Bijlage III Hygiënebesluit leghennenbedrijven (PPE) 2011: officieel onderzoek naar Salmonella leghennenbedrijven

Hygiënebesluit leghennenbedrijven (PPE) 2011

De ondernemer die een leghennenbedrijf uitoefent dient de op het bedrijf aanwezige stalkoppels leghennen te laten onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella Enteritidis en Salmonella Typhimurium. De monsters worden in een specifiek aantal gevallen genomen op initiatief van de voorzitter door GD dan wel een door de voorzitter erkende HOSOWO-instantie of een pluimveedierenarts (officiële monsterneming in het kader van artikel 15 van de Verordening). In deze bijlage wordt het onderzoek in het kader van artikel 15 van de Verordening (officieel onderzoek) nader beschreven. Deze wijze van monsterneming is in overeenstemming met het bepaalde in 2.2.2. van de bijlage van Verordening (EU) Nr. 517/2011 van de Commissie. De monsters worden door GD of een door de voorzitter erkende HOSOWO-instantie of een pluimveedierenarts op dezelfde wijze genomen en op dezelfde wijze en met behulp van hetzelfde inzendformulier verzonden als de monsters die de ondernemer zelf moet nemen (zoals beschreven in Bijlage II van dit Besluit). Dit met dien verstande dat in geval van kooihuisvesting per stal een extra mestmonster moet worden genomen en in geval van grondhuisvesting een extra paar overschoentjes moet worden genomen. De mestmonsters worden gepoold tot één monster. De overschoentjes worden eveneens gepoold tot één monster. Tevens wordt in de volgende gevallen het stalkoppel onderzocht op de aanwezigheid van anti-microbiële stoffen of stoffen met een bacteriegroeiremmend effect (zie artikel 8, eerste lid 1, sub b) tot en met e), van dit Besluit):