Bijlage 10 Regeling indienststelling spoorvoertuigen: behorende bij artikel 23, tweede lid
Regeling indienststelling spoorvoertuigen
- 1. Spoorvoertuigen als genoemd in artikel 23, tweede lid, die beschikken over eigen tractie, beschikken over:
- 1.1. Elektrische tractie, die geschikt is voor energievoorziening met 15 kV 16,7 Hz AC en niet geschikt is voor energievoorziening met 1500 V DC. Indien 3 kV DC tractie aanwezig is, dient deze spanning geblokkeerd te zijn onder 1500 V DC bovenleiding;
- 1.2. Punktförmige Zugbeeinflussung als systeem voor treinbeïnvloeding;
- 1.3. GSM-R voice met simkaart, die geschikt is voor roaming met GSM-R NL.
- 2. Spoorvoertuigen als genoemd in artikel 23, tweede lid, voldoen aan de volgende compatibiliteitseisen:
- 2.1. Kinematisch referentieprofiel conform EN 15273 van G2 of kleiner;
- 2.2. Baanvakcategorie van D4 (22,5 ton, 8 ton/m) of lager;
- 2.3. 150 meter als kleinst berijdbare boogstraal.
- 3. Spoorvoertuigen als genoemd in artikel 23, tweede lid, waarvoor de TSI CR WAG, TSI Loc&Pas of TSI CCS niet geldt, voldoen tevens aan:
- 3.1. Wieldiameter groter dan 840 millimeter;
- 3.2. Indien een locomotief niet voorzien is van een standaard UIC stoot- en trekwerk en UIC remaansluiting, dient deze te zijn uitgerust met een passend koppelstuk ten behoeve van het verslepen. In afwijking van de eerste volzin kunnen een spoorwegonderneming en de beheerder overeenkomen dat een koppelstuk naar het te bergen voertuig wordt gebracht.