Art. 1 Verordening PA coëxistentie teelt 2008, Begripsbepalingen

Verordening PA coëxistentie teelt 2008

Deze verordening verstaat onder:

a. productschap

:

Productschap Akkerbouw;

b. bestuur

:

bestuur van het productschap;

c. dagelijks bestuur

:

dagelijks bestuur van het productschap;

d. voorzitter

:

voorzitter van het productschap;

e. secretaris

:

secretaris van het productschap;

f. commissie

:

Commissie Teeltaangelegenheden;

g. coëxistentie

:

het naast elkaar bestaan van genetisch gemodificeerde, biologische en gangbare teelten;

h. ondernemer

:

de natuurlijke of rechtspersoon die een onderneming drijft waarvoor het productschap is ingesteld;

i. ggo-teler

:

de ondernemer die gg-gewassen teelt of laat telen;

j. niet-ggo teler

:

de ondernemer die geen gg-gewassen teelt en niet onder de in onderdeel k opgenomen definitie valt;

k. ggo-vrije teler

:

de biologische en andere ondernemers die geheel ggo-vrij willen blijven en dit integraal in hun bedrijfsvoering hebben doorgevoerd en tevens kunnen aantonen dat hun afnemers specifieke markteisen stellen met betrekking tot de 'ggo-vrije' status van de eindproducten;

l. ggo-vrij gedefinieerde markt

:

markt waarbij afnemers specifieke eisen stellen met betrekking tot de 'ggo-vrije' status van de eindproducten;

m. afnemer

:

tussenhandelaren, detailhandel (retail) en consumenten;

n. Besluit ggo

:

Besluit genetisch gemodificeerde organismen Wet milieugevaarlijke stoffen (Staatsblad 1993, 435);

o. toegelaten

:

conform het in paragraaf 3.3 van het Besluit ggo bepaalde dan wel conform Verordening (EG) 1829/2003 op de Europese markt toegelaten voor teelt;

p. vergunde

:

conform het in paragraaf 3.2 van het Besluit ggo bepaalde vergund;

q. gg-gewassen

:

genetisch gemodificeerde rassen van aardappelen, suikerbieten en maïs;

r. aardappelen

:

planten van de soort Solanum tuberosum;

s. aardappelopslag

:

aardappelplanten gegroeid uit op een perceel achtergebleven aardappelknollen of zaad;

t. suikerbieten

:

planten van de soort Beta vulgaris;

u. suikerbietenschieter

:

suikerbieten die al in het eerste jaar tot de vorming van zaad zijn overgegaan (dit gaat gepaard met stengelverlenging, of te wel het 'schieten');

v. suikerbietenopslag (onkruidbieten)

:

suikerbieten gegroeid uit zaad gevallen op een perceel waarop in een voorafgaand teeltseizoen suikerbieten zijn geteeld;

w. maïs

:

planten van de soort Zea mays;

x. isolatieafstand

:

horizontaal gemeten afstand tussen het hart of eerste plant van de rij met gg-gewassen en het hart of eerste plant van de rij met niet gg-gewassen van dezelfde plantensoort bij verschillende telers;

y. perceel

:

een ononderbroken oppervlakte grond, in eigendom of in gebruik bij een onderneming, waarop één soort gewas geteeld wordt;

z. belendend

:

aangrenzend.