieu, gedeputeerde staten of een bevoegde autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie op hun verzoek te verschaffen gegevens en inlichtingen: Door de Minister van Infrastructuur en Milieu, gedeputeerde staten of burgemeester en wethouders aan de betrokken burgemeester en wethouders of een bevoegde autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie op hun verzoek te verschaffen gegevens en inlichtingen: Onderstaande gegevens dienen uitsluitend te worden verstrekt door het bevoegd gezag indien de desbetreffende bron een geluidsbelasting van 55 dB of meer dan wel 50 dB Lnight of meer ter plaatse van een woning veroorzaakt. Door de Minister van Infrastructuur en Milieu op verzoek aan burgemeester en wethouders te verstrekken gegevens: Treedt in werking op het tijdstip waarop het Wijzigingsbesluit Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, enz. (agrarische activiteiten in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer) in werking treedt.
- – ligging van woningen en andere geluidsgevoelige objecten als bedoeld in het besluit, met uitzondering van de geluidsgevoelige objecten, bedoeld in artikel 2, onderdelen g en i, van het besluit, binnen de begrenzing zoals aangegeven door de verzoekende instantie;
- – ligging van objecten in het gebied tussen bron en immissiepunt die van belang zijn voor de bepaling van de geluidsbelasting en de geluidsbelasting Lnight;
- – ligging van stille gebieden.
- – de verkeersintensiteit van de onderscheidene categorieën motorvoertuigen, zoals die, in het voor de geluidsbelasting bepalende jaar, gemiddeld over een representatief tijdvak optreedt;
- – per onderscheidende categorie: de verdeling over de verschillende rijstroken van het betrokken weggedeelte;
- – de voor het betrokken weggedeelte representatief te achten gemiddelde snelheid van de onderscheidene categorieën motorvoertuigen;
- – het wegdektype per rijstrook van het betrokken weggedeelte;
- – wegligging vastgelegd in x-, y-, en z-coördinaten;
- – breedte van de weg;
- – de afmeting en ligging van afschermende objecten vastgelegd in x-, y-, en z-coördinaten;
- – de mate van absorptie van afschermende objecten.
- – de verkeersintensiteit van de onderscheidene spoorvoertuigtypen, zoals die, in het voor de geluidsbelasting bepalende jaar, gemiddeld over een representatief tijdvak optreedt;
- – de representatief te achten snelheid van de onderscheidene spoorvoertuigtypen met onderscheid naar stoppende en doorgaande treinen;
- – de specifieke geluidemissies van de onderscheidene spoorvoertuigtypen;
- – de bronhoogten die representatief te achten zijn voor de betrokken spoorvoertuigtypen;
- – de mogelijke extra geluidemissie die optreedt bij het remmen van de betrokken spoorvoertuigtypen;
- – de voor het betreffende emissietraject karakteristieke baangesteldheid;
- – de wijze van spoorstaafoplegging;
- – baanligging vastgelegd in x-, y-, en z-coördinaten;
- – de afmeting en ligging van afschermende objecten vastgelegd in x-, y-, en z-coördinaten.
- – de waarde van de geluidsbelasting zoals deze hoort bij de vastgestelde zone rond het industrieterrein;
- – de ligging van de vastgestelde zone.
- – de waarde van de (totale) geluidsbelasting zoals deze hoort bij de geldende omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor de betrokken inrichting;
- – de waarde van de (totale) geluidsbelasting zoals deze hoort bij een geldend maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 2.20, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, voor de betrokken inrichting.
- – de ligging van een luchthaven;
- – de waarde(n) van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting;
- – de ligging van de punten buiten de luchthaven waar de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting is vastgesteld.