Art. 37 Besluit geluid milieubeheer, De binnenwaarde

Besluit geluid milieubeheer

Ten aanzien van de geluidsgevoelige objecten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel a tot en met g, die voor het aanbrengen van geluidwerende maatregelen aan de gevel in aanmerking worden genomen, is hoofdstuk 6 van het Besluit geluidhinder van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

a. de minister uitvoering geeft aan de artikelen 6.4, tweede en derde lid, 6.6, 6.8, vierde lid, en 6.9, tweede, derde en vierde lid;

b. in de artikelen 6.2, 6.5, 6.8 en 6.10 in plaats van «het bevoegd gezag» telkens wordt gelezen «de beheerder»;

c. in plaats van «andere geluidsgevoelige gebouwen» telkens wordt gelezen «geluidsgevoelige objecten als bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b tot en met g, van het Besluit geluid milieubeheer», en

d. in plaats van «andere geluidsgevoelige gebouw» telkens wordt gelezen «geluidsgevoelige object, bedoeld in artikel 2, aanhef en onderdeel b tot en met g, van het Besluit geluid milieubeheer».