Bijlage 2 Beleidsregels Informatiebeveiligingsbeleid C2000: beveiligingsmaatregelen gebruikers
Beleidsregels Informatiebeveiligingsbeleid C2000
Deze bijlagebevat de beveiligingsmaatregelen per rol, welke zijn gerelateerd aan de NEN-ISO/IEC 27002:2007. De partijen waarbij de rol is belegd zijn verantwoordelijk voor de implementatie van de beveiligingsmaatregelen.
- 2.0.1 De gebruiker richt een documentatiesysteem in voor het centrale beheer van documentatie relevant voor de informatiebeveiliging van het C2000-communicatienetwerk. Onderdeel van het documentatiesysteem moet ten minste zijn: versiebeheer en traceerbaarheid. Dit systeem is onderdeel van het kwaliteitssysteem van de gebruiker. Indien in deze bijlage gedocumenteerd staat dan is het betreffende gedeelte in dit documentatiesysteem zijn opgenomen.
- 2.0.2 De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van werknemers, ingehuurd personeel en externe eindgebruikers ten aanzien van de informatiebeveiliging van C2000 moeten worden vastgesteld en gedocumenteerd.
- 2.0.3 Elke gebruiker stelt een C2000-beveiligingsfunctionaris aan, die als centraal aanspreekpunt voor en naar de beheerder en eigenaar fungeert op het gebied van informatiebeveiliging. Deze functionaris geeft tevens uitvoering aan de beveiligingsincidenten- en implementatierapportage naar de beheerder.
- 2.0.4 De toegangsrechten (zowel logisch als fysiek) van alle werknemers, ingehuurd personeel en externe eindgebruikers tot C2000-voorzieningen worden geblokkeerd bij beëindiging van het dienstverband, het contract of de overeenkomst, of wordt na wijziging van zijn/haar taak aangepast.
- 2.0.5 De toegangsrechten (zowel logisch als fysiek) van alle werknemers, ingehuurd personeel en eindgebruikers tot C2000-voorzieningen worden minimaal halfjaarlijks door of in opdracht van het lijnmanagement gecontroleerd. Het resultaat van deze controle wordt gedocumenteerd.
- 2.0.6 Er is een procedure vastgesteld en beschikbaar voor alle werknemers, ingehuurd personeel en externe eindgebruikers om beveiligingsincidenten onverwijld bij operationeel beveiligingsbeheer te melden.
- 2.0.7 Beveiligingsincidenten en reacties hierop dienen te worden geregistreerd, daarnaast dient een procedure tot onverwijlde opvolging door de beveiligingsfunctionaris te zijn vastgesteld.
- 2.0.8 Er is een disciplinair proces van toepassing op werknemers, ingehuurd personeel en eindgebruikers die inbreuk op de informatiebeveiliging van het C2000-communicatienetwerk hebben gepleegd.
- 2.0.9 Relevante handboeken, werkinstructies en gedragscodes rond informatiebeveiliging zijn voor elke eindgebruiker en beheerder beschikbaar.
- 2.0.10 Elke gebruiker controleert de implementatie van de voor hem en zijn gelieerden verplichte beveiligingsmaatregelen en rapporteert hierover jaarlijks aan operationeel beveiligingsbeheer volgens een format vastgesteld door operationeel beveiligingsbeheer.
- 2.0.11 Elke gebruiker controleert de implementatie van de voor zijn leveranciers verplichte beveiligingsmaatregelen en rapporteert hierover jaarlijks aan operationeel beveiligingsbeheer volgens een format vastgesteld door operationeel beveiligingsbeheer. Leveranciers die crypto gerelateerde handelingen uitvoeren (zogenaamd type 2 leveranciers) dienen te zijn geaccrediteerd door de eigenaar. De implementatie van de verplichte beveiligingsmaatregelen en volledige medewerking van de leverancier bij een controle op deze implementatie dient in het contract met de leverancier te worden opgenomen.
- 2.0.12 Alle logische en fysieke koppelingen tussen de C2000-infrastructuur en andere componenten die niet onderdeel zijn van de standaard C2000 dienstverlening (dit ter beoordeling van de beheerder) zijn geaccrediteerd door de eigenaar.
- 2.0.13 De locatie(s) waar C2000 middelen staan opgesteld zijn beveiligd. Het totaal aan inbraakwerende en vertragende maatregelen dient te voldoen aan de maatregelen behorend bij het risiconiveau 3 volgens de verbeterde risicoklasse indeling (VRKl) van het Nationaal Centrum voor Preventie.
- 2.1.1 Alle C2000-randapparatuur wordt geregistreerd in een actuele inventaris. Hierin is te allen tijde inzichtelijk aan welke functionaris en aan welk voertuig het randapparaat is toegewezen.
- 2.1.2 De C2000-randapparatuur wordt tenminste één keer per week gecontroleerd op juistheid en volledigheid. Ontbrekende randapparaten dienen onverwijld aan operationeel beveiligingsbeheer te worden gemeld.
- 2.1.3 Er behoren regels te worden vastgesteld voor aanvaardbaar gebruik van C2000- randapparatuur. Deze gedragsregels bevatten ten minste dat: Verder bevatten de gedragsregels instructies voor eindgebruikers hoe te handelen in het geval van vermissing van C2000-randapparatuur alsmede de regels voortkomend uit het Landelijk Kader Fleetmap.
- − C2000-randapparatuur is bestemd voor persoonlijk gebruik.
- − C2000-randapparatuur niet onnodig onbeheerd wordt achtergelaten.
- − De C2000-randapparatuur voor zakelijk gebruik is en niet bestemd is voor privé doeleinden.
- − Alle pogingen tot het misbruik van de apparatuur, zoals het (trachten van) herprogrammeren, openbreken en anderszins manipuleren van het apparaat of de (cryptografische) informatie hierin, strikt verboden is.
- − De instructies van de fabrikant ter bescherming van de apparatuur worden opgevolgd (bijvoorbeeld bescherming legen het blootstellen aan elektromagnetische velden).
- − De instructies van de beheerder die betrekking hebben op de beveiliging van het C2000- netwerk worden opgevolgd.
- 2.1.4 De bovenstaande gedragsregels zijn gecommuniceerd naar en voor akkoord verklaard door personen bij eerste ontvangst van C2000-randapparatuur. Daarna zijn zij eenvoudig voor deze personen beschikbaar.
- 2.1.5 Er is een procedure ingericht die het melden van vermissing, verlies en diefstal van randapparatuur beschrijft. Hierin zijn de contactpersonen en escalatiepaden uitgeschreven. De procedure voorziet in het uitschakelen door de beheerder van vermiste, verloren en gestolen randapparatuur.
- 2.1.6 Alle personen die C2000-randapparatuur gebruiken krijgen geschikte training en regelmatige bijscholing met betrekking tot informatiebeveiliging en procedures van de organisatie.
- 2.1.7 De (tijdelijk) niet in gebruik zijnde C2000-randapparatuur (i.e. voorraad, defect) is ondergebracht in afgesloten kasten in een beveiligde ruimte(n). Toegang tot deze ruimte is beperkt tot hiervoor bevoegde personen.
- 2.2.1. Alle beheerde C2000-randapparatuur wordt geregistreerd in een actuele inventaris. Hieruit is inzichtelijk welke randapparaten aan welke functionaris en aan welk voertuig is uitgegeven en in welke gespreksgroepen het randapparaat actief kan zijn.
- 2.2.2 Er wordt geregistreerd welke randapparatuur zich buiten de directe controle van de gebruiker (bijvoorbeeld in het geval van onderhoud, inbouw en reparatie) bevindt.
- 2.2.3 Wijzigingen in de configuratie (template) van de randapparatuur worden geregistreerd.
- 2.2.4 Alleen gespreksgroepen waarvoor de gebruiker geautoriseerd is middels het Landelijk Kader Fleetmap of schriftelijke toestemming heeft van de gespreksgroepeigenaar, mogen in een randapparaat van de gebruiker worden geprogrammeerd.
- 2.2.5 Alle C2000-randapparatuur heeft binnen de organisatie een formele eigenaar die managementverantwoordelijkheid heeft voor het gebruik en informatiebeveiliging van de randapparatuur en die optreedt als centraal aanspreekpunt voor de C2000-apparatuur.
- 2.2.6 De (tijdelijk) niet in gebruik zijnde C2000-randapparatuur (i.e. voorraad, defect) is ondergebracht in afgesloten kasten in een beveiligde ruimte(n). Toegang tot deze ruimte is beperkt tot hiervoor bevoegde personen.
- 2.2.7 De toegang tot de beveiligde ruimte(n) wordt geregistreerd.
- 2.2.8 Datum en tijdstip van aankomst en vertrek van bezoekers worden geregistreerd en bezoekers van de beveiligde ruimte(n) behoren gedurende de gehele periode waarin zij zich in deze ruimte(n) bevinden te worden begeleid en er wordt toezicht gehouden op de uitvoer van werkzaamheden. Aan hen mag alleen toegang worden verleend voor geautoriseerde doeleinden zoals reparatie en onderhoud.
- 2.2.9 Toegangsrechten tot de beveiligde ruimte(n) worden halfjaarlijks beoordeeld, geactualiseerd en wanneer nodig ingetrokken. Het resultaat van deze controle wordt gedocumenteerd.
- 2.2.10 De achtergrond van alle lokale beheerders is geverifieerd via een screening equivalent met die voor een Vertrouwensfunctie niveau C, in de zin van de wet Veiligheidsonderzoeken van 10 oktober 1996.
- 2.2.11 Alle personen die C2000-randapparatuur beheren krijgen geschikte training en regelmatige bijscholing met betrekking tot informatiebeveiliging en procedures van de organisatie, relevant voor hun werkgebied.
- 2.2.12 Slechts C2000 geaccrediteerde randapparatuur mag worden gebruikt. Randapparatuur mag alleen worden aangeschaft van een geaccrediteerde leverancier, met een TEA2 supplier licentie.
- 2.2.13 Er is een procedure aanwezig voor de in- en uitbouw van randapparatuur uit voer-, vaar- en vliegtuigen. In- en uitbouw geschiedt enkel bij geaccrediteerde bedrijven.
- 2.2.14 Randapparaten die aan een organisatie of persoon worden verstrekt die niet geautoriseerd is voor het gebruik van C2000, zijn uitgeschakeld in het netwerk of bevatten geen geldige cryptosleutel.
- 2.2.15 Het (tijdelijk) blokkeren van het C200- randapparaat vindt volgens de door de beheerder gespecificeerde procedure plaats te vinden.
- 2.2.16 Het uitvoeren van cryptografische handelingen aan C2000-randapparatuur (laden/verwijderen van sleutels en het programmeren van C2000-randapparatuur) is in overeenstemming met de instructies, in de Documentatieset Lokaal Cryptomanagement.
- 2.2.17 Programmeermiddelen voor het laden van sleutels in C2000 randapparatuur worden dagelijks, wanneer deze niet direct in gebruik zijn, opgeborgen in kluizen.
- 2.3.1 De achtergrond van alle lokale beheerders is geverifieerd via een screening equivalent met die voor een Vertrouwensfunctie niveau C, in de zin van de wet Veiligheidsonderzoeken van 10 oktober 1996.
- 2.3.2 Alle personen die C2000-apparatuur gebruiken en beheren krijgen geschikte training en regelmatige bijscholing met betrekking tot de beveiliging en procedures van het C2000- communicatienetwerk.
- 2.3.3 De apparatuurruimte(n) waarin C2000-systeemapparatuur is ondergebracht (exclusief de radio bedienterminals en -werkplekken) dienen te voldoen aan de eisen gesteld in het document Programma van eisen apparatuurruimtes t.b.v. C2000 radiobediensystemen.
- 2.3.4 De toegang tot de beveiligde ruimte(n) wordt geregistreerd.
- 2.3.5 Er is een bezoekersregeling waarin datum en tijdstip van aankomst en vertrek van bezoekers worden geregistreerd. Bezoekers van de meldkamer en apparatuurruimte(n) behoren gedurende de gehele periode waarin zij zich in deze ruimte(n) bevinden te worden begeleid.
- 2.3.6 Toegangsrechten tot de beveiligde ruimte(n) worden halfjaarlijks beoordeeld, geactualiseerd en als nodig ingetrokken. Het resultaat van deze controle wordt gedocumenteerd.
- 2.3.7 De meldkamer- en apparatuurruimte(n) zijn 7 dagen per week, 24 uur per dag voor de beheerder toegankelijk conform de bezoekersregeling van de aangewezen gebruiker.
- 2.3.8 Het radiobediensysteem en de hierbij behorende servers en netwerkcomponenten zijn aangesloten op een UPS en noodstroomgenerator met een autonomietijd van 8 uur om de C2000-functionaliteiten te beschermen tegen storingen ten gevolge van uitval van de stroomvoorziening.
- 2.3.9 De C2000 apparatuur is beveiligd tegen blikseminslag en spanningspieken.
- 2.3.10 Op de beheersystemen wordt gebruik gemaakt van unieke identificaties (ID) zodat lokale beheerders kunnen worden gekoppeld aan en verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor hun handelingen. Lokale beheerders dienen te allen tijde gebruik te maken van hun eigen identificatie.
- 2.3.11 Wireless Dispatch Systemen die ook gekoppeld zijn aan het C2000 communicatienetwerk anders dan via de TETRA air-interface mogen slechts in ruimten worden opgesteld die voldoen aan de eisen voor apparatuurruimten (zie punt 2.3.3).
- 2.3.12 Wireless Dispatch Systemen die alleen gekoppeld zijn aan hel C2000 communicatienetwerk via de TETRA air-interface dienen te worden behandeld als C2000 randapparatuur.
- 2.4.1 Indien de leverancier een private rechtspersoon is, dan toont deze zijn integriteit aan door de overhandiging van een geldige Verklaring Omtrent het Gedrag Rechtspersonen (VOGR) aan de gebruiker. Als de geldigheid van de VOGR verloopt, is de leverancier verplicht een nieuwe te overhandigen aan de gebruiker. Deze verplichting wordt contractueel geborgd.
- 2.4.2 De locatie(s) waar C2000 middelen (al dan niet in een voertuig) worden opgeslagen zijn beveiligd. Het totaal aan inbraakwerende en vertragende maatregelen dient te voldoen aan de maatregelen behorend bij het risiconiveau 3 volgens de verbeterde risicoklasse indeling (VRKl) van hel Nationaal Centrum voor Preventie.
- 2.4.3 De leverancier overlegt op verzoek van de gebruiker een actuele lijst die de namen bevat van alle medewerkers die door de leverancier geautoriseerd zijn werkzaamheden in het kader van het afgesloten onderhoudscontract uit te voeren. Hieronder vallen ook tijdelijke medewerkers en medewerkers van onderaannemers.