Bijlage B Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten en prestatiesubsidie voor het voortgezet onderwijs: behorende bij artikel 36 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten en prestatiesubsidie voor het voortgezet onderwijs
Deze herziene RMC-effectrapportage wordt in 2014 voor het eerst gebruikt (over het verslagjaar 2013–2014). De RMC-effectrapportage geeft invulling aan een wettelijke verplichting en maakt het werk van de 39 RMC-regio’s zichtbaar zodat het beleid zo nodig kan worden aangepast. Tevens kan de rapportage dienen als benchmark voor een individuele RMC-regio ten opzichte van de landelijke resultaten. In de Wet educatie en beroepsonderwijs (artikel 8.3.2) en de Wet op het voortgezet onderwijs (artikel 118h) en de Wet op de expertisecentra (artikel 162b) staan de taken van de gemeenten en in het bijzonder de contactgemeenten bij het bestrijden van voortijdig schoolverlaten. In het zevende lid van voornoemde artikelen staat: ‘Burgemeester en wethouders van de contactgemeente stellen mede namens de andere gemeenten in de regio jaarlijkseen effectrapportagevast....’. Deze wettelijke verplichting is nader ingevuld in artikel 36 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten en prestatiesubsidie voor het voortgezet onderwijs. Met het invullen van het formulier in deze bijlage geeft de RMC-contactgemeente uitvoering aan deze wettelijke verplichting tot een jaarlijkse inhoudelijke verantwoording. De RMC-effectrapportage wordt jaarlijks voor 1 december door alle RMC-coördinatoren ingevuld en ingediend bij DUO. In opdracht van het ministerie van OCW wordt daarna een samenvattende rapportage van alle RMC-effectrapportages gemaakt welke in het voorjaar beschikbaar komt. Op die manier wordt het werk van de 39 RMC-regio’s zichtbaar gemaakt. Wanneer daar aanleiding toe is, kan dit rapport een ander accent in de beleidsinzet van het ministerie van OCW bewerkstelligen of een voorgenomen beleidswijziging onderbouwen. Deze RMC-effectrapportage dient daarnaast in zijn geheel als benchmark. De regionale score van de RMC-functie wordt op een breed palet van kwalitatieve aspecten vergeleken met de landelijke resultaten. Deze landelijke score staat in de samenvattende rapportage die he
- 1. Bestuurlijke organisatie en samenwerking binnen de RMC-regio
- 2. De meld- en registratiefunctie
- 3. Doorverwijsfunctie
- 4. Inzet beschikbare middelen (waaronder de RMC-Rijksbijdrage)
- 5. Terugblik behaalde resultaten bij reduceren van de uitval
- 6. Good practices (optioneel)
- A. Coördinatie = het tot stand brengen van samenwerking op bestuurlijk-, beleids- en uitvoerend niveau ter vermindering en voorkoming van voortijdig schoolverlaten en het organiseren van een sluitende aanpak in de melding, registratie en doorverwijzing van voortijdig schoolverlaters.
- B. Administratieve ondersteuning/registratie/ICT = administratieve verwerking van meldingen, herplaatsing en uitschrijving en de voorzieningen die daarvoor nodig zijn.
- C. Trajectbegeleiding = inzet voor de reguliere begeleiding van individuele jongeren terug naar school en/of werk.
- D. Projecten voor uitgevallen jongeren = groepsactiviteiten voor uitgevallen jongeren met als doel terugleiden naar school en/of werk.
- E. Projecten ter voorkoming van uitval = groepsactiviteiten voor jongeren met als doel het voorkomen van uitval.
- F. Versterking leerplicht / kwalificatieplicht = inzet gericht op het versterken van de structuur ter bevordering van de leerplicht en het doen naleven van de kwalificatieplicht voor 16- en 17-jarigen. Dit kan bijvoorbeeld vorm krijgen door extra leerplichtambtenaren, scholing, informatievoorziening of regionalisering.
- G. Reservering = indien u dit jaar een deel van de rijksbijdrage hebt gereserveerd voor een specifieke uitgave in de toekomst, kunt u dit hier aangeven. Indien u deze verslagperiode een eerder gereserveerd bedrag inzet, kunt u dat aangeven door een negatief bedrag op reservering in te vullen.
- H. Anders, namelijk…= indien u RMC-gelden inzet voor andere zaken, dan kunt u dat hier invullen.
- • Scholen in de vo-sector
- • Scholen voor speciaal voortgezet onderwijs
- • Scholen voor regulier voortgezet onderwijs (waaronder praktijkonderwijs)
- • Instellingen in de BVE-sector. Volgens artikel 1.3.1. van de Wet educatie en beroepsonderwijs vallen hieronder roc’s, aoc’s en vakinstellingen
- a. die de leeftijd van 23 jaren nog niet heeft bereikt,
- b. die niet in het bezit is van een diploma voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of hoger algemeen voortgezet onderwijs dan wel een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, en
- c. die - het onderwijs aan de school gedurende een aaneengesloten periode van ten minste een maand of een door het bevoegd gezag te bepalen kortere periode zonder geldige reden niet meer volgt, of - bij de school wordt uitgeschreven of van de school wordt verwijderd.
- 1) maximum leeftijdsgrens: tot 23 jaar. In deze rapportage wordt als ondergrens 18 jaar gehanteerd, tenzij expliciet wordt aangegeven dat het om een andere leeftijdscategorie gaat.
- 2) minimum opleidingsgrens: Het niveau van de startkwalificatie is gedefinieerd als een diploma van tenminste havo, vwo of mbo niveau 2. Er is evenmin sprake van een voortijdig schoolverlater in geval van uitstroom uit het onderwijs met een diploma op een hoger gelegen niveau. Hoewel jongeren met een getuigschrift praktijkonderwijs of een diploma assistent-opleiding (niveau 1) niet aan de voornoemde opleidingsgrens (van het in algemene zin wenselijk geachte niveau 2 of hoger) van de startkwalificatie voldoen, worden zij niet gerekend tot de groep voortijdig schoolverlaters mits zij een plek op de arbeidsmarkt hebben. Deze individuele uitstromers moeten wel worden gemeld en, na aanvullende actie om te bepalen of ze wel of niet aan het werk zijn, wel worden geregistreerd. Jongeren met een getuigschrift praktijkonderwijs of diploma op mbo niveau 1 worden wel gerekend tot de groep vsv'ers wanneer zij niet werkzaam zijn op grond van een aanstelling of arbeidsovereenkomst en moeten worden geregistreerd en gevolgd door de RMC-functie. Het doel (en einde) van eventuele begeleiding voor deze groep jongeren is niet het behalen van een startkwalificatie, maar het werkzaam zijn op grond van een aanstelling of arbeidsovereenkomst. Jongeren die het praktijkonderwijs zonder getuigschrift of een assistent-opleiding zonder diploma verlaten en zich niet meer inschrijven voor een andere opleiding worden uiteraard wel gerekend tot voortijdig schoolverlaters en dienen te worden meegeteld bij de relevante tabellen: voor deze jongeren is ook nadere actie geboden.
- 3) geen inschrijving bij een onderwijsinstelling: Voortijdig schoolverlater = voortijdig onderwijsverlater. Een voortijdig schoolverlater is feitelijk een voortijdig onderwijsverlater: na de uitschrijving is geen sprake van een nieuwe aansluitende inschrijving bij een onderwijsinstelling. Leerlingen die bijvoorbeeld na het behalen van een vmbo- of mavodiploma zich niet meer inschrijven voor een vervolgopleiding, worden gerekend tot de groep voortijdig schoolverlaters.
- 4) wel een inschrijving, maar langdurig afwezig. Als een ingeschreven leerling gedurende een aaneengesloten periode van tenminste 1 maand het onderwijs niet meer volgt. Er is geen sprake van voortijdig schoolverlaten in geval van overstap naar een andere opleiding binnen een scholengemeenschap en evenmin in het geval van overstap naar een andere school: als de uitschrijving en inschrijving op elkaar aansluiten is er immers geen sprake van voortijdig ónderwijsverlaten. Er hoeft dan dus ook geen registratie in het kader van de RMC-functie plaats te vinden. Vsv’ers die afkomstig zijn uit het voortgezet speciaal onderwijs (zmok) en het praktijkonderwijs dienen in het kader van de RMC-functie te worden geregistreerd, ongeacht het feit of geconstateerd is dat een minimum startkwalificatie of assistent-opleiding niet binnen bereik van de betreffende jongere ligt.