Bijlage 2 Regeling verankering academische opleidingsschool 2012–2016: behorend bij artikel 10 en 12
Regeling verankering academische opleidingsschool 2012–2016
De onderstaande criteria zijn opgesteld ter beoordeling van de subsidieaanvraag voor de Regeling verankering academische opleidingsschool 2012–2016. De criteria zijn gebaseerd op het ‘Advies verankering Academische opleidingsscholen’ (Agentschap NL, mei 2011) en zijn aanvullend op de voorwaarden van het bestaande toetsingskader van de NVAO voor de Regeling tegemoetkoming kosten opleidingsschool.
- 1. De academische opleidingsschool 1 Voor deze bijlage mede begrepen opleidingsschool. verbindt het opleiden van leraren met het verrichten van praktijkgericht onderzoek en schoolontwikkeling Aantoonbaar wordt gemaakt dat het onderzoek:
- • bijdraagt aan de opleiding en ontwikkeling van de student;
- • bijdraagt aan de eigen schoolontwikkeling;
- • gericht is op onderwerpen die verder gaan dan de belangen van de (eigen) organisatie en die van haar partners.
- 2. De academische opleidingsschool beschikt over een gezamenlijke, door alle partners gedragen visie op het concept ‘academische opleidingsschool’ Uit de visie moet blijken waar de academische opleidingsschool op dit moment staat in de ontwikkeling, wat de ambitie is en hoe wordt toegewerkt naar een helder geformuleerd eindpunt. Deze visie wordt gedeeld door alle betrokkenen.
- 3. De academische opleidingsschool beschikt over voldoende en hoogwaardige begeleiding van studenten en een goede ondersteuning van docenten bij hun onderzoeks- en begeleidingstaken De hoogwaardige begeleiding van studenten en goede ondersteuning van docenten is ingebed in het personeelsbeleid en maakt onderdeel uit van het dagelijkse werk op deelnemende scholen. Dit betekent onder meer dat:
- • is vastgelegd hoe studenten worden begeleid bij het uitvoeren van hun onderzoek, zowel in tijd als in kwaliteit;
- • het begeleiden van studenten in hun onderzoek door daartoe opgeleide docenten een substantieel deel uitmaakt van de personeelsplanning van scholen;
- • de begeleidende docent is opgeleid en wordt ondersteund bij de inhoudelijke, onderwijskundige en organisatorische realisatie van het onderzoeksprogramma;
- • de partners zelf nadrukkelijk (financieel) investeren in de academische opleidingsschool, onder andere met het oogmerk om het een permanent onderdeel van de schoolprocessen te laten uitmaken.
- 4. De academische opleidingsschool beschikt over een professioneel onderzoeksprogramma Het onderzoeksprogramma is een gedragen document dat is opgesteld door de partners van de academische opleidingsschool gezamenlijk. Hierin is minimaal vastgelegd:
- • een gezamenlijke visie op onderzoek, waarin de ambitie van het partnerschap is verwoord;
- • de onderzoeksthema’s op hoofdlijnen;
- • een heldere verdeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de partners.
- 5. De academische opleidingsschool beschikt over een goed functionerend systeem voor kwaliteitsborging De kwaliteit van het onderzoek in de school moet geborgd zijn en is een onderwerp van regelmatige evaluatie. De gebruikte methoden en technieken voor onderzoek dienen wetenschappelijk verantwoord te zijn. Er is sprake van een cyclisch proces van evaluatie van processen en opbrengsten op basis van beschreven criteria waaraan:
- • de opleiding van studenten moet voldoen;
- • de begeleiding van studenten en docenten moet voldoen (kwantitatief en kwalitatief);
- • het onderzoek en de resultaten moeten voldoen.
- 6. De academische opleidingsschool zorgt voor kennisdeling tussen de partners en met de andere academische opleidingsscholen Er vindt regelmatige kennisdeling tussen de partners plaats en met de andere academische opleidingsscholen (bijv. consultatie, bijeenkomsten, overleggen). Daarbij gaat het niet alleen om het verspreiden van onderzoeksresultaten, maar vooral ook om het delen van kennis over en ervaringen met de ontwikkeling van het concept ‘academische opleidingsschool’.