Art. 3.6 Wet volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer BES, Huisvesting

Wet volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer BES

Het bestuurscollege kan een huisvestingsvergunning intrekken, indien:

a. de vergunninghouder de erin vermelde woonruimte niet binnen de door het bestuurscollege bij de verlening van de vergunning gestelde termijn in gebruik heeft genomen;

b. de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.