Art. 20 Regeling indienststelling spoorvoertuigen, Nationale voorschriften ten behoeve van de verenigbaarheid met niet-TSI-conforme infrastructuur
Regeling indienststelling spoorvoertuigen
De op spoorvoertuigen geïnstalleerde stroomafnemers voldoen aan de volgende eisen:
a. de stroomafname van iedere stroomafnemer bij een stilstaand spoorvoertuig wordt door de installatie zodanig beperkt, dat de temperatuur van de rijdraad ten hoogste 150 °C conform EN 50367:2012 bedraagt;
b. de maximale afstand van de kop van het spoorvoertuig tot de laatste stroomafnemer van het treinstel bedraagt maximaal 400 m;
c. de maximale hoogte van een stroomafnemer is begrensd op 5.860 mm gemeten vanaf de bovenzijde van de koppen van de spoorstaven, deze begrenzing kan door middel van een stuit worden gerealiseerd.