Bijlage II Hygiënebesluit kuikenbroederijen (PPE) 2011: leidraad voor het opzetten van een bedrijfsplan voor kuikenbroederijen in de pluimveevleessector
Hygiënebesluit kuikenbroederijen (PPE) 2011
Op grond van artikel 2 van dit besluit dient iedere ondernemer die een kuikenbroederij in de pluimveevleessector uitoefent over een door de voorzitter goedgekeurd plan te beschikken. Bijgaande leidraad is bedoeld als hulpmiddel en model bij het opstellen van dit bedrijfsplan. Onderdelen bedrijfsplan Het bedrijfsplan dient betrekking te hebben op zowel de inrichting als de werkwijze in de broederij. De volgende indeling wordt aanbevolen: Het onderdeel hygiënebewustzijn en persoonlijke hygiëne dient te bevatten: Het onderdeel hygiëne-management in de kuikenbroederij dient te bevatten: In onderstaande maatregelen wordt een voorzet gegeven hoe in het kader van het bedrijfsplan met broedeieren op het niveau van de kuikenbroederij moet worden omgegaan. Het gaat hierbij om zowel bouwkundige en technische voorzieningen als om een aantal protocollen voor wat betreft werkwijze en voor wat betreft mogelijk besmette broedeieren. Uitgangspunt voor de richtlijn is dat broedeieren, kuikens of afvalmateriaal en dons van kuikens van mogelijk besmette stalkoppels niet in contact mogen komen met eieren of kuikens van Salmonellavrije stalkoppels. Wanneer dit wel gebeurt moet de hele partij als mogelijk besmet worden beschouwd. Afvalverwerking dient zodanig plaats te vinden dat geen besmetting van schone ruimten of producten met het vuile afval kan plaatsvinden. Hiervoor dient duidelijk te zijn op welke wijze de kuikenbroederij het afval opslaat, verwerkt en verwijderd.
- 1. Hygiënebewustzijn en persoonlijke hygiëne;
- 2. Hygiëne-management in de kuikenbroederij, waaronder een reinigings- en desinfectieplan;
- 3. Logistiek van het broeden;
- 4. Afvalverwerking.
- 1.1. procedures over de wijze waarop het personeel (intern of extern) wordt opgeleid, zodat het personeel op de hoogte is van Salmonella, de wijze van verspreiding en de interne procedures om Salmonella te beheersen;
- 1.2. procedures over onder andere het wassen van handen, douchen, dragen van bedrijfskleding (aparte kleding/schoeisel voor vuile en schone gedeelte van de kuikenbroederij), eten, drinken en roken op de werkplek, etc.
- 2.1. procedures over het aanleveren van broedeieren waaronder het gescheiden aanleveren van gewassen eieren etc.;
- 2.2. procedures voor de wijze van ontvangst en verwerking van de broedeieren, waaronder wijze van sorteren, behandeling en wijze van inleggen van vuile en gewassen eieren, hygiëne bij overleggen, etc.;
- 2.3. procedures over de hygiëne in de kuikenbroederij, waaronder de wijze waarop schone en vuile gedeelten in de kuikenbroederij worden aangegeven, procedures voor het personeel waarin de looproutes in de kuikenbroederij staan beschreven etc.;
- 2.4. procedures voor reiniging en desinfectie, waarin onder andere frequentie, reinigings- en ontsmettingsmiddelen en werkwijze worden weergegeven van zowel de kuikenbroederij als de vervoers- en transportmiddelen (kratten dan wel containers), een plattegrond van de te reinigen lokalen en de opslag van middelen, aanwijzing van de verantwoordelijke personen, persoonlijke bescherming etc.;
- 2.5. procedures voor de controle van de hygiëne in de kuikenbroederij, waarin onder andere staat aangegeven wanneer en op welke wijze wordt gecontroleerd en wat de acties bij afwijkingen zijn;
- 2.6. ongediertebestrijdingsplan;
- 2.7. andere procedures met betrekking op het algemene hygiënemanagement.
- 1.1 Broedeieren-transport en -bewaring Maatregel: niet-ontsmette broedeieren van mogelijk besmette stalkoppels worden zo min mogelijk tegelijk met Salmonellavrije broedeieren vervoerd. Na transport van mogelijk besmette broedeieren moet de vrachtwagen gereinigd en ontsmet worden. Het is ook mogelijk de broedeieren van mogelijk besmette stalkoppels als laatste op te halen en de broedeieren hetzij op het vermeerderingsbedrijf te ontsmetten, hetzij direct in de vrachtwagen te ontsmetten. Karakter: verplicht in het eigen bedrijfsplan aangeven hoe dit punt wordt aangepakt. Motivatie: broedeieren van mogelijk besmette stalkoppels vormen een verhoogd risico voor horizontale transmissie; apart ophalen voorkomt transmissie via de vrachtwagen of personen; fouten in de aanvoerlogistiek (verwisselen van containers) worden beter voorkomen.
- 3.2 Logistiek was- en grondeieren Maatregel: waseieren en grondeieren van mogelijk besmette stalkoppels moeten bij voorkeur niet ingelegd worden. Wanneer ze wel ingelegd worden, worden ze bij voorkeur niet in dezelfde voorbroeder gebroed als eieren van Salmonellavrije stalkoppels (mogelijk in een aparte voorbroeder met alleen waseieren en grondeieren of in een voorbroeder met alleen besmette stalkoppels). Wanneer dit niet mogelijk is dienen de waseieren en grondeieren altijd onderop te worden geplaatst, zodat besmetting door klapeieren zoveel mogelijk wordt voorkomen. Karakter: verplicht in het eigen bedrijfsplan aangeven hoe dit punt wordt aangepakt. Motivatie: waseieren en grondeieren vormen een verhoogd risico op klapeieren, waardoor een eventuele besmetting in de voorbroeder verspreid kan worden.
- 3.3 Ontsmetting 18 dagen Maatregel: broedeieren van mogelijk besmette stalkoppels en van Salmonellavrije stalkoppels die in dezelfde voorbroeder zijn gebroed dienen na overleggen ontsmet te worden. Karakter: verplicht. Motivatie: tegengaan van kruisbesmetting bij transport van broedeieren door de kuikenbroederij. Door te ontsmetten na overleggen kan een eventuele verspreiding worden tegengegaan.
- 3.4 Logistiek van overleg Maatregel: broedeieren van mogelijk besmette stalkoppels dienen als laatste partij van de dag te worden geschouwd en overgelegd. Na schouw en overleg dient de apparatuur gereinigd en ontsmet te worden. Karakter: verplicht. Motivatie: door schouwen en overleggen kan horizontale verspreiding via apparatuur en personen worden veroorzaakt.
- 3.5 Klimaatscheiding uitkomstkasten Maatregel: broedeieren van mogelijk besmette stalkoppels dienen in een apart uitkomstlokaal uitgebroed te worden. De aanvoer van lucht mag van een gezamenlijke ruimte afkomstig zijn. Voor de afvoer van de lucht geldt: Na uitkomst van de mogelijk besmette kuikens dienen de ruimte en apparatuur gereinigd en ontsmet te worden. Karakter: verplicht. Motivatie: dons is een belangrijke factor in de horizontale verspreiding. Bij uitkomstmachines in hetzelfde lokaal is bij het openen van de deur de verspreiding van dons niet te voorkomen.
- a. De aanvoer vindt bij voorkeur volledig gescheiden plaats van de luchtkanalen van de overige uitkomstlokalen.
- b. Wanneer de luchtafvoer plaatsvindt via hetzelfde luchtkanaal dient de luchtafvoer van het uitkomstlokaal dat gebruikt wordt voor de mogelijk besmette stalkoppels als laatste op het afvoerkanaal worden aangesloten, zo dicht mogelijk bij de afvoer.
- c. Wanneer de luchtafvoer plaatsvindt via hetzelfde luchtkanaal, maar het uitkomstlokaal met mogelijk besmette kuikens niet als laatste op het afvoerkanaal is aangesloten, zo dicht mogelijk bij de afvoer dan dient voldoende onderdruk aanwezig te zijn in het afvoerkanaal. Hiervoor is een automatische alarmmelding noodzakelijk.
- 1.1 Broedeieren-transport en -bewaring Maatregel: niet-ontsmette broedeieren van mogelijk besmette stalkoppels worden zo min mogelijk tegelijk met Salmonellavrije broedeieren vervoerd. Na transport van mogelijk besmette broedeieren moet de vrachtwagen gereinigd en ontsmet worden. Het is ook mogelijk de broedeieren van mogelijk besmette stalkoppels als laatste op te halen en de broedeieren hetzij op het vermeerderingsbedrijf te ontsmetten, hetzij direct in de vrachtwagen te ontsmetten. Karakter: verplicht in het eigen bedrijfsplan aangeven hoe dit punt wordt aangepakt. Motivatie: broedeieren van mogelijk besmette stalkoppels vormen een verhoogd risico voor horizontale transmissie; apart ophalen voorkomt transmissie via de vrachtwagen of personen; fouten in de aanvoerlogistiek (verwisselen van containers) worden beter voorkomen.
- 3.2 Logistiek was- en grondeieren Maatregel: waseieren en grondeieren van mogelijk besmette stalkoppels moeten bij voorkeur niet ingelegd worden. Wanneer ze wel ingelegd worden, worden ze bij voorkeur niet in dezelfde voorbroeder gebroed als eieren van Salmonellavrije stalkoppels (mogelijk in een aparte voorbroeder met alleen waseieren en grondeieren of in een voorbroeder met alleen besmette stalkoppels). Wanneer dit niet mogelijk is dienen de waseieren en grondeieren altijd onderop te worden geplaatst, zodat besmetting door klapeieren zoveel mogelijk wordt voorkomen. Karakter: verplicht in het eigen bedrijfsplan aangeven hoe dit punt wordt aangepakt. Motivatie: waseieren en grondeieren vormen een verhoogd risico op klapeieren, waardoor een eventuele besmetting in de voorbroeder verspreid kan worden.
- 3.3 Ontsmetting 18 dagen Maatregel: broedeieren van mogelijk besmette stalkoppels en van Salmonellavrije stalkoppels die in dezelfde voorbroeder zijn gebroed dienen na overleggen ontsmet te worden. Karakter: verplicht. Motivatie: tegengaan van kruisbesmetting bij transport van broedeieren door de kuikenbroederij. Door te ontsmetten na overleggen kan een eventuele verspreiding worden tegengegaan.
- 3.4 Logistiek van overleg Maatregel: broedeieren van mogelijk besmette stalkoppels dienen als laatste partij van de dag te worden geschouwd en overgelegd. Na schouw en overleg dient de apparatuur gereinigd en ontsmet te worden. Karakter: verplicht. Motivatie: door schouwen en overleggen kan horizontale verspreiding via apparatuur en personen worden veroorzaakt.
- 3.6 Logistiek van uitkomst Maatregel: de kuikens van mogelijk besmette stalkoppels dienen als laatste van de dag te worden afgeraapt en verwerkt. Bij het afrapen moeten de Salmonellavrije kuikens uit het lokaal verwijderd zijn. Salmonellavrije kuikens mogen niet worden opgeslagen tezamen met mogelijk besmette kuikens. Dit betekent een aparte opslag voor Salmonellavrije kuikens. Na het afrapen van de mogelijk besmette kuikens dienen de ruimte en apparatuur gereinigd en ontsmet te worden. Karakter: verplicht. Motivatie: dons vormt een belangrijke factor in de horizontale verspreiding. Door de kuikens niet ruimtelijk te scheiden kan kruisbesmetting ontstaan.
- 3.7 Kuikentransport Maatregel: transport van mogelijk besmette kuikens dient apart van het transport van Salmonellavrije kuikens plaats te vinden, in een aparte vrachtwagen. Na transport dient de vrachtwagen gereinigd en ontsmet te worden. Karakter: verplicht. Motivatie: verspreiding van dons tijdens transport kan kruisbesmetting tot gevolg hebben.
- 3.8 Administratie De administratie van de kuikenbroederij dient dusdanig te worden opgezet dat voor de medewerkers duidelijk is welke broedeieren mogelijk besmet zijn en welke procedure daarmee gevolgd moet worden. Tevens moet uit de administratie afgeleid kunnen worden welke route in plaats en tijd de mogelijk besmette broedeieren hebben gevolgd, zodat duidelijk wordt of de verschillende protocollen voor handeling juist zijn uitgevoerd.