Bijlage II Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2011: werkvoorschrift monsterneming met overschoentjes
Hygiënebesluit vleeskuikenbedrijven (PPE) 2011
Dit werkvoorschrift beschrijft de monsterneming met overschoentjes welke voorgeschreven is in het kader van het onderzoek naar Salmonella bij vleeskuikens. Indien het een regulier onderzoek naar Salmonella betreft, worden de monsters genomen in opdracht van de ondernemer door een voor geborgde monsterneming mest erkende HOSOWO-instantie of een pluimveedierenarts. Indien het een onderzoek naar Salmonella in opdracht van de voorzitter betreft, worden de monsters genomen door GD. Bij verzending van de monsters houdt degene die de reguliere of officiële monsterneming uitvoert zich aan het volgende: Elke inzending van monsters naar het voor detectie erkende laboratorium moet vergezeld gaan van een inzendformulier met ten minste de volgende, duidelijk leesbare, gegevens. Indien deze gegevens geheel of gedeeltelijk op een andere manier al bij het laboratorium bekend zijn, dan hoeven deze niet opnieuw te worden doorgegeven: Monsters dienen te worden gedetecteerd door een voor detectie erkend laboratorium, en in geval van de aanwezigheid van Salmonella, te worden geserotypeerd op alle typen Salmonella door een voor serotypering erkend laboratorium. De ondernemer zorgt ervoor dat het monster onverwijld na de detectie wordt geserotypeerd. Als het voor detectie erkende laboratorium niet tevens is erkend voor serotypering of het serotype Salmonella niet kan bepalen, dan zal dit laboratorium het monster verzenden naar een voor serotypering erkend laboratorium, zonder actieve tussenkomst van de ondernemer. De ondernemer dient daarom het voor detectie erkende laboratorium duidelijk opdracht te geven dat indien de detectie van een monster Salmonella aantoont, dit monster onverwijld wordt geserotypeerd. Na ontvangst van de uitslag van het laboratorium meldt de ondernemer deze uitslag aan de voorzitter. Deze melding dient binnen 24 uur te gebeuren indien het Salmonella Java, Salmonella Enteritidis of Salmonella Typhimurium betreft. Uitslagen van overige serotypen Salmonella of een neg
- 1. 2 paar steriele overschoentjes die voldoende absorberend zijn om vocht op te nemen (geen plastic overschoentjes);
- 2. vloeistof (bijv. 0,8% keukenzout + 0,1% pepton in steriel of gedeïoniseerd water of steriel water);
- 3. steriele plastic zakken;
- 4. etiketten;
- 5. inzendformulier.
- 1. Er dient per stal tweemaal bemonsterd te worden met een apart paar overschoentjes.
- 2. Het monster moet evenredig verspreid over de stal verzameld te worden. Elk paar overschoenen moet circa 50% van de ruimte van de stal bestrijken.
- 1. Was voor de monsterneming altijd uw handen.
- 2. Bevochtig het oppervlak van de overschoentjes met de vloeistof.
- 3. Trek in de stal over het staleigen schoeisel een paar overschoentjes aan.
- 4. Loop een ronde door de stal waarbij ongeveer 50% van het staloppervlak meegenomen wordt.
- 5. Doe de overschoentjes bij het verlaten van de stal in een steriele plastic zak.
- 6. Per stal dienen twee paar overschoentjes te worden ingestuurd. De werkwijze moet dus worden herhaald, waarbij de overgebleven 50% van het staloppervlak meegenomen wordt.
- 7. Per stal mogen de overschoenen in één pot of zak naar het erkende laboratorium worden gestuurd. Het laboratorium zal één analyse op het gepoolde monster uitvoeren.
- 8. Sluit iedere zak direct na het vullen zorgvuldig.
- 9. Voorzie de zak van een etiket met de volgende gegevens: datum en tijdstip van de monsterneming, stalnummer(s) en KIP-nummer.
- 1. De monsters worden binnen 24 uur nadat zij genomen zijn verzonden naar een door de voorzitter erkend laboratorium.
- 2. De monsters moeten zodanig zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden en zodanig zijn geadresseerd dat voor de transporteur en het ontvangend laboratorium geen verwarring kan ontstaan.
- 1. Afzender (n.a.w. + KIP-nummer);
- 2. Activiteit: vleeskuikenbedrijf;
- 3. Stalnummer (indien meerder monsters in één zending ook duidelijk op monster aangeven wat het stalnummer is);
- 4. Koppelnummer (niet verplicht);
- 5. Geboortedatum stalkoppel;
- 6. Type monster: overschoentjes
- 7. Type onderzoek: regulier of officieel onderzoek naar Salmonella;
- 8. Monsternemer: pluimveedierenarts / HOSOWO-instantie / GD;
- 9. Naam monsternemer:
- a. naam pluimveedierenarts inclusief naam dierenartspraktijk en registratienummer pluimveedierenarts, of
- b. naam HOSOWO-instantie, of
- c. GD (in geval van een onderzoek in opdracht van de voorzitter);
- 10. Datum monsterneming.