Bijlage 6 Beleidsregels indicatiestelling AWBZ 2012: begeleiding
Beleidsregels indicatiestelling AWBZ 2012
Artikel 6 Besluit zorgaanspraken: Artikel 10 Besluit zorgaanspraken: ‘Indien de verzekerde zorg als bedoeld in artikel 6 of 8 gedurende een dagdeel in een instelling ontvangt, omvat de zorg tevens vervoer naar en van de instelling indien daarvoor een medische noodzaak bestaat.’ De functie Begeleiding is gericht op het bevorderen, het behoud of het compenseren van zelfredzaamheid van de verzekerde. De Begeleiding is bedoeld voor verzekerden die zonder deze Begeleiding zouden moeten verblijven in een instelling of zouden verwaarlozen. De verzekerde kan zijn aangewezen op Begeleiding in de vorm van individuele begeleiding (BG-individueel) of begeleiding in groepsverband (BG-groep). De functie Begeleiding kan (deels) zijn aangewezen als is vastgesteld dat behandeling geen adequate oplossing biedt om de zelfredzaamheid van de verzekerde te bevorderen of te handhaven. Als verbetering van de beperkingen door behandeling mogelijk is, is de verzekerde daarop in eerste instantie aangewezen. Tijdens die behandeling kan, in overleg met de behandelaar, zo nodig tijdelijk Begeleiding worden geïndiceerd. Bij zelfredzaamheid in relatie tot de functie begeleiding gaat het om de lichamelijke, cognitieve en psychische mogelijkheden die verzekerde in staat stellen om binnen de persoonlijke levenssfeer te functioneren. In de eerste plaats kan het gaan om het compenseren en actief herstellen van het beperkte of afwezige regelvermogen van verzekerde, waardoor hij onvoldoende of geen regie over het eigen leven kan voeren. Het gaat dan om zaken als het helpen plannen van activiteiten, regelen van dagelijkse zaken, het nemen van besluiten en het structureren van de dag. Omdat de grens tussen de persoonsgebonden sociale omgeving en participatie niet altijd scherp te trekken is, zal voor verzekerden met matige en zware beperkingen binnen de functie Begeleiding ook ondersteuning mogelijk zijn in de vorm van het stimuleren tot en het voorbereiden van gesprekken met instanties op het terrein van
- 1. Deze bijlage van de beleidsregels indicatiestelling AWBZ is van toepassing op de indicatiestelling voor de functie Begeleiding, zoals bedoeld in artikel 6 van het Besluit zorgaanspraken (Bza) en voor Vervoer zoals bedoeld in artikel 10 van het Besluit zorgaanspraken (Bza).
- 2. Deze bijlage kan worden aangehaald als ‘bijlage Begeleiding’.
- 3. Op deze bijlage zijn de bijlagen ‘Algemeen’, ‘Grondslagen’ en ‘Gebruikelijke zorg’ van toepassing.
- 1. ‘Begeleiding omvat activiteiten aan verzekerden met een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap die matige of zware beperkingen hebben op het terrein van
- a. de sociale redzaamheid,
- b. het bewegen en verplaatsen,
- c. het psychisch functioneren,
- d. het geheugen en de oriëntatie, of
- e. die matig of zwaar probleemgedrag vertonen.
- 2. De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, zijn gericht op bevordering, behoud of compensatie van de zelfredzaamheid en strekken tot voorkoming van opname in een instelling of verwaarlozing van de verzekerde.
- 3. De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, bestaan uit:
- a. het ondersteunen bij of oefenen met vaardigheden of handelingen,
- b. het ondersteunen bij of oefenen met het aanbrengen van structuur of het voeren van regie, of
- c. het overnemen van toezicht op de verzekerde.’
- 1. sociale redzaamheid,
- 2. bewegen en verplaatsen,
- 3. probleemgedrag,
- 4. psychisch functioneren of
- 5. geheugen- en oriëntatiestoornissen.
- 1. Begrijpen wat anderen zeggen.
- 2. Een gesprek voeren.
- 3. Zich begrijpelijk maken.
- 4. Initiëren en uitvoeren eenvoudige taken.
- 5. Kunnen lezen, schrijven en rekenen.
- 6. Communicatiehulpmiddel gebruiken.
- 7. Dagelijkse bezigheden.
- 8. Problemen oplossen en besluiten nemen.
- 9. Dagelijkse routine regelen.
- 10. Zelf geld beheren.
- 11. Initiëren en uitvoeren complexere taken.
- 12. Zelf administratie zaken bijhouden.
- 1. Lichaamspositie handhaven.
- 2. Grove hand- en armbewegingen maken.
- 3. Fijne handbewegingen maken.
- 4. Lichtere voorwerpen tillen.
- 5. Gecoördineerd bewegingen maken met benen en voeten.
- 6. Lichaampositie veranderen.
- 7. Trap op en af gaan zonder hulp(middelen).
- 8. Zich verplaatsen met hulp(middelen).
- 9. Voortbewegen binnenshuis, zonder hulp(middelen).
- 10. Gebruik maken van openbaar vervoer.
- 11. Eigen vervoermiddel gebruiken.
- 12. Voortbewegen buitenshuis zonder hulp(middelen).
- 13. Korte afstanden lopen.
- 14. Zwaardere voorwerpen tillen.
- 1. Destructief gedrag (gericht op zichzelf en/of de ander, zowel letterlijk als figuurlijk).
- 2. Dwangmatig gedrag.
- 3. Lichamelijk agressief gedrag.
- 4. Manipulatief gedrag.
- 5. Verbaal agressief gedrag.
- 6. Zelfverwondend of zelfbeschadigend gedrag.
- 7. Grensoverschrijdend seksueel gedrag.
- 1. Concentratie
- 2. Geheugen en denken
- 3. Perceptie van omgeving
- 1. Oriëntatie in persoon
- 2. Oriëntatie in ruimte
- 3. Oriëntatie in tijd
- 4. Oriëntatie naar plaats
- 1. dat verzekerde gemotiveerd en leerbaar is om te oefenen en trainbaar is;
- 2. dat het oefenen programmatisch en doelmatig plaatsvindt;
- 3. en/of dat mantelzorg in de directe omgeving en/of gebruikelijke zorger van de verzekerde gemotiveerd en leerbaar is om te oefenen en trainbaar is.
- a. de sociale redzaamheid,
- b. het bewegen en verplaatsen,
- c. het psychisch functioneren,
- d. het geheugen of de oriëntatie, of
- e. die matig of zwaar probleemgedrag vertoont.
- 1. het bieden van een dagprogramma met als doel al dan niet aangepaste vormen van arbeid of school te vervangen gedurende maximaal 9 dagdelen per week of:
- 2. het bieden van activiteiten met als doel een andersoortige vorm van dagstructurering dan arbeid of school en tevens zelfredzaamheid en cognitieve capaciteiten en vaardigheden zoveel mogelijk te handhaven en/of gedragsproblematiek te reguleren gedurende maximaal 9 dagdelen per week;
- 3. toezicht in een instelling:
- a. ‘s nachts gedurende maximaal 7 nachten (=14 dagdelen) per week;
- b. overdag gedurende maximaal 9 dagdelen per week.
- – Indien de verzekerde op basis van zijn grondslag wettelijk gezien geen toegang heeft tot de functie Verpleging kan, op basis van een bijkomende grondslag die wel toegang geeft tot de functie Verpleging, deze indien noodzakelijk aanvullend op dit integrale pakket worden geïndiceerd.
- – Als de verzekerde is aangewezen op (individuele) aanvullende functionele diagnostiek kan hiervoor naast Begeleiding in groepsverband ook individuele Behandeling geïndiceerd worden. Dit alleen voor zover deze Behandeling (op de achtergrond) al geen onderdeel uitmaakt van de Begeleiding groep.