Bijlage II Besluit vaststelling beleidsregels subsidieplafond subsidiëring Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Beleidsregels en subsidieplafond Migratie en Ontwikkelingsprogramma 2012): vrijwillige, duurzame terugkeer en herintegratie van ex-asielzoekers
In de ‘beleidsnotitie Migratie en Ontwikkeling 2008’ worden zes beleidsprioriteiten benoemd, te weten: In deze bijlage zijn beleidsregels opgenomen voor subsidieverlening in het kader van beleidsprioriteit 6 van de beleidsnotitie Internationale Migratie en Ontwikkeling 2008 van de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Justitie: Bevorderen van vrijwillige, duurzame terugkeer en herintegratie van ex-asielzoekers (kortweg ‘vrijwillige terugkeer’). Met deze beleidsregels wordt uitvoering gegeven aan: Eén van de beleidsprioriteiten van de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken op het terrein van migratie is het bevorderen van de vrijwillige, duurzame terugkeer en herintegratie van ex-asielzoekers. Deze beleidsregels zijn ondersteunend aan het kabinetsbeleid voor terugkeer en ontwikkelingssamenwerking. Het betreft terugkeer naar alle landen van herkomst en alle ex-asielzoekers die passen binnen de hierna genoemde beoordelingscriteria. In het terugkeerbeleid wordt prioriteit verleend aan gezinnen met (minderjarige) kinderen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen. In voorgaande jaren werd aan vrijwillig terugkerende ex-asielzoekers ofwel financiële ondersteuning aangeboden, ofwel ondersteuning in natura, bijvoorbeeld opleiding, training, arbeidsbemiddeling, bemiddeling bij huisvesting en gezondheidszorg. Het streven naar duurzaamheid van de terugkeer en herintegratie komt in het bijzonder tot uiting in de ondersteuning in natura. Om te voorkomen dat een terugkeerder dit aanbod ongebruikt laat, is het voortaan mogelijk dat een ex-asielzoeker van beide vormen van ondersteuning gebruik maakt. Lopende projecten voor de ondersteuning van de vrijwillige terugkeer van ex-asielzoekers die reeds door de rijksoverheid worden gefinancierd, vallen buiten deze beleidsregels. Daaronder vallen in elk geval projecten voor de financiële ondersteuning van ex-asielzoekers die willen terugkeren. Daarom wordt in dit subsidietijdvak geen subsidie verstrekt voor de uitvoering v
- a. Meer aandacht voor migratie in ontwikkelingsbeleid en voor ontwikkeling in migratiebeleid;
- b. Institutionele ontwikkeling op het gebied van migratiemanagement;
- c. Stimuleren van circulaire migratie/brain gain;
- d. Versterken van de betrokkenheid van migrantenorganisaties;
- e. Versterken van de relatie tussen geldovermakingen en ontwikkeling
- f. Bevorderen van vrijwillige, duurzame terugkeer en herintegratie van ex-asielzoekers
- − de beleidsnotitie Internationale Migratie en Ontwikkeling 2008;
- − de brief Migratie en Ontwikkeling;
- − de brief Terugkeer in het Vreemdelingenbeleid.
- o het vergroten van kennis en inzicht op het gebied van vrijwillige terugkeer;
- o het verkrijgen van meer inzicht in de effecten van de ondersteuning in natura;
- o de ontwikkeling van de lokale gemeenschap waar terugkeerders zich vestigen, respectievelijk de acceptatie van terugkeerders in deze gemeenschap;
- o het opzetten en verbeteren van samenwerking met non-gouvernementele organisaties in herkomstlanden;
- o het opzetten en verbeteren van samenwerking met (autoriteiten van) landen van herkomst;
- o het beperken van de instroom van migranten die geen uitzicht zullen hebben op verblijf in Nederland.
- • Een uitgewerkt activiteitenplan (projectplan) met een overzicht van activiteiten, naar aard, omvang, fasering en onderling verband, in relatie tot de daarmee beoogde doelstellingen en meetbare resultaten en verwachte effecten, voor de eerstvolgende twaalf maanden van het tijdvak waarvoor subsidie wordt gevraagd.
- • Een duidelijke en uitgebreide begroting van het project, die inzicht geeft in de inkomsten, daaronder begrepen bijdragen van derden, en uitgaven gerelateerd aan de voorgenomen activiteiten van de eerstvolgende twaalf maanden van het tijdvak waarvoor subsidie wordt gevraagd en die is voorzien in een postgewijze toelichting. Uit de begroting wordt in ieder geval duidelijk wat de kosten (begeleidingskosten en organisatiekosten) per ondersteunde ex-asielzoeker zijn.
- • Een liqiditeitsprognose.
- • Indien de activiteiten zich over een tijdvak van meer dan twaalf maanden uitstrekken gaat het activiteitenplan vergezeld van een globaal overzicht van werkzaamheden, doelstellingen, resultaten en verwachte effecten voor de resterende periode van het tijdvak.
- • Indien de activiteiten zich over een tijdvak van meer dan twaalf maanden uitstrekken gaat de begroting vergezeld van een financiële raming voor de daaropvolgende periode.
- 1. Een aanvraag in het kader van deze beleidsregels voor vrijwillige terugkeer bedraagt ten minste EUR 100.000,00.
- 2. Projectvoorstellen zijn gericht op het bieden van ondersteuning in natura aan ex-asielzoekers die vrijwillig terugkeren naar hun land van herkomst, met het oog op hun duurzame herintegratie in dat land. Indien voor het bieden van deze ondersteuning infrastructuur in het land van herkomst moet worden opgezet of uitgebreid, is dit alleen mogelijk in landen in Annex 1 bij deze bijlage.
- 3. Deze projectvoorstellen kunnen daarnaast sub-activiteiten bevatten gericht op:
- a. het vergroten van kennis en inzicht op het gebied van vrijwillige terugkeer, zoals het doen van onderzoek en het uitwisselen van ervaring en kennis met andere organisaties;
- b. het verkrijgen van meer inzicht in de effecten van de ondersteuning in natura, zoals het tijdelijk monitoren van de herintegratie van ex-asielzoekers na terugkeer in het land van herkomst;
- c. de ontwikkeling van de lokale gemeenschap waar terugkeerders zich vestigen, respectievelijk de acceptatie van terugkeerders in deze gemeenschap;
- d. het opzetten en verbeteren van samenwerking met non-gouvernementele organisaties in herkomstlanden;
- e. het opzetten en verbeteren van samenwerking met (autoriteiten van) landen van herkomst;
- f. het beperken van de instroom van migranten die geen uitzicht zullen hebben op verblijf in Nederland, zoals voorlichting over de situatie in Nederland.
- 4. Projectvoorstellen betreffen terugkeer naar herkomstlanden die zijn opgenomen in de OESO DAC-landenlijst, met uitzondering van de landen zonder visumplicht2Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad van 15 maart 2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld, inclusief de hierop betrekking hebbende wijzigingen.dan wel de landen die worden uitgesloten van een subsidie in het kader van vrijwillige terugkeer wegens sterke aanwijzingen van aanzuigende werking (zie Annex 2 bij deze bijlage).
- 5. Het projectvoorstel ziet op de ondersteuning van ex-asielzoekers die voldoen aan de volgende kenmerken:
- • Het betreft ex-asielzoekers die zich binnen de wettelijke vertrektermijn zoals bepaald in art. 62 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), dat wil zeggen maximaal 28 dagen nadat het rechtmatig verblijf is geëindigd, of binnen de termijn van een eventuele vrijheidsbeperkende maatregel zoals bepaald in art. 56 Vw, dat wil zeggen maximaal 12 weken op een vrijheidsbeperkende locatie3Dit betreffen de vrijheidsbeperkende locaties (VBL) en de sinds medio 2011 ingestelde gezinslocaties (GL)., aanmelden voor de ondersteuning;
- • het betreft zowel legale als illegale ex-asielzoekers;
- • ex-asielzoekers nemen deel aan niet meer dan één in natura ondersteuningsproject.
- 6. Voor zover het projectvoorstel ex-asielzoekers betreft die vrijwillig terugkeren vanuit vreemdelingendetentie, wordt de ondersteuning in natura aangeboden in het land van herkomst.
- 7. De ondersteuning in natura dient zich te richten op thema’s die de herintegratie bevorderen, bijvoorbeeld opleiding, training, arbeidsbemiddeling, bemiddeling bij huisvesting en gezondheidszorg.
- 8. De ondersteuning in natura dient rechtstreeks ten goede te komen aan de ex-asielzoekers.
- 9. Per ex-asielzoeker, uitgezonderd alleenstaande minderjarige vreemdelingen, wordt maximaal EUR 1.500 besteed aan ondersteuning in natura.
- 10. Voor gezinnen met minderjarige kinderen kan daarnaast maximaal EUR 1.000 per minderjarig kind extra worden besteed aan ondersteuning in natura.
- 11. Voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen geldt geen maximumbedrag. Hier geldt dat de ondersteuning in natura (opvang, medische zorg, kleding, onderwijs, scholing) voor de alleenstaande minderjarige wordt geboden tot het bereiken van de leeftijd van 18 jaar.
- 12. Voor de volgende landen geldt dat bij de ondersteuning in natura van alleenstaande minderjarige vreemdelingen gebruik dient te worden gemaakt van bestaande opvangstructuren in landen van herkomst: Angola, Benin, China, Democratische Republiek Congo, Guinee Conakry, Irak, Mongolië, Somalië en Sri Lanka.
- 1. Ondersteuning in natura die (gedeeltelijk) in Nederland wordt geboden, wordt binnen de wettelijke termijnen benut, te weten de vertrektermijn ex art. 62 Vw met eventuele vrijheidsbeperkende maatregel ex art. 56 Vw. Dit betekent dat een ex-asielzoeker een ondersteuningstraject in Nederland binnen uiterlijk 16 weken afgerond dient te hebben.
- 2. Ondersteuning in natura die in het land van herkomst wordt geboden, wordt voltooid binnen 1 jaar te rekenen vanaf de eerste dag nadat het rechtmatig verblijf van de vreemdeling is geëindigd, maar dient wel binnen 3 maanden (in geval van een vrijheidsbeperkende maatregel) na afloop van de vertrektermijn ex art. 62 Vw te zijn geaccepteerd. Deze verplichting geldt niet in geval de steun wordt geboden aan een alleenstaande minderjarige vreemdeling. Hier geldt dat de ondersteuning in natura wordt geboden tot het bereiken van de leeftijd van 18 jaar.