Bijlage 7 Regeling indienststelling spoorvoertuigen: behorende bij artikel 3, eerste lid, aanhef
Regeling indienststelling spoorvoertuigen
Te registreren informatie Locomotieven voornamelijk bestemd voor het vervoer van: Treinstellen Bijzondere spoor-voertuigen Stuur-stand-rijtuigen goederen Reizigers Tijd X X X X X Snelheid X X X X X Bedienen rem X X X X Bedienen snelrem X X X X Bedienen directe rem X ATB-cabineseinen X X X X ¹ X Stand rijrichting-schakelaar X X Signaal ‘deuren dicht’ X X X Indien een spoorvoertuig is voorzien van een automatisch treinbeïnvloedingssyteem (ATB) dat werkt op basis van remcurvebewaking wordt van dat ATB-systeem ten minste geregistreerd: • de door de machinist ingevoerde gegevens • de aan de machinist gegeven opdrachten en toestemmingen • bedieningshandelingen in opdracht of op verzoek van de ATB • bedieningshandeling waarmee de remcurvebewaking wordt genegeerd • bediening ‘Gladspoor’ knop*) • de door de ATB bewaakte snelheid • de aan de machinist getoonde bewaakte snelheid • de data die door de ATB-treinapparatuur van de ATB-baanapparatuur wordt ontvangen • de data die door de ATB-treinapparatuur aan de ATB-baanapparatuur wordt gezonden *) • storingsmeldingen ATB-baanapparatuur • storingsmeldingen ATB-treinapparatuur • de uitvoering en het resultaat van de test van de ATB-treinapparatuur • de door de ATB geïnitieerde ingrepen • indien de ATB buiten bedrijf is geschakeld * informatie over het adhesiegedrag van het spoorvoertuig1 ¹ Indien aanwezig/beschikbaar.