Art. 1 Verordening PT heffing aanbod bloemkwekerijproducten 2010, Begripsbepalingen
Verordening PT heffing aanbod bloemkwekerijproducten 2010
1. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen worden overgenomen de begripsbepalingen van de artikelen 1 en 2 van het Instellingsbesluit Productschap Tuinbouw.
2. In deze verordening worden overgenomen de begripsbepalingen van artikel 1:1 en artikel 3:1, en de werkwijze beschreven in hoofdstuk 3 van de Verordening PT algemene bepalingen 2009.
3. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt voorts verstaan onder:
I. siergewassen,
II. teeltmateriaal,
III. hydrocultuur,
IV. bloemzaden;
I. luchtvrachtkosten boven EU grondgebied volgens bijlage 25 bij Verordening (EEG) nr. 2454/93, en
II. CIF waarde van bloemkwekerijproducten bestemd voor doorteelt binnen eigen bedrijf;
I. het ter verkrijging van een oogst brengen, hebben of houden in een al dan niet overdekt groeimedium van bloemkwekerijproducten,
II. het ter bevordering van het verkrijgen van een oogst verrichten van alle wijzen van behandelen, bewerken, beschermen, bewaren en verzorgen van bloemkwekerijproducten,
III. het oogsten van bloemkwekerijproducten, of
IV. het doen kweken van bloemkwekerijproducten;
I. creditnota's, voorzover deze betrekking hebben op de verrekening van schade of kwaliteitsverlies of indien deze achteraf zijn opgemaakt voor de verrekening van kwantumkortingen,
II. extreme toegevoegde waarde op grond van de inkoopwaarde, voorzover deze onderdeel is van de omzet en aantoonbaar in de administratie,
III. royalty's, voor de kwekersrechthouder voorzover dit inkomsten zijn en voor de vermeerderaar voorzover hij als licentiehouder royalty's direct aan de kwekersrechthouder afdraagt, en
IV. afschrijving van dubieuze debiteuren, voorzover deze in de jaarrekening zijn afgeschreven;
I. winterharde houtgewassen in hun geheel voor zover niet vervroegd of verlaat, alsmede kerstbomen zonder wortels en delen van winterharde houtgewassen welke voor vermeerdering zijn bestemd,
II. voor zover in groene toestand de Japanse azalea's, alsmede variëteiten en hybriden daarvan,
III. dahliastekken, begonia- en gloxiniaplantjes, uitsluitend bestemd voor de teelt van knollen, en
IV. aquariumplanten en niet-levende bloemkwekerijproducten;