Bijlage II Regeling beleidsinformatie jeugdzorg 2011: informatieprotocol beleidsinformatie raad voor de kinderbescherming – provincies 2011
Regeling beleidsinformatie jeugdzorg 2011
In het Besluit beleidsinformatie jeugdzorg 2011 (hierna aangeduid met: Besluit) is geregeld welke gegevens geregistreerd moeten worden om een samenhangend jeugdzorgbeleid tot stand te kunnen brengen, wie die gegevens verzamelt en bewerkt en welke gegevens mogen worden verstrekt. De wijze waarop de gegevens moeten worden geregistreerd en verstrekt, de tijdvakken waarop de gegevens die worden verstrekt betrekking hebben en de termijnen waarbinnen de gegevens moeten worden verstrekt zijn slechts deels geregeld in het genoemde besluit. In de artikelen 21 en 23 van het Besluit wordt geregeld dat dit bij ministeriële regeling kan worden bepaald. Daarbij kan krachtens het tweede lid van artikel 21 en het tweede lid van artikel 23 van het Besluit worden verwezen naar een door de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Veiligheid en Justitie vast te stellen informatieprotocol. Het Informatieprotocol beleidsinformatie jeugdzorg 2011 (hierna aangeduid met: Informatieprotocol) geeft invulling aan deze bepalingen. Het Informatieprotocol ‘beleidsinformatie raad voor de kinderbescherming – provincies’ (hierna aangeduid met: Informatieprotocol) heeft tot doel helder en eenduidig vast te leggen hoe wordt omgegaan met de vastlegging en verstrekking van gegevens door de raad voor de kinderbescherming (hierna aangeduid met: Raad) zoals bedoeld in het Besluit. Daartoe bevat het informatieprotocol enerzijds een aantal algemene verplichtingen voor de registratie en gegevensuitwisseling tussen de Raad en de provincies en anderzijds het Rapportageformat beleidsinformatie raad voor de kinderbescherming – provincies (hierna aangeduid met Rapportageformat). Tot slot: er zal (verdere) ervaring opgedaan moeten worden met dit protocol. Door de provincies en de Raad wordt uiterlijk twee jaar na inwerkingtreding van het Besluit bezien of de informatiebehoefte van de provincies aanleiding geven (onderdelen van) het Informatieprotocol aan te passen. Bij het overleg hierover wordt het R
- II.2.a. Ten behoeve van de adequate registratie van de gegevens wordt gebruik gemaakt van de definities zoals opgenomen in het Gegevenswoordenboek beleidsinformatie jeugdzorg 2011 (hierna aangeduid met: Gegevenswoordenboek).
- II.2.b. De Raad verstrekt de gegevens op de wijze en de tijdstippen, en betrekking hebbend op de tijdvakken, als voorgeschreven in het Rapportageformat.
- II.2.c. Het Landelijk Bureau van de Raad (hierna aangeduid met: Landelijk Bureau) maakt een rapportage met een overzicht per locatie en een landelijk overzicht. Het Landelijk Bureau verstuurt deze gegevens met een algemene toelichting aan de regio’s van de Raad en het IPO. De regio’s van de Raad sturen het landelijke overzicht en het overzicht van de desbetreffende locaties met zo nodig een lokale toelichting aan alle provincies en grootstedelijke regio’s die binnen het werkgebied van de regio vallen.
- II.2.d. Zowel de verstrekkende als de ontvangende partij voldoet aan de regelgeving ten behoeve van de bescherming van privacygevoelige gegevens (Wet bescherming persoonsgegevens). De belangrijkste consequentie voor de inhoud van de rapportages aan de provincies hiervan betreft de omgang met kleine aantallen welke tot een persoon herleidbaar zouden kunnen zijn. Het aantal van 0 of aantallen van 6 en groter geven geen problemen. Echter, indien in een aan te leveren tabel het aantal 1, 2, 3, 4 of 5 zou komen te staan, wordt in de tabel 1 – 5 gepresenteerd, om aan te geven dat het aantal 1, 2, 3, 4 of 5 is.
- II.2.e. Zowel de verstrekkende als de ontvangende partij draagt zorg voor een adequate informatievoorziening waarmee de integriteit, beveiliging, betrouwbaarheid en reproduceerbaarheid van gegevens gewaarborgd is.
- II.2.f. De gegevens worden door de Raad geregistreerd, verwerkt en verstrekt door middel van een elektronisch informatiesysteem en zijn op elk moment reproduceerbaar vanuit dit informatiesysteem.
- II.2.g. De gegevens worden op schrift en elektronisch verstrekt.
- II.2.h. De te leveren gegevens mogen uitsluitend gehanteerd worden voor de in de wet en het Besluit beschreven doelen. De te leveren gegevens zijn altijd voorzien van een toelichting door de leverende partij. Het separeren van gegevens uit hun bestaande format en het op andere wijze ordenen, vergelijken of representeren van gegevens door de ontvangende partij geschiedt slechts na overleg met de leverende partij.
- – Hoeveel meldingen er in de rapportageperiode hebben plaatsgevonden, die hebben geleid tot een intakebesluit
- – Wie de meldingen heeft gedaan
- – Wat de afloop / het vervolg is geweest van de meldingen uit de rapportageperiode
- – Hoe lang de onderzoeken van de Raad in het kader van een maatregel m.b.t. het gezag gemiddeld hebben geduurd (van melding tot administratieve afhandeling )
- – Hoeveel verzoeken aan de rechter voor een maatregel hebben plaatsgevonden
- – Wat de aard is van de verzoeken in de betreffende rapportageperiode
- – Het aantal jeugdigen waarvoor besluit is genomen om te verwijzen in de betreffende rapportageperiode