Bijlage V Hygiënebesluit kuikenbroederijen (PPE) 2011: werkvoorschrift voor het nemen van monsters in de kuikenbroederij
Hygiënebesluit kuikenbroederijen (PPE) 2011
Dit werkvoorschrift beschrijft de monsterneming van dons, meconium of liggenblijvers uit uitkomstladen in kuikenbroederijen als bedoeld in artikel 7 van de Verordening en artikel 4 van dit besluit. De monsters van dons, meconium en liggenblijvers mogen worden genomen door of in opdracht van de ondernemer. Daarnaast is de ondernemer die een kuikenbroederij in de pluimveevleessector uitoefent nog verplicht om één maal in de acht weken monsters door GD te laten nemen. De frequentie van deze monsterneming is weergegeven in tabel 1: type kuikenbroederij frequentie onderzoek kuikenbroederijen voor de productie van vermeerderingspluimvee iedere uitkomstkast en iedere uitkomst kuikenbroederijen voor de productie van vleeskuikens iedere uitkomstkast en iedere uitkomst kuikenbroederijen voor de productie van opfokleghennen iedere uitkomstkast en iedere uitkomst; monsters uit 2 kasten mogen tot één verzamelmonster samengevoegd worden Eens in de acht weken dient de ondernemer die een kuikenbroederij in de pluimveevleessector uitoefent door GD monsters van dons, meconium of liggenblijvers te laten nemen. De ondernemer is zelf verantwoordelijk voor het tijdig laten nemen van deze monsters. Monsters dienen te worden genomen uit alle uitkomstkasten waar op dat moment redelijkerwijs kan worden bemonsterd op dons, meconium of liggenblijvers. De monsters dienen te worden genomen volgens de in deze bijlage opgenomen werkvoorschriften. De ondernemer dient ervoor te zorgen dat de monsters (dons, meconium of liggenblijvers) zijn te herleiden naar de stal(len) van het fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf dat de broedeieren heeft geproduceerd waarvan de monsters afkomstig zijn steriele goed afsluitbare plastic zak of pot. Elke inzending van monsters naar het voor detectie erkende laboratorium moet vergezeld gaan van een formulier met ten minste de volgende gegevens: Indien deze gegevens geheel of gedeeltelijk op een andere manier al bij het laboratorium bekend zijn, dan hoeven deze niet opni
- etiketten.
- steriele plastic handschoenen.
- inzendformulier.
- Per uitkomstkast worden met handschoenen ten minste 5 donsmonsters genomen.
- Elk donsmonster moet een monster zijn van minimaal 5 gram natte dons, genomen op de dag dat de kuikens worden afgeraapt, nadat de kast leeg is.
- De monsters dienen op verschillende plaatsen in de uitkomstkast genomen te worden waarbij bij voorkeur een monster van de ventilator of grond genomen moet worden en monsters genomen dienen te worden van de linker-, rechter-, boven- en onderkant van de koelbuizen.
- De monsters (in totaal 25 gram dons) kunnen in één pot of zak verzameld worden.
- Het monster wordt genomen zonder het dons met de handen aan te raken of anderszins risico van kruisbesmetting te lopen.
- Per uitkomstkast dienen ten minste 250 meconiummonsters te worden verzameld.
- De monsters dienen op verschillende plaatsen in de uitkomstkasten te worden genomen.
- De monsters dienen te worden genomen met handschoenen aan.
- De monsters kunnen in één plastic pot of zak worden verzameld.
- Per uitkomstkast dienen karkassen van 60 niet aangepikte liggenblijvers die in de schaal zijn gestorven te worden bemonsterd.
- De monsters dienen op verschillende plaatsen in de uitkomstkasten te worden genomen.
- De monsters dienen te worden genomen met handschoenen aan.
- De monsters kunnen in één plastic pot of zak worden verzameld.
- 1. Iedere pot of plastic zak dient direct na het vullen zorgvuldig gesloten te worden.
- 2. Elke pot of plastic zak moet van een etiket met de volgende gegevens worden voorzien:
- datum van monsterneming.
- KIP-nummer en naam van de kuikenbroederij.
- Uitkomstkastnummer(s).
- 3. De monsters moeten binnen 24 uur na het nemen verzonden worden naar een door de voorzitter voor detectie van Salmonella erkend laboratorium.
- 4. De monsters moeten zodanig zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden en zodanig zijn geadresseerd dat voor de transporteur en het ontvangend laboratorium geen verwarring ontstaat.
- 1. Afzender (n.a.w.);
- 2. Naam en KIP-nummer van het fokbedrijf of vermeerderingsbedrijf dat de broedeieren heeft geproduceerd waarvan de monsters afkomstig zijn;
- 3. Activiteit: kuikenbroederij;
- 4. Nummer van de uitkomstkast waaruit het monster is genomen;
- 5. Datum monsterneming;
- 6. Type monster (meconium, dons, liggenblijvers);
- 7. Monsternemer: kuikenbroederij / dierenarts / GD / HOSOWO / overig.